Opa op de maan.

De opa van Finn aan moeke’s zijde van de stamboom is overleden. Tussen diagnose en dood geen tijd voor ook maar enige vorm van besef. Zo plotsklaps. Zoveel soorten verdriet: de bodemloze pijn van je partner en haar familie, je eigen verscheurdheid en daarbovenop het besef dat je op een of andere manier de tranen en het gemis een plaats zal moet geven in de onbekraste wereld van je kindje, ook al is dat nog maar twee jaar en enkele maanden oud. Ik heb de voorbije jaren heel wat aankondigingen van infoavonden zien passeren over rouwverwerking bij kinderen en het omgaan met verlies. Maar ik ben er nooit naar eentje geweest. Wellicht onbewust vanuit de gedachte het noodlot niet over ons en over Finn af te willen roepen. Te ver van onze leefwereld, toen nog. Maar hier en nu ons recht in het hart getroffen.

Ik ben dus op zoek moeten gaan naar informatie. Wat voelen kindjes van twee? Hebben ze enig begrip van wat ‘dood gaan’ betekent? Ga je dit thema best nog even uit de weg tot ze wat ouder zijn of moet je net met de juiste woorden en de juiste toon de afwezigheid van een tot dan toe zeer aanwezig iemand, zo snel mogelijk bespreekbaar maken? En wat zijn dan die juiste woorden en die juiste toon? Uit mijn leesqueeste heb ik begrepen dat kindjes jonger dan drie jaar zich gemiddeld geen echt beeld kunnen vormen van de dood. Wel kunnen ze op een of andere manier aan hun peuterhartje al voelen dat er iets ingrijpends gebeurd is. Dat er via de tranen rondom hen in hun leefwereld iets is binnengedrongen dat ze geen plaats kunnen geven. Een intiem gesprekje dat we opvingen tussen Finn en zijn nichtje van dezelfde leeftijd, leek deze piste te bevestigen: “Opa in het ziekenhuis. Pijn buikje”, aldus het kleine nichtje. “Opa werken”, wist Finn. En dus zijn we als ouders gezamenlijk op zoek gegaan naar een metafoor om de dood en de onomkeerbare afwezigheid van opa bespreekbaar te maken.

Opa woont nu dus op de maan, tussen de sterren. Zo heb ik het Finn verteld, zittend op mijn schoot, tussen twee ‘Plop’-filmpjes door (want ook dat was een tip die ik al lezend tegenkwam om de impact op het rouwende kind te kanaliseren: hou zo goed als mogelijk vast aan de dagelijkse routine en de voor het kind gekende structuur). En waar normaal aan het einde van een episode een uitgelaten “nog, nog, nog” had moeten weerklinken, zag ik hem aarzelen. Een beetje staren naar het scherm. Ik zou zweren dat er in dat kleine hoofdje een en ander in werking trad. Misschien geen groot inzicht maar minstens een blijk van begin van betekenis. Misschien heb ik het mij ingebeeld.

Vooral die eerste dagen na ons gesprek van vader tot zoon, zijn we ’s avonds op zoek gegaan naar Janneke maan. Wuiven naar opa, tussen de wolken. Hem ‘slaap zacht’ wensen. Iets dat Finn intussen wel vaker doet als hij een foto van opa ziet. Daar ligt onze volgende uitdaging. Hoe kunnen we bij Finn de herinnering levendig houden aan die geweldige man die opa was in de wetenschap dat hij zijn eigen geheugen later hierbij niet zal kunnen aanspreken. Een combinatie van foto’s en verhalen is wat ons rest, souvenirs uit tweede hand. Maar gelukkig ook: de door ons te bewonderen gelijkenissen doorheen de genen, over de generaties heen. De nooit te verbreken bloedband die zijn stempel voor altijd op Finn’s leven zal drukken.

En hetzelfde geldt in zekere zin voor het nieuwe kindje dat er weldra zal zijn en opa nooit ontmoet heeft. Nauwelijks twaalf uur na het overlijden van opa, zagen mijn partner en ik met ogen zwaar van vermoeidheid en verdriet, op de monitor het razendsnel kloppende hartje van dit razendsnel groeiende wezentje tekeer gaan. Een klein opaatje aan het begin van een hopelijk genadig leven.

Meer info over rouwverwerking bij kinderen vind je o.a. hier.

go to top