Kinderspel

Ik speel dus ik ben. Spel als motor van persoonlijke en relationele ontwikkeling.
Spelen voor kinderen is leuk, noodzakelijk, leerrijk, ontspannend,...Wat spelen nog met je kind doet, kan je lezen in dit dossier.

Wat is het ?

Even stilstaan bij het woord ‘kinderspel’ .


'Kinderspel' heeft een dubbele betekenis : dat iets ‘kinderspel’ is, betekent immers dat het makkelijk en weinig belangrijk is, ‘een kleinigheid, van geen gewicht’.   Dit lees je wanneer je er Van Dales woordenboek op naslaat.


Nochtans is spel in de ontwikkeling van een kind net uiterst belangrijk. Kinderspel ligt immers mee aan de basis van de lichamelijke, verstandelijke, emotionele en sociale ontwikkeling, en is de voorloper van creatief denken in de volwassenheid.


Spel is bovendien de manier bij uitstek waarmee kinderen tot uitdrukking brengen wat hen bezig houdt. Dit blijft zo tot aan de adolescentie, waarin verbale communicatie de overhand krijgt. Vanaf dan wordt het spel meer via woorden gespeeld: amoureuze, agressieve en andere gevoelens worden vanaf dan niet langer in blokkentorens gegoten, maar in treinen van woorden, in gedichten of in graffiti.


Dat iets ‘maar spel’ is, kan ook verwijzen naar het symbolische alsof-karakter van spel, naar de tegenstelling met ‘realiteit’.
Het bevel ‘en jij schiet mij dood!’, ga je doorgaans niet echt uitvoeren maar je kan het wel spelen en doen alsof.
‘En ik viel dood neer, maar nu ben ik weer levend’, kan daar dan op volgen.
In ‘spel’ kan immers wat in realiteit niet kan. Meer nog, het spel toont iets van de manier waarop het kind de wereld rond zich ziet en beleeft, het opent een venster naar de binnenwereld van het kind. Aanvankelijk bestaat er bij het hele jonge kind geen verschil tussen wat iets echt is en wat het lijkt.
Een blokje hout is een blokje hout en geen auto. Geleidelijk ontstaat ‘alsof spel’ waardoor realiteit en fantasie naast elkaar kunnen gaan bestaan. Het kind doet alsof het uit een kopje drinkt of in een pannetje roert; het bouwt een rij stoelen om tot een trein, een doos tot een huis.
Er kan met de realiteit worden gespeeld, waardoor de realiteit kneedbaar, veranderbaar en verteerbaar wordt.

Hoe belangrijk is het ?

Al spelend krijgt het kind greep
- op zichzelf (emotionele ontwikkeling),
- op relaties en
- op wat er in de wereld rondom gebeurt (sociale ontwikkeling).
Al spelend oefent het kind zijn motoriek (lichamelijke ontwikkeling) en doet het nieuwe inzichten op over hoe de dingen functioneren (cognitieve ontwikkeling).
Gevoelens van plezier en aantrekking, maar ook van angst en woede kunnen er een plaats krijgen en daardoor beter hanteerbaar worden. Een volwassene leer je kennen door hoe hij spreekt, een kind door hoe het speelt. Immers wat ‘de kracht van woorden’ betekent voor volwassenen, ligt voor kinderen in het spel.


Via spel is de wisselwerking tussen de innerlijke en de externe wereld zichtbaar.
Als een ruiter op de rug van papa naar bed gebracht worden, helpt om te verdragen dat de dag ten einde is en dat je al je dierbare bezittingen en je geliefde relaties moet achterlaten.
Schaken met papa helpt om op een speelse manier te leren omgaan met gevoelens van rivaliteit.
Seksuele zinspelingen in liedjes bij touwtje springen of bij handgeklap, maken kinderlijke seksuele verlangens denkbaar en draaglijk.
Schiet- en oorlogsspel helpt om de eigen agressieve gevoelens en impulsen te leren kennen en bemeesteren. Kinderen creëren werelden vol ridders en prinsessen, oorlogen en familiescènes... daarbij gebruik makend van allerlei voorwerpen die daar al dan niet voor bedoeld zijn.


Normale ontwikkeling van spel en spelen


Spel ontwikkelt van dicht bij het lichaam via voorwerpen naar gedachten en mentale inhouden. Of van spel met de eigen handjes en voetjes, naar spel met poppen en blokken, naar spelen met woorden en gedachten.



Het eerste wat een baby kan, is zichzelf bewegen, en in die beweeglijkheid situeert zich het eerste speelgedrag.
Een baby van vijf weken trappelt met de beentjes of zwaait met de armen en kijkt vol interesse naar de ouder.
Dit eerste bewegingsspel is niet alleen van belang voor de motorische en lichamelijke ontwikkeling, maar heeft meteen ook een relationeel karakter. De baby heeft plezier aan dit ritmisch en motorisch gedrag en aan het contact met de ouder.


Bewegingsspel stimuleert bovendien de intellectuele ontwikkeling doordat het kind al spelend de samenhang leert tussen de eigen motoriek en de eigen waarneming.
Door te bewegen verkent het kind zijn plaats in de ruimte. Bewegingsspel is tenslotte ook belangrijk voor de algemene lichaamsbeheersing en het lichaamsbeeld. Dit sensori-motorisch spel is typisch voor de eerste twee levensjaren.


Naarmate het kind ontwikkelt, ontstaan er nieuwe manieren van spelen. Die breiden de speelmogelijkheden van het kind verder uit, maar vervangen geenszins het plezier dat kinderen beleven aan het ‘louter bewegingsspel’.


Typisch voor de kleuterperiode, is bijvoorbeeld het stoeien met andere kinderen.
In de lagere schoolperiode krijgen ze de vorm van elkaar duwen, elkaar achternazitten en omvergooien. In deze ‘wildere’ vormen van bewegingsspel op de speelplaats of in de jeugdbeweging, oefenen kinderen niet alleen hun motoriek maar zoeken ze ook naar hun plaatsje in de sociale groep.



Tot het eerste “spelen met dingen” behoort het speelse bezig zijn met eigen lichaamsdelen, zoals de handjes en voetjes die met veel plezier ontdekt worden; bevoeld, bekeken, besabbeld…
Zo leert het kind zijn lichaam kennen.
Daarenboven wordt ook het lichaam van de ouder of verzorger ontdekt, met bijzondere interesse voor het gelaat.
Ouder en kind wisselen blikken uit, fronsen wenkbrauwen, trekken gekke gezichten, spreken babytaal tegen elkaar en hebben daar samen plezier aan, ouders zorgen met andere woorden voor een ware ‘sound and light show’.


Even later beleven deze ouder en dit kind intens plezier aan het doen verdwijnen en weer verschijnen van elkaars gezicht. Zo legt de ouder of verzorger bijvoorbeeld bij het wassen een doek over het gezichtje van de baby, en wordt deze onder luid geschater weer weggetrokken; iets wat de baby ook al vlug zelf probeert te doen.
Of de ouder stopt haar of zijn eigen gezicht even achter de handen, om vervolgens met veel jolijt weer te voorschijn te komen.
Dit vroege kiekeboespel is een voorloper van het latere verstoppertje, en helpt het kind begrijpen dat een ouder even kan verdwijnen maar toch altijd weer opnieuw verschijnt. Kiekeboespel is daardoor erg belangrijk voor zowel de cognitieve als de sociale ontwikkeling.


Ook tijdens zorgactiviteiten kunnen ouder en kind speels genieten. Wanneer papa vliegtuigje begint te spelen met een hap voedsel, en die hap in de garage laat binnenvliegen waar het mondje dan voor staat, geeft dat groot jolijt. Het kind kan daardoor ervaren hoe spel de onmiddellijke realiteit kan overstijgen en aan de banale dingen van het leven een feestelijk en plezierig tintje geeft.



Wanneer het kind in staat is speelgoedjes vast te houden, verschuift de interesse van de eigen handjes en voetjes naar die voor eerste speelgoedjes, zoals rammelaars.
Het eindeloos rammelen met de rammelaar helpt het kind een samenhang te ontdekken tussen beweging, geluid en beeld. Je kind leert geleidelijk gerichter de eigen handen te sturen en ernaar te kijken, waardoor de oog-hand coördinatie toeneemt (cognitieve en motorische ontwikkeling).


Voorwerpen worden aanvankelijk vooral in de mond gestopt. Dit sabbelen verschaft plezier.
Op twee maanden stoppen baby’s zowat alles in de mond, terwijl ze een maand later het speeltje ook gaan bekijken en exploreren.
Er vindt een geleidelijke evolutie plaats van het louter zintuiglijk bezig zijn met speelgoedjes, naar een denkend-ontdekkend spelen; ‘als ik tegen dat blokje duw, schuift het wat verderop, maar als ik tegen dat balletje duw, gaat het ver weg rollen’.
Spelen verschaft inzicht: door dingen uit elkaar te trekken, leert het kind hoe deze in elkaar zitten.
Op die manier is spelen dan ook uiterst belangrijk voor de cognitieve ontwikkeling.


In het begin van het tweede levensjaar wordt speelgoed met knopjes en lichtjes interessant.
Wanneer speelgoedjes uit meerdere stukken bestaan, gaat het kind op zoek naar het ontbrekende onderdeel.
Het bezig zijn met voorwerpen wordt steeds ingewikkelder: van een simpele blokkentoren stapelen tot heuse kastelen bouwen.
Er blijkt ook al gauw een verschil in voorkeur tussen jongens en meisjes.


In de peutertijd is elk kind met een eigen speelgoedje bezig, samenspel wordt slechts stilletjesaan en in beperkte mate mogelijk. Soms is er even contact, wanneer ze bijvoorbeeld zien dat het ander kind iets leuks ontdekt, en ze dat willen nadoen, maar daarna spelen ze weer verder met hun eigen ding.
Geleidelijk aan zie je samenspel, waarbij bijvoorbeeld het ene kind in een karretje geniet van voortgetrokken te worden door het andere kind, of er wordt samen van een glijbaan gegleden. Dit zijn eerste sociale uitwisselingen.


In de overgangsfase naar symboolspel (zie verder), geraken kinderen op een nieuwe manier geïnteresseerd in speelgoed: potjes die tot dan toe op elkaar werden gestapeld, kunnen nu plots een drinkbekertje voorstellen.
Ballen, blokken, poppen, klei, potloden en kleine figuurtjes worden steeds interessanter. Accessoires voor auto’s zoals garages en huizen worden leuk van zodra het symboolspel zich verder ontwikkelt.



Alsof-spel ontstaat wanneer het kind een voorwerp kan laten doorgaan voor iets anders: een blok wordt een autootje, een doos wordt een trommel.
Het begint met pure imitatie, zoals het voeden van de pop. De fantasie gaat een steeds grotere rol spelen: drie stoelen op rij in de keuken vormen een trein, een doek over een stok is een zeilboot.
Er is in de vroege periode van symboolspel vooral interesse voor vrij realistisch speelgoed dat helpt om zich in alsof-spel te engageren. Het kind doet alsof het appeltjes bakt in een pannetje op het speelgoedfornuis, net als mama; of het legt de pop te slapen op dezelfde manier als papa dat doet.
Dit symboolspel is nauw verbonden met het opkomen van taal. Taal vergt immers diezelfde capaciteit om te kunnen ‘doen alsof’, om iets voor iets anders te nemen… We nemen een woord voor een ding.


Rond drie jaar ontstaat echt rollenspel: ‘Ik was de mama en jij het kindje’. Of de pop krijgt een rol toebedeeld: ‘zieke jongen, ga slapen’.


Rollenspel is een belangrijke vorm van symbolisch spel: het kind gaat bepaalde handelingen die het gezien en geleerd heeft, zelf uitvoeren ten aanzien van iets of iemand. Zo wordt de speelgoedbeer mee op wandel genomen, op dezelfde manier als papa de hond uitlaat.
Deze stap naar symboliek vormt een belangrijke mijlpaal in de verstandelijke en emotionele ontwikkeling. Het kind komt los van wat in de reële wereld aanwezig is.


Rollenspel dient ook om sociaal gedrag en de rol als meisje of jongen in te oefenen. Meisjes spelen vaker vadertje en moedertje, jongens zijn in de meerderheid bij stoeien en vechten.
Voor het rollenspel is de taalverwerving een belangrijke voorwaarde, en tegelijkertijd is het rollenspel een niet te onderschatten oefenterrein voor de taal.
Kinderen moeten onderhandelen over de rollen, en bij elke rol hoort ook een tekst of ‘script’.
Rollenspel leidt tot het oefenen van sociale vaardigheden doordat kinderen tijdens het onderhandelen steeds expliciet onder woorden moeten brengen wat er te gebeuren staat. Ze stappen even uit het rollenspel om te becommentariëren wat er gebeurt.

Wat kun je doen ?

Van spel wordt wel eens gedacht dat kinderen het niet hoeven te leren, dat ze er niet toe moeten aangezet worden.
Kinderen lijken immers altijd en overal te spelen alsof het vanzelfsprekend tot stand komt.
Nochtans leert nauwkeurige observatie, dat het aanbieden van een een speelse omgeving hierbij belangrijk is.
Wanneer de kleine baby, in de eerste maanden na zijn geboorte, liefdevol verzorgd is door betrokken volwassenen, ontstaat rond drie en vijf maanden de eerste speelse sociale uitwisseling. Ouder en kind zullen op rustige momenten, bijvoorbeeld na de voeding, via het gezicht, de stem, aanrakingen, gepassioneerd ‘spelen’.


Een speelse interactie tussen ouders en kind is bovendien een manier om warme gevoelens te delen en om ook met moeilijkere gevoelens om te gaan.
Nochtans kan dergelijk speels klimaat omwille van diverse redenen in een gezin ontbreken. Wanneer de interactie aan speelsheid ontbreekt, is ze uitsluitend gericht op de realiteit: als er gegeten wordt, moet er gegeten worden en is er nauwelijks ‘ruimte’ voor iets speels.
Deze interactie is vaak het gevolg van problemen bij en/of tussen de ouders.
Spelontwikkeling kan dan vastlopen, zo dreigt ze bijvoorbeeld enkel iets van het kind te worden, een manier om zichzelf bezig te houden, zonder zijn omgeving te storen. Kinderspel kan met andere woorden niet ten volle ontwikkelen zonder een omgeving die dit aanmoedigt.


Hoe maak je ruimte voor het spel van je kind?


Als ouder weet je soms niet goed hoe je met je kind moet spelen, en of je dit eigenlijk wel kunt.
Gelukkig kan je als volwassene (opnieuw) leren spelen. Het kan een heel avontuur zijn je te laten leiden door de speelsheid van je kind: samen giechelen, ravotten, ontdekken, ... Het is niet alleen goed voor je kind en voor jezelf, maar vooral voor jullie relatie!
Hierna geven we enkele tips om de speelsheid van je kind mee te helpen ontplooien, en misschien zo ook het ‘kind in jezelf te herontdekken’.



Breng af en toe speelsheid in bezigheden als eten, badje geven, haren kammen, kleren aandoen, slapen.


Wees ook eens creatief als je kind iets niet wil doen. Maak er een spelletje van, zoek een alternatief samen met je kind, zing een liedje, lees voor het slapen een verhaaltje voor, etc.



Ondersteun de verwondering voor en laat jezelf verwonderen door kleine dingen, zoals vlindertjes in het bos, paarden in de wei of golven in de zee.


Hou simpele dingen bij en laat je kind hier mee spelen. Je zult ervan versteld staan hoe ‘uit het niets iets kan ontstaan’. Met eenvoudige materialen als dozen, bekertjes, oude tijdschriften, zand, etc. kunnen kinderen zich urenlang amuseren.
Hou lege verpakkingen bij zodat ze winkeltje kunnen spelen. Laat de TV eens uit, en laat de verveling tot de verbeelding spreken.


Ga naar de kringloopwinkel/rommelmarkt en laat je kind er één of enkele speeltjes uitkiezen. Of leen eens een spel. In een speel-o-theek vind je een grote waaier aan mogelijkheden, ook duurder speelgoed zoals een trampoline of een glijbaan.
Op tweedehands websites kan je heel goede koopjes doen. Als je kinderen wat ouder zijn, kunnen ze zelf hun eigen ‘uitgespeelde’ speelgoed verkopen.


Als je kind veel speelgoed heeft, is het een idee om een deel hiervan in de kelder/op zolder weg te zetten en dit opnieuw boven te halen op een later tijdstip. Dan is er twee maal plezier.



Je kind hoeft niet vaak nieuw speelgoed te krijgen. Wel is er af en toe een nieuw aanbod nodig op maat van de ontwikkeling die je kind doormaakt.
Speelgoed mag niet te moeilijk zijn maar mag wel een uitdaging bieden zodat het stimuleert tot proberen, exploreren,… Heb je bijvoorbeeld het gevoel dat je kindje zijn inlegpuzzels met groot gemak kan maken, dan is het misschien leuk om eens samen een echte puzzel te proberen met een klein aantal stukken.



Je kan er liedjes vinden, kleurplaten, speeltips,… een paar voorbeelden :
http://www.kinderliedjes.info/
http://www.speelzolder.be/
http://www.zappybaby.be/zappy/zappypedia/artikels/236/Tips-om-met-je-baby-te-spelen.html



Zorg voor een veilig speelhoekje, waar je kind ongestoord kan spelen en waar speelgoed niet onmiddellijk opgeruimd moet worden na het spelen.


Jouw aanwezigheid blijft belangrijk! Te weten dat ouders aanwezig zijn, ook al is het maar ‘op de achtergrond’, geeft een veilig en ondersteunend gevoel aan kinderen.



Het is belangrijk dat agressieve thema’s aan bod kunnen komen in spel.
Een radicaal verbod op speelgoedgeweertjes of zwaarden wekt de indruk dat de agressieve impulsen ‘fout’ zijn, terwijl spel net de plaats is waar het kind moet kunnen oefenen met ‘ik schiet jou dood’.
Als ouder ben je vrij te kiezen welk speelgoed je hierrond toelaat, maar radicaal geweertjes verbieden, wanneer die bijvoorbeeld als een verjaardagsgeschenkje of een ‘prijs’ op de kermis je gezin binnenkomen, heeft weinig zin.
Bovendien zijn kinderen vindingrijk en wordt een stokje al snel een zwaard of een pistool.



Als je kindje je uitnodigt om met de blokken te spelen, ga erbij zitten, en speel mee! Als je kindje vraagt om mee tikkertje of verstoppertje te spelen, zeg dan eens ja! Als je kind ‘klein klein kleutertje’ of ‘oma’s aan de top’ wil zingen, zing dan voor een keer luidkeels mee!


Leef je in in de rol van het spel dat je kind wil spelen. Zo ben je eens doktertje, dan weer de juf, dan weer het kindje… Laat het op je afkomen!


Maak je niet de hele tijd druk om huishoudelijke taken. Dit moet gebeuren, maar mag niet op de eerste plaats komen. Misschien vind je kind het wel leuk om mee te helpen stof af doen of met een kinderborsteltje de blaadjes op te vegen?


Hou gezelschapsspelletjes gezellig. Het moet niet altijd over winnen of verliezen gaan. Of laat je kind eens winnen. Speel in teams van één volwassene en één kind. Of maak jullie eigen regeltjes. Laat de verliezer eens winnen.


Geniet vooral van het samenzijn. Hou het leuk, trek gekke bekken, giechel en lach!



Laat momenten van verveling bestaan, vaak volgt er al snel een idee.


Je hoeft niet elk vrij moment op te vullen.


Hobby’s zijn er om te ontspannen. Sporten hoeft niet altijd prestatie te zijn. Het kan bijvoorbeeld leuk zijn om bij het zwemmen te plonsen, te duiken, op mama’s en papa’s rug te zwemmen…



Elk kind is verschillend. De leeftijd, het temperament, de stemming, … bepalen mee wat een kind leuk vindt.


Ook als ouder heb je eigen verwachtingen of voorkeuren rond spel.


De omgeving zal mee de mogelijkheden van spel bepalen. Zijn er broertjes of zusjes, woon je op een appartement of in een huis met een tuin, woon je in de stad of op het platteland,…ook deze factoren zullen een rol spelen in jullie keuze tot spel.



Maak gebruik van lokale ontmoetingsplaatsen zoals speelpleintjes, het zwembad,… Wie weet leert je kind een nieuw vriendje of vriendinnetje kennen of heb je een leuke babbel met andere ouders.


Breng je kind tijdens de vakantie eens naar de lokale speelpleinwerking. Het krijgt er de kans om, in een leuke speelse omgeving, kinderen van de buurt te leren kennen.


In sommige steden vind je ook ontmoetingshuizen voor kinderen tot 4 jaar vergezeld van een ouder, grootouder of andere vertrouwenspersoon. Kijk voor de adresssen op Wie is wie ?



Ook opruimen kan speels gebeuren.


Is er veel op te ruimen dan kan het helpen om het op te splitsen in deeltaken: bijvoorbeeld eerste de potloden, dan de puzzels,… Dit maakt de opdracht overzichtelijk voor je kind.

Meer weten ?

Meer informatie kan je vinden op de website van Kind en Gezin


Boeken voor ouders :



Kijk ook even op Klasse voor ouders : speelgoed verraadt talent.


Spelotheek


Speelgoed uitproberen zonder het meteen te hoeven kopen ? Een spelotheek kan uitkomst bieden.


 


 

Folders

Folder, opgemaakt onder stimulans van het Provinciaal Steunpunt Opvoedingsondersteuning Limburg


Op Groeimeer vind je een kort artikel.

GroeimeeTV

Getuigenis

Heb je een ervaring die je wilt delen en meegeven aan andere ouders of opvoedingsverantwoordelijken, laat deze hier na.

Stel je vraag

Wil je meer informatie of heb je een vraag over dit onderwerp, neem een kijkje in de rubriek EHBO , vaak voorkomende vragen over opvoeden. 



Je kunt ook contact opnemen met : 


Spel in de Encyclopedie over Opvoeden

In de kennisdatabank van EXPOO is een encyclopedie over opvoedingsthema's opgenomen.  Hierin vind je informatie bedoeld voor professionals over spel als oefenterrein en als barometer.