opvoedingsquiz
Opvoedingsquiz voor ouders van lagere school kinderen
Vraag 1
Je 7-jarige dochter Delphine heeft het elke keer heel moeilijk wanneer ze na het weekend bij jouw ex-partner afscheid van hem moet nemen. Hoe reageer je?
Je zegt haar: ‘Delphine, je overdrijft.’
Je beslist dat ze het weekend erna een dagje langer mag blijven.
- Je blijft er rustig bij en doet niets.
- Je troost haar met de woorden: ‘Nog 6 keer slapen en je mag al teruggaan.’
Vraag 2
Terwijl je in de woonkamer aan het opruimen bent, bewerkt je 5-jarige zoon Maarten de hagelwitte keukenmuur met blauwe viltstiften. Wat doe je?
Je geeft hem een tik en stuurt hem naar zijn kamer.
Je neemt de viltstiften af en zegt: ‘Maarten, zorg dat die muur straks weer proper is.’
- Je roept hem toe: ‘Weet jij wel hoeveel dat kost?’ (Mop: ‘De muur, niet de viltstiften!’)
- Je prijst zijn creativiteit. Picasso heeft immers ook een blauwe periode gehad.
Vraag 3
Marieke, je dochter van 4, wil ’s middags voor de zoveelste keer haar bordje niet leeg eten. Wat doe je?
Je warmt wat ‘Mamma Mirácoli’ op.
- Je zegt: ‘Je blijft zitten tot je bord helemaal leeg is.’
- Je laat haar van tafel gaan.
- Je zegt: ‘Oké Marieke, maar je krijgt geen enkel tussendoortje tot de volgende maaltijd.'
Vraag 4
Stan en Margot, je zoon van 4 en dochter van 6, spelen met Lego, maar hun constructie wil niet echt lukken. Je staat erbij en ziet het gebeuren. Wat doe je?
- Je maakt de constructie samen met hen.
- Je laat hen alleen voortspelen.
- Je steekt de blokjes terug in de doos: ze zijn duidelijk nog te jong voor Lego.
- Je roept enkele nuttige instructies vanwaar je staat.
Vraag 5
In de auto onderweg naar school krijgen Karel en Jean-Marie, je zonen van 6 en 8, knallende ruzie op de achterbank. Wat doe je?
- Je negeert de ruzie.
- Je stopt en je zegt dat je niet verder rijdt voordat het weer rustig is.
- Je wil je zonen afleiden en zingt uit volle borst: ‘Brand in Mokum! Brand in Mokum!
- Je roept dat ze onmiddellijk de ruzie moeten stoppen.
Vraag 6
Emile en Arthur, jouw tweelingzonen van 11, komen elke dag langs het snoepwinkeltje aan hun school en worden nogal zwaar. Wat doe je?
- Je doet niets. Het groeit er wel uit.
- Je zet Emile en Arthur aan tot meer bewegen en je kookt gezonder voor het hele gezin.
- Je zegt: ‘Emile en Arthur, enkel het innerlijke van de mens is belangrijk.’
- Je geeft hun geen zakgeld meer.
Vraag 7
Je kinderen Elisabeth (6), Gabriël (4) en Emmanuel (2) zijn voor een avond bij oma en opa. Wat doe je dan het liefst?
- Samen op stap gaan.
- Eens goed doorwerken.
- Lekker vrijen.
- Niks! Je mist je kinderen immers te hard.
Vraag 8
Godfried, je brave 10-jarige zoon, komt thuis met 5 bladzijden straf. Hij heeft die gekregen omdat hij een klasgenootje gepest heeft. Hoe reageer je?
- Je vindt dat pesten echt niet kan en geeft hem nog 5 bladzijden extra.
- Je geeft de leraar gelijk en bespreekt met je kind zijn gedrag.
- Je belt naar de leraar voor wat meer uitleg. Jouw kind pest immers niet.
- Je zegt: ‘Godfriedje, jij moet van mij die straf niet maken.
Vraag 9
Je zit gezellig met Isabelle en Gitte, je twee dochters van 8 en 9, naar een film te kijken. Plots is er een stomende vrijpartij te zien en beginnen je dochters te giechelen. Wat is je reactie?
- Je doet alsof je neus bloedt en laat de scène passeren.
- Je zegt: ‘Meisjes, ga maar naar boven. Hiervoor zijn jullie nog veel te jong.’
- Je legt je kinderen rustig uit wat er gebeurt.
- Je praat erover, maar alleen als ze ernaar vragen.
Antwoord 1
De expert aan het woord …
meest correcte antwoord is: 4.
4: Je troost haar met de woorden: ‘Nog 6 keer slapen en je mag al teruggaan.’
Filmpje (13483 kb)
Kinderen van gescheiden ouders lijden niet zozeer onder de scheiding op zich, als wel onder het ouderconflict.
Ouders hebben een unieke betekenis voor kinderen. Ze staan symbool voor veiligheid, liefde en geborgenheid. Voor een kind is een conflict tussen de ouders vooral verwarrend als die betekenis in vraag wordt gesteld of wordt tegengesproken. Bekijk de situatie daarom ook vanuit het perspectief van je kind:
- Wat betekent het voor je kind om papa of mama minder te zien?
- Vreest het dat de afwezige ouder niet meer aan hem of haar zal denken?
- Of is het kind misschien bang dat je denkt dat het de andere ouder liever ziet?
Blijf voor ogen houden dat je partner nu wel jouw ex-partner is, maar altijd de vader of moeder van je kind blijft.
Voor ouders is het niet makkelijk om die rollen van elkaar los te koppelen. Omdat je negatieve gevoelens hebt tegenover je ex-partner, is het moeilijk om de andere ouder het ouderschap te gunnen. Als je dit laat blijken, vraag je je kind bewust of onbewust om partij te kiezen. Kinderen willen echter niet kiezen. Het is voor een kind van wezenlijk belang dat het loyaal kan zijn tegenover zijn beide ouders.
Driekwart van de jongeren die kind zijn van gescheiden ouders, woont bij de moeder en ziet de vader minder dan gewenst. Daarom is de mening van een kind bij het vastleggen van de bezoekregeling belangrijk, zonder dat het kind daarbij het gevoel heeft te moeten kiezen. Laat je ex-partner toe in het leven van je kind, ook buiten de bezoekregeling. Foto’s, telefoontjes en kaartjes kunnen de afwezige ouder een plaats geven.
Sta open voor het verdriet en de verwarring van je kind. Leg uit waarom er bepaalde keuzes gemaakt worden. Belast je kind niet met schuldgevoelens of verantwoordelijkheden die het niet aankan.
Meer info
- Thema ‘Scheiding’ op de website van Steunpunt
- ‘Oefenscholen voor nieuw samengestelde gezinnen’
- Dossier ‘Mijn vriendinnen vinden het zielig’, Klasse voor ouders
Antwoord 2
De expert aan het woord …
Het meest correcte antwoord is: 2
2: Je neemt de viltstiften af en zegt: ‘Maarten, zorg dat die muur straks weer proper is.’
Filmpje (13425 kb)
Met een ‘tik’ of ‘pedagogische tik’ bedoelt men dat het slaan van kinderen gebruikt wordt om het kind iets aan of af te leren, dat het slaan een opvoedende waarde heeft. Kind en Gezin gaat daar niet mee akkoord!
Hoewel het geven van een tik of slaan op korte termijn wel helpt, zien we dat het op langere termijn niet veel waardevolle effecten heeft.
Kinderen leren hieruit wel andere dingen:
Ze leren dat slaan toegestaan is als het gaat over iets wat je zelf belangrijk vindt.
Ze leren dat er een verband bestaat tussen liefde, genegenheid en geweld.
Ze leren dat het recht om te slaan vooral een recht is van degene die sterk is en die macht heeft.
Positief opvoeden streeft ernaar om het gedrag van kinderen en hun emoties op een constructieve en niet-kwetsende manier aan te pakken. Reageren op positief gedrag om kinderen iets aan of af te leren is te verkiezen boven straffen.
Toch zijn het stellen van grenzen aan kinderen en het straffen noodzakelijk. Een kind weet niet vanzelf wat mag en wat niet mag. Hoe kan je nu het best grenzen stellen? Hoe ‘straf’ je dan je kind zonder het te schaden?
Belangrijke aandachtspunten zijn:
Blijf kalm.
Zeg duidelijk wat je verwacht van je kind.
Gebruik eerlijke, voorspelbare consequenties die passen bij het probleemgedrag, de context en de leeftijd van je kind.
Terug naar Maarten:
Als je kind een regel overtreedt of ‘vergeet’, controleer dan eerst of je kind de regel kent. Als dat niet zo is, herinner hem of haar dan aan de regel. Geef aan je kind aan wat het had moeten doen (bv. ‘Kleuren doe je in een kleurboek’).
Emotionele boodschappen waarbij de ouder zich afkeurend uitlaat over het kind in plaats van over zijn gedrag, kunnen het zelfvertrouwen van het kind aantasten. Je kan beter alleen het gedrag afkeuren (bv. ‘Maarten, stop met kleuren op de muur!’) en het gewenste gedrag benoemen (‘Maarten, kleuren doe je enkel in je kleurboek!’).
Ook al vind je de muurtekening prachtig, het blijft belangrijk de grenzen of normen aan te geven. Je hoeft je daarom niet boos te maken. Bespreek de situatie rustig met je kind, wat wel en wat niet kan en voer indien nodig een nieuwe basisregel in. Regels functioneren het best wanneer ze redelijk en makkelijk op te volgen zijn en wanneer jij ze kan ondersteunen.
--------------------------------------------------------------------------------
Meer info
‘Positieve en stimulerende interactie tussen ouder en kind’, Kind en Gezin
‘Grenzen stellen, belonen en straffen’, Kind en Gezin
Over straffen, belonen en een tik geven lees je meer op
Wil je een gesprek over de opvoeding van je zoon of dochter, neem dan contact op met de opvoedingstelefoon (078 15 00 10) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Antwoord 3
Het meest correcte antwoord is: 4
4: Je zegt: ‘Oké Marieke, maar je krijgt geen enkel tussendoortje tot de volgende maaltijd.’
Flimpje (11044 kb)
De normale ontwikkeling
Op de leeftijd van 4 jaar krijgt je kind een duidelijke voorkeur voor of afkeer van bepaalde gerechten. Je kindje wil vaak ook geen nieuwe gerechten leren eten. Moeilijk doen rond eten is eigenlijk een nieuwe stap in zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Veel ouders denken dat grotere kinderen meer eten nodig hebben, maar dat klopt niet altijd. Een baby eet verhoudingsgewijs veel meer dan een peuter of kleuter, omdat hij nog veel meer moet groeien. Je peuter of kleuter leert wel heel veel zaken bij, maar groeit minder en heeft dus ook minder honger.
Je kindje maakt zelf wel uit hoeveel voeding het nodig heeft om te groeien, voor energie en voor weerstand. De hersenen geven deze hoeveelheid aan, maar het hangt ook grotendeels af van zijn individuele karakter.
Geen strijd aan tafel
Je kind dwingen om toch een schepje in te slikken, zorgt voor spanningen aan tafel. Dit moet te allen tijde vermeden worden. Als ouder zal je deze strijd immers vaak verliezen en je eigen eetmoment wordt er ook door vergald. Als je een kind zegt te blijven zitten tot zijn bord leeg is, dan moet je je hier ook aan houden en dat is niet makkelijk: na 3 uur kan je kind nog altijd geen hap genomen hebben.
Probeer je kleuter af en toe te negeren, zo leert hij dat hij niets verkrijgt door lastig te doen. Zorg dat het eten niet uitgroeit tot een machtsmiddel voor je kind. Gebruik eten ook niet als straf of als beloning.
Geen tussendoortjes tot de volgende maaltijd
Wil je kind niet eten, verbied dan tussendoortjes tot de volgende maaltijd. Geef je tussendoor zoete dranken en koekjes, dan neemt de eetlust bij de hoofdmaaltijden af.
Hou er rekening mee dat we bij jonge kinderen ook het vieruurtje als een maaltijd beschouwen.
De ouder beslist over ‘wat en waar’, het kind beslist over de hoeveelheid
Als ouder kan je beslissen wat je kind eet en waar er gegeten wordt (bijvoorbeeld aan de eettafel).
Je kind beslist echter hoeveel er gegeten wordt. Schep geen enorme porties op. Zo kijkt je kind niet op tegen een onnoemelijke berg eten en kan het misschien zelfs om een extra portie vragen. Reageer hier positief op: ‘Wat flink, je hebt heel je bordje leeggegeten!’ Dit kan de sfeer aan tafel alleen maar ten goede komen. Kinderen die hun bordje leeg eten, mogen hiervoor zeker beloond worden! Dat kan bijvoorbeeld door een gezelschapsspel te kiezen dat ze die avond samen met mama of papa spelen.
Regelmaat
Eet op regelmatige tijdsstippen. Zo voorkom je dat je kind lastig is van de honger.
(11044 kb)
Antwoord 4
Het meest correcte antwoord is: 1
1: Je maakt de constructie samen met hen.
Kleuters vinden het fijn om samen te zijn met andere kinderen. Samenspelen is leuker dan alleen. Maar met andere kinderen spelen is ook moeilijk.
Stan en Margot spelen wel met elkaar, maar van echt samenspel en rekening houden met elkaar is er nog niet altijd sprake. Een begin van samenspel ontstaat rond de leeftijd van 3 à 4 jaar. Het kind begrijpt dan voldoende dat andere mensen dingen anders zien dan hij of zij. Pas wanneer het kind daartoe in staat is, kan het echt gaan samenspelen. Bovendien moet het kind regels kunnen begrijpen. Aanvankelijk kunnen kinderen zich nog niet aan regels houden. Er komt vaak ruzie van, omdat kleuters nog dikwijls hun eigen zin willen doen. Grotere kinderen of ouders moeten hen dan op de regels wijzen.
Speel geregeld samen met je kinderen. Hierdoor leren je kinderen veel van wat jij kan en weet.
Geef je kinderen ook ruimte om te leren samenspelen en conflicten op te lossen. Dit wil niet zeggen dat jouw kleuters zomaar mogen doen wat ze willen. Jij bepaalt nog altijd de regels in huis. Bij kleuters is het nodig deze regels vaak te herhalen.
Meer info
Wil je een gesprek over de opvoeding van je zoon of dochter, neem dan contact op met de opvoedingstelefoon (078 15 00 10) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Antwoord 5
Het meest correct antwoord is: 2
2: Je stopt en je zegt dat je niet verder rijdt voordat het weer rustig is.
Filmpje (11172 kb)
Dit is een risicovolle situatie: je kinderen ruziën op de achterbank, terwijl jij veilig door de ochtendspits wil raken. Je zou voor minder stress krijgen! Het is niet het moment om met je kinderen te bespreken waarover de ruzie gaat of wie er gelijk heeft. Jullie veiligheid primeert nu.
Kinderen hebben regels nodig om te weten hoe ze zich moeten gedragen. Maak daarom samen met je kinderen een basisregel voor in de auto. Deze regel zegt wat de kinderen moeten doen in plaats van wat ze niet mogen doen. Bijvoorbeeld: ‘In de auto spreken we zachtjes, of in de auto laten we elkaar met rust, of in de auto houden we ons in stilte bezig.’ Dit zijn betere regels dan ‘Niet roepen, geen ruzie maken in de auto’.
Motiveer de regel, wijs op de gevaren van druk gedrag in de auto en vraag hun of ze dit begrijpen. Zo verhoog je hun motivatie om mee te werken.
Herinner je kinderen nog eens aan de regel voordat jullie in de auto stappen.
Zitten je kinderen in een periode dat ze elkaar snel in de haren vliegen, beloof dan een beloning als ze zich goed gedragen.
Zijn ze rustig onderweg, geef hun dan een complimentje.
Bijvoorbeeld: ‘Fijn dat jullie zo rustig blijven.’
(11172 kb)
Nog een tip:
Ben je als ouder ’s morgens gejaagd? Moet alles ‘snel-snel’ gaan? Vertrek je pas op het laatste nippertje? Geen wonder dat je kinderen dan ook gespannen worden en moeilijk doen!
Zorg daarom voor een goede ochtendroutine (vooruit plannen, tijdig opstaan, alles klaar leggen, op tijd vertrekken, ...). Die helpt je om de dag aangenaam te beginnen en voorkomt vaak heel wat problemen.
Antwoord 6
Het meest correct antwoord is: 2
2: Je zet Emile en Arthur aan tot meer bewegen en je kookt gezonder voor het hele gezin.
Kinderen van 11 jaar zijn al in staat om een aantal problemen zelf op te lossen. Ouders kunnen bijvoorbeeld tegen hun zwaarder wordend kind zeggen: ‘Bedenk tegen volgende week een plan om iets aan je slechte eetgewoonten te doen. Als je er dan geen hebt, zal ik iets voorstellen.’
Je kan ook met je kind afspreken om samen gezond te eten: ‘Ik stop 2 weken met cola-light drinken, jij stopt 2 weken met chocolade eten.’
Koppel de opdracht aan een beloning als ze lukt en aan een ludieke straf als ze niet lukt.
Het is belangrijk afspraken te maken met je kinderen. Als zij een hele week niet binnengaan in de snoepwinkel, kunnen jullie bijvoorbeeld in het weekend een leuke activiteit doen met het hele gezin.
Politieagent spelen heeft geen zin. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer mogelijkheden ze hebben om dingen achter je rug te doen.
Je kinderen gezond opvoeden.
Kinderen en jongeren moeten minstens 1 uur per dag bewegen (bijvoorbeeld buiten spelen, zwemmen, fietsen, wandelen). Dit uur mag gespreid worden over de dag, maar je kind moet minstens 10 minuten na elkaar bewegen.
Geef als ouder het goede voorbeeld en zorg voor zo veel mogelijk beweging in het dagelijkse leven: laat je kind met de fiets naar school gaan, neem de trap in plaats van de lift, …
Plan regelmatig bewegingsactiviteiten met het hele gezin.
Maak goede afspraken met je kind over het aantal uren dat het per dag mag tv-kijken of computerspelletjes mag spelen.
Een gezonde, evenwichtige voeding kan je samenstellen aan de hand van de actieve voedingsdriehoek
Gezond en evenwichtig eten betekent:
- vezelrijk eten;
- veel groenten en fruit eten;
- veel water drinken;
- geen te zware maaltijden, maar ook geen te lichte maaltijden gebruiken;
- je ontbijt niet overslaan;
- matig zijn met suiker en vet: frisdranken en energierijke tussendoortjes beperken.
Heb je vragen over het gewicht van je kind of heb je vastgesteld dat je kind overgewicht heeft, dan kan je terecht bij je huisarts of kinderarts. Als er sprake is van obesitas, kan er in overleg met de arts een behandeling opgestart worden. Vooral een kindvriendelijk zelfcontrole-behandelingsprogramma waarbij de arts, de diëtiste en de psycholoog samenwerken, blijkt succes te hebben. De ouders zijn de sleutelfiguren in elke behandeling van obesitas.
Antwoord 7
Het meest correct antwoord is: 1
1: Samen op stap gaan
Tegenwoordig moet je al aan ‘time-management’ doen om werk, gezin en vrije tijd te combineren.
Ouders hebben dan ook vaak het gevoel dat ze er niet voldoende zijn voor hun kind. De weinige tijd die ze hebben, investeren ze in hun zoon of dochter. Ze verwaarlozen de tijd die ze nodig hebben voor zichzelf en voor hun partner.
Het is zeker belangrijk dat je er als ouder bent voor je zoon of dochter. Maar een goede ouder zijn betekent niet dat je kind je leven moet domineren. Je bent zelf ook een persoon, met een relatie, met verwachtingen, …
Opvoeden is trouwens makkelijker als je het gevoel hebt dat je niets tekort komt in jouw behoeften aan intimiteit, vriendschap, tijd voor jezelf, … Tijd nemen voor jezelf zorgt er dan ook voor dat je meer kwaliteitsvolle tijd hebt met je kind.
Vergeet niet dat er nog andere levende wezens rondlopen dan je kinderen. Weggaan met vrienden, sporten, naar de bioscoop gaan, … kunnen een welkome afwisseling zijn om even op adem te komen en te genieten.
En wees gerust, jouw kind zal je dat niet kwalijk nemen.
(12690 kb)
Meer info
Wil je een gesprek over de opvoeding van je zoon of dochter, neem dan contact op met de opvoedingstelefoon (078 15 00 10) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Antwoord 8
Het meest correct antwoord is: 2
2: Je geeft de leraar gelijk en bespreekt met je kind zijn gedrag.
Filmpje (12456 kb)
Als je denkt ‘mijn kind pest niet’, dan kan dit volkomen terecht zijn. Maar er waren wellicht aanleidingen of omstandigheden waar je als ouder geen weet van hebt. Kinderen kunnen uit schaamte lang verzwijgen dat ze gepest worden. Om zich te verweren, gaan ze soms zelf anderen pesten.
10 jaar is ook een kwetsbare leeftijd. Als je in die leeftijdsfase anderen pest, kan er preventief nog veel worden bijgestuurd.
Pestgedrag is iets heel complex. Zelfs leerkrachten hebben er niet altijd zicht op. Samenscholingen aan de poort van de school vallen trouwens buiten hun blikveld.
Als je zoon straf krijgt, laat hem die dan schrijven. Ben je verbaasd omdat pesten niet in Godfrieds karakter ligt, dan kan je altijd eens contact opnemen met de leraar. Zo kom je meer te weten over het hoe en het waarom van dat pesten.
Meer info
Wil je een gesprek over de opvoeding van je zoon of dochter, neem dan contact op met de opvoedingstelefoon (078 15 00 10) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Antwoord 9
Het meest correct antwoord is: 3
3: Je legt je kinderen rustig uit wat er gebeurt.
Filmpje (18024 kb)
Seksuele opvoeding gebeurt zowel verbaal als non-verbaal. Hoe jij en je partner met elkaar omgaan maakt meer indruk op kinderen dan beelden of boekjes. Gaat de badkamerdeur altijd op slot? Knuffelen of zoenen jullie elkaar waar de kinderen bij zijn?
Door de wijze waarop je reageert op erotische of seksuele beelden in het bijzijn van de kinderen, geef je hun indirect duidelijke boodschappen mee. Kinderen voelen jouw reactie haarscherp aan. Ze merken wanneer het onderwerp ’seks’ hun ouders in verwarring brengt. Als kinderen een paar keren een vaag of ontwijkend antwoord krijgen, zullen ze geen vragen meer stellen. De kunst bestaat erin de natuurlijke nieuwsgierigheid van je kinderen niet af te remmen. Dit betekent dat je zelf actief kan inhaken op beelden en situaties, maar ook openstaat voor hun vragen.
Kinderen zijn geen aseksuele wezens. Je kan op elke leeftijd met je kind over seksualiteit praten. In het begin moet je er niet zoveel over zeggen en moet je niet zo diep op de dingen ingaan. Gebruik de woorden die jou het best liggen. Naarmate je kind ouder wordt en zich verder ontwikkelt, verandert de woordenschat. Hou één zaak voor ogen: wees niet bang dat je je kind te veel informatie geeft. Een kind onthoudt immers alleen die dingen die het interessant vindt en waar het aan toe is.
Seksuele opvoeding is je kinderen begeleiden in hun seksuele ontwikkeling. Je brengt hun hierbij ook waarden en normen bij en wijst hen de weg naar een veilige en gezonde seksualiteit. Het is belangrijk dat dit gebeurt in een sfeer waarin alle vragen gesteld kunnen worden en een eerlijk antwoord krijgen. Kinderen die op jonge leeftijd een warme en veilige band met hun ouders hebben, zijn later makkelijker in staat om intieme relaties aan te gaan.
Praten over seks met je kinderen is niet altijd eenvoudig. Vooral niet als je zelf geen goede voorbeelden hebt gezien. Gelukkig bestaan er interessante brochures voor ouders en heel wat leuke (voor)leesboekjes. Die kunnen je helpen bij het zoeken naar woorden, maar de boodschapper en het voorbeeld … dat ben jij als ouder.
(18024 kb)
Meer info
www.gezinsbond.be/seksenzo2, Gezinsbond
‘Praten met kinderen en jongeren over seksualiteit en relaties’. Dit is een gratis brochure van Sensoa in samenwerking met de Gezinsbond. Hierin vind je tips om met je kinderen over seks te praten.
www.sensoa.be
Opvoedingsquiz voor ouders van baby's of peuters
Je pikt je 3-jarige zoon Sergio op bij de onthaalmoeder. Hij wil niet met je mee en begint wild om zich heen te schoppen. Wat doe je?
- Je zegt: ‘Nog 5 minuutjes spelen en dan zijn we weg.’
- Je wacht tot de driftbui over is.
- Je tilt Sergio op en zet hem zonder pardon in de auto.
- Je zegt: ‘Sergio, pas op of ik vertrek zonder jou!’
Jef is net 2 jaar geworden. Hij vraagt vaak om naar tv te kijken. Wat kan er voor jou?
- Meestal mag hij van jou kijken als hij dat vraagt. Je bent blij dat hij dat doet. Op die momenten heb je even tijd om je huishouden bij te werken en is er wat rust in huis.
- Je probeert de tv aan te zetten op een vast moment tijdens de dag. Je kijkt mee met Jef.
- Je beslist om de tv de hele tijd te laten aanstaan. Hij kan dan kijken als hij wil. Als hij het niet interessant meer vindt, zal hij wel spelen.
De term ‘positief ouderschap’ komt de laatste tijd vaak voor in kranten, tijdschriften, op televisie. Wat betekent ‘positief ouderschap’ eigenlijk?
- Positief ouderschap is net het omgekeerde van wat vroeger in veel gezinnen gebeurde. De ouders beslisten toen over alles. Ze hadden weinig aandacht voor wat hun kinderen belangrijk vonden.
- Positief ouderschap wil zeggen dat je werk maakt van een warme en ondersteunende relatie met je kind, dat je op een positieve manier naar je kind kijkt en dat je positief reageert op wat je kind doet.
- Positief ouderschap bestaat niet. Het is een modieuze uitdrukking. Het is onmogelijk om in een gezin alles op een positieve en leuke manier te laten verlopen.
- Positief ouderschap houdt in dat je als ouder volop geniet van je kinderen. Je probeert er samen een leuke tijd van te maken. Daarom kan je het best zo weinig mogelijk grenzen stellen aan je kinderen. Je doet hun zo weinig mogelijk verdriet aan.
Je zoon van 2 jaar wordt ’s nachts vaak bang en huilend wakker. Hij wil dan niet in zijn bedje blijven. Hoe reageer je?
- Je laat hem huilen, na een tijdje stopt dat wel.
- Je neemt hem bij jou in bed.
- Je gaat naar hem toe en troost hem.
- Je zegt kordaat: jongen, nu zou ik willen dat je flink voortslaapt.
Het begint ’s nachts hevig te onweren. Het dondert en bliksemt en jouw peuter komt huilend aan je bed staan. Wat doe je?
- Je neemt je kind dicht bij jou in bed en waakt samen met je kind totdat het onweer over is. Er wordt niet over het onweer gesproken. Zo hoeft je kind niet bang te zijn.
- Je wordt boos omdat je kind voor een onweertje ’s nachts aan je bed staat. Je brengt je peuter prompt terug naar bed.
- Je zegt tegen je kind dat het onzin is om bang te zijn voor de donder: ‘Er is niets om bang voor te zijn, er is helemaal niks aan de hand.’ Je brengt je kind terug naar bed en zegt dat het niet bang hoeft te zijn.
- Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Marieke is 2 jaar en 2 maanden. Het is vakantie en je wil haar op het potje leren gaan. Ze wil niet en huilt als je haar op het potje zet. Wat doe je?
- Je vindt dat Marieke nu echt moet leren doorzetten, zodat ze zonder luier naar de kleuterschool kan. Je hebt trouwens nu de tijd om met haar te oefenen.
- Je probeert Marieke te overtuigen om toch op het potje te gaan. Ze mag een halfuur kijken naar haar prinsesjes-dvd als ze in haar potje plast.
- Je zegt kordaat tegen Marieke dat ze zich zo niet moet aanstellen. Iedereen leert plassen op een potje. Je zet haar op geregelde tijdstippen op haar potje, huilen of niet.
- Je beslist om enkele weken later opnieuw te proberen met het potje. Dat zeg je ook aan Marieke. Ondertussen laat je het staan op een zichtbare plaats.
Ellen is nu 22 maanden. Ze blijft vaak dingen doen die je echt niet wil, zoals het licht altijd maar weer aan- en uitdoen. Kan je haar in de hoek zetten?
- Nee. Voor kinderen onder de drie jaar werkt het niet om ze in de hoek te zetten. Ze snappen toch niet wat er gebeurt als je hen in de hoek zet.
- Ja. Als je al 100 keer gezegd hebt dat ze moet stoppen met spelen met de lichtschakelaar, kan je haar in de hoek zetten. Je laat haar het best een kwartiertje staan, zodat ze voelt dat je het meent.
- Nee. Een kind van 22 maanden komt direct uit de hoek. Het heeft dus geen zin.
- Ja. Als ze niet onmiddellijk stopt met de lichtschakelaar aan en uit te doen nadat je het vroeg, kan je haar even in de hoek zetten. Je zegt kort waarom.
Thomas is 9 maanden. Sinds kort begint hij elke ochtend te huilen als jullie binnenkomen bij de onthaalmoeder. Hij klampt zich aan jou vast en wil niet naar binnen. Wat doe je?
- Als je ’s morgens vertrekt naar de onthaalmoeder, verwittig je Thomas al dat hij zich niet moet aanstellen als je bij de onthaalmoeder bent. Jij moet tenslotte je trein halen en het is toch fijn bij de onthaalmoeder.
- Je bespreekt met de onthaalmoeder dat het even moeilijker gaat en maakt afspraken hoe je de overgang van mama naar de onthaalmoeder makkelijker kan maken voor Thomas. Je zorgt voor een kort en duidelijk afscheid. De onthaalmoeder neemt Thomas op en geeft hem een knuffel.
- Je ziet het niet meer zitten en neemt Thomas terug mee naar huis. Je vraagt aan oma en opa of zij die dag op Thomas willen passen.
- Je krijgt zelf de krop in de keel en zou wel willen meehuilen met Thomas. Je vindt het moeilijk om hem bij de onthaalmoeder te laten. Je blijft tot je echt moet vertrekken naar je werk.
Anke is 3 weken. Ze ligt in de wieg in de woonkamer. Je bent samen met je partner in de keuken en er ontstaat een hevige ruzie. Er wordt heen en weer geschreeuwd. Wat betekent dat voor Anke?
- Een baby weet nog niet wat er allemaal rondom hem gebeurt. Het maakt niet uit wat er gebeurt in huis. Pas als kinderen ouder zijn is het belangrijk om geen ruzie meer te maken waar ze bij zijn.
- Anke huilt niet als jullie ruziemaken. Het zal dus wel niet erg zijn voor haar.
- Ook kleine baby’s voelen spanningen aan. Je bespreekt met je partner hoe jullie nieuwe ruzies aanpakken. Je probeert op een rustige manier om te gaan met Anke.
- Ruziemaken hoort nu eenmaal bij het leven. Anke zal ermee moeten leren leven dat er af en toe geschreeuwd wordt.
Het meest correcte antwoord is...
2: Je wacht tot de driftbui over is.
Kinderen hebben hun eigen bezigheden, waarin ze vaak volledig opgaan. Sergio weet niet wanneer zijn mama of papa komt. Hij kent hun programma niet, ook niet als dit elke dag hetzelfde is.
Als de activiteit waarin Sergio volledig opgaat, abrupt afgebroken wordt, kan hij heel kwaad worden. Een kind van 3 jaar beschikt nog niet over de woordenschat om ongenoegen te uiten. Hij heeft het bovendien erg moeilijk om zijn gevoelens onder woorden te brengen. Een driftbui is daarom een prima manier om zijn ongenoegen duidelijk te maken.
Hoe kan je een driftbui in deze situatie voorkomen?
Als je bij de onthaalmoeder binnenkomt, vertel dan aan Sergio wat er te gebeuren staat: ‘Ik ga nu nog even praten met de onthaalmoeder en daarna nemen we je spullen en vertrekken we. Kleur jij nog maar wat verder aan je tekening.’
Waarschuw Sergio daarna dat jullie bijna gaan vertrekken: ‘Sergio, als je papa getekend hebt, is het tijd om te vertrekken.’
Ga hem pas daarna effectief halen.
Sergio wist dat het eraan kwam. De kans is groot dat hij nu geen driftbui krijgt.
Wat als die driftbui er toch komt?
De meeste kinderen tussen anderhalf en 4 jaar worden heel kwaad als iets niet gebeurt zoals zij dat willen. Als ze aandacht willen, dan willen ze die onmiddellijk en niet straks. Het feit dat jij bijvoorbeeld aan het telefoneren bent, verandert niets aan hun wens. Driftbuien zijn lastig voor ouders, en niet altijd te voorkomen.
Tips:
- Beloon je kind niet voor zijn driftbui. Als je kind driftig wordt omdat het geen snoepje krijgt aan de kassa en deze driftbui eindigt in het krijgen van dat snoepje, dan kan je er zeker van zijn dat het in de toekomst nog driftig zal worden. Dat is voor je kind immers een uitstekende manier gebleken om te krijgen wat het wil. Toegeven is dus geen goed idee.
- Driftbuien worden vaak erger als het kind bij die driftbui aandacht krijgt. Negeren is dus de beste oplossing. Negeren wil zeggen: gewoon wachten tot de driftbui overgaat. Een eerste keer kan dit heel lang duren, vooral als het kind gewoon is dat het zijn zin krijgt bij een driftbui. Na verloop van tijd zullen de driftbuien minder lang duren. Vanaf de leeftijd van 4 jaar verdwijnen ze geleidelijk.
Meer info
Kan je vinden in de 'Kinderkwestie Drift en koppigheid op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 2.
Het meest correcte antwoord is:
2: Je probeert de tv aan te zetten op een vast moment tijdens de dag. Je kijkt mee met Jef.
Naar televisie of naar een computerscherm kijken kan voor jonge kinderen een leuke bezigheid zijn. Het is fijn, net zoals het fijn is voor hen om contrasten van een mobile te volgen of de inhoud van mama’s handtas te onderzoeken.
Baby’s beseffen nog niet wat ze op een scherm zien. Contrasten die ze zien, kunnen ze wel leuk vinden en ook de muziek en de geluiden trekken hun aandacht. Vanaf de leeftijd van ongeveer een jaar vinden kinderen peuterprogramma’s leuk. De trein uit het boekje maakt op televisie ook geluiden. Voor de leeftijd van 2 jaar leren kinderen niet echt iets van dergelijke programma’s. Ze hebben geen tv nodig voor hun ontwikkeling. Baby’s en jonge kinderen kunnen zich bovendien nog niet lang concentreren. Ze kunnen erg onrustig worden van tv-kijken.
Rond de leeftijd van 2 jaar wordt een kind interactiever met televisie en computer. Het kind ontdekt een verhaal en hoofdfiguren. Op deze leeftijd kan tv-kijken leerzaam zijn, op voorwaarde dat het programma afgestemd is op de leeftijd van het kind. En ook: op voorwaarde dat jij meekijkt en dat jullie aan elkaar vertellen wat jullie zien. Uit het samen bezig zijn leren kinderen het meest. Een kind op zijn eentje naar tv laten kijken is niet altijd een goed idee. Kinderen begrijpen niet goed wat ze zien en kunnen erg bang worden.
Je kan proberen vaste momenten in te bouwen tijdens de dag waarop je kind kan kijken naar televisie, bv. na het vieruurtje. Dat schept duidelijkheid en je kind moet niet zeuren om te weten wanneer het tv mag kijken. Beperk wel de hoeveelheid tv-tijd per dag. Je kan vooraf zeggen wanneer de tv weer uit moet (bv. met een kookwekkertje).
Belangrijk: onderbreek je kind niet in zijn spel om het naar een tv-programma te laten kijken.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn op het nummer 078 150 100 of met een opvoedingswinkel in je buurt.
Ga naar vraag 3.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je zegt kordaat: jongen, nu zou ik willen dat je flink voortslaapt.
Tips voor een goede nachtrust: voorbereiding, ritueel, omgeving en ’s nachts.
Voorbereiding
-
Laat je kind zich 10 à 20 minuten ontspannen voor het naar bed gaat.
-
Stimuleer je kind om voor het slapengaan rustig te spelen of in een boekje te kijken. Drukke spelletjes, spannende films op tv of dvd, flitsende computerspelletjes zijn niet bevorderlijk voor een goede nachtrust. De beelden en de indrukken net voor het slapengaan moeten immers in bed nog verwerkt worden.
-
Kondig vooraf aan wanneer je kind moet gaan slapen en blijf daarbij.
-
Vertel het kind rustig maar kordaat dat het ‘nu’ moet gaan slapen.
-
Geef aan je kind niet de indruk dat je opziet tegen het ‘slaapdrama’.
-
Neem als ouders beiden dezelfde houding aan.
Ritueel
-
Maak van het slapengaan een dagelijks ritueel met een vaste opeenvolging van dezelfde gebeurtenissen (badje, tanden poetsen, verhaaltje, …).
-
Een ouder kind vraagt soms om nog wat te lezen. Spreek dan af dat je na een kwartier of een halfuur nog even welterusten komt zeggen. Op de afgesproken tijd ben je duidelijk en kordaat.
-
Vermijd lange slaaprituelen waar geen eind aan lijkt te komen en die het kind telkens weer de gelegenheid geven iets te vinden om de aandacht te trekken.
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 4.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Angst is een primaire reactie bij dreiging of gevaar. Het is heel functioneel, want het maakt dat je alert blijft en voorzichtig bent. Angst hoort bij elke verandering en bij elke nieuwe situatie. Het is dus erg belangrijk om er al van jongs af aan goed mee te leren omgaan, zodat je kind leert omgaan met de uitdagingen van zijn kindertijd.
Tijdens de peutertijd gaat je kind steeds meer de wereld om hem heen verkennen en begrijpen. Dit zal eerst nieuwe angsten opleveren, maar ook mogelijkheden om te leren omgaan met angst. Angst bij peuters kan ontstaan door dingen die buiten hun invloed of begrip gebeuren, zoals bijvoorbeeld een onweer of een storm. Angst kan ook ontstaan door een vervelende of pijnlijke ervaring, maar angst kan ook aan de magische fantasie van je peuter ontspruiten. Dit gebeurt wanneer fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen. Zo kan een peuter angstig zijn voor een pluisje in de lucht dat voor hem een eng diertje wordt.
Aan het eind van de peutertijd is je kind al gevoelig voor de beoordeling van anderen, vooral van de ouders.
Je kan als ouder het best de angst van je kind ernstig nemen en het stapsgewijs met zijn angsten leren omgaan. Als je zelf het goede voorbeeld geeft, je kind de angst laat benoemen en samen met je kind zoekt wat je kan doen om niet bang te zijn, zal de angst snel verdwijnen. Blijf ’s nachts geen aandacht besteden aan de angst van je kind. Als je kind rustig wordt, breng het dan beslist naar zijn bed. Het kan er overdag ruimschoots op terugkomen. Is de angst niet te stoppen, laat je kind dan geen uren alleen wakker op zijn kamer liggen. Het kan geen kwaad om je kind voor één keer bij jou op de kamer te nemen.
Het vermijden van angstige situaties werkt averechts en versterkt de angst bij je kind. Ook boos worden versterkt de angst en doet de spanning bij je kind toenemen. Als je meelijdt of zelf ook bang wordt, versterk je het onveiligheidsgevoel van je kind.
Meer info
Op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 5.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Angst is een primaire reactie bij dreiging of gevaar. Het is heel functioneel, want het maakt dat je alert blijft en voorzichtig bent. Angst hoort bij elke verandering en bij elke nieuwe situatie. Het is dus erg belangrijk om er al van jongs af aan goed mee te leren omgaan, zodat je kind leert omgaan met de uitdagingen van zijn kindertijd.
Tijdens de peutertijd gaat je kind steeds meer de wereld om hem heen verkennen en begrijpen. Dit zal eerst nieuwe angsten opleveren, maar ook mogelijkheden om te leren omgaan met angst. Angst bij peuters kan ontstaan door dingen die buiten hun invloed of begrip gebeuren, zoals bijvoorbeeld een onweer of een storm. Angst kan ook ontstaan door een vervelende of pijnlijke ervaring, maar angst kan ook aan de magische fantasie van je peuter ontspruiten. Dit gebeurt wanneer fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen. Zo kan een peuter angstig zijn voor een pluisje in de lucht dat voor hem een eng diertje wordt.
Aan het eind van de peutertijd is je kind al gevoelig voor de beoordeling van anderen, vooral van de ouders.
Je kan als ouder het best de angst van je kind ernstig nemen en het stapsgewijs met zijn angsten leren omgaan. Als je zelf het goede voorbeeld geeft, je kind de angst laat benoemen en samen met je kind zoekt wat je kan doen om niet bang te zijn, zal de angst snel verdwijnen. Blijf ’s nachts geen aandacht besteden aan de angst van je kind. Als je kind rustig wordt, breng het dan beslist naar zijn bed. Het kan er overdag ruimschoots op terugkomen. Is de angst niet te stoppen, laat je kind dan geen uren alleen wakker op zijn kamer liggen. Het kan geen kwaad om je kind voor één keer bij jou op de kamer te nemen.
Het vermijden van angstige situaties werkt averechts en versterkt de angst bij je kind. Ook boos worden versterkt de angst en doet de spanning bij je kind toenemen. Als je meelijdt of zelf ook bang wordt, versterk je het onveiligheidsgevoel van je kind.
Meer info
Op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 6.
Antwoord op vraag 6
Het meest correcte antwoord is:
4) Je beslist om enkele weken later opnieuw te proberen met het potje. Dat zeg je ook aan Marieke. Ondertussen laat je het staan op een zichtbare plaats.
Tussen 2 en 5 jaar worden kinderen zindelijk. Dit gebeurt niet noodzakelijk net voor de eerste schooldag of net tijdens de vakantieperiode. Elk kind wordt zindelijk in zijn eigen tempo. Het hoort bij de ontwikkeling van een kind en moet dus zeker niet bij wijze van ‘training’ aangeleerd worden.
Als ouder kan je de interesse van je kind voor zindelijkheid opwekken of ondersteunen. Je kan een potje in het zicht zetten in het toilet of op een plekje in de woonkamer. Je kan je kind laten meegaan als jij naar het toilet gaat, als het daarnaar vraagt. Je kan op een positieve manier over plassen en stoelgang praten of er samen leuke boekjes over lezen.
Het belangrijkste is het tempo van je kind te volgen. Je kan merken dat je kindje rijp is om op het potje te gaan. Misschien heeft je kind regelmatig droge luiers (periodes van 2 uur), toont je kind interesse voor het potje, praat het erover of vertelt het spontaan dat het geplast heeft of stoelgang heeft in de luier.
Als je die signalen opmerkt, kan je je kind voorstellen om op het potje te gaan. Je kiest aanvankelijk het best vaste momenten tijdens de dag om naar het potje te gaan. Je laat je kindje zonder luier rondlopen. Je kind verdient een applaus om op het potje te zitten (niet alleen als er iets in het potje is). Ongelukjes horen erbij. Blijf dan zelf rustig en stel je kindje gerust.
Als kinderen huilen, bang zijn, niet op het potje willen, kan je het best even wachten. Een kind extra onder druk zetten heeft meestal het tegenovergestelde resultaat. Je kind voelt zich gespannen, bang dat het niet zal lukken. Je stelt daarom het best ook geen beloning in het vooruitzicht als extra ‘aanmoediging’. Vaak lukt het kinderen niet om toch te plassen en wordt het potje gezien als iets wat helemaal niet leuk is. Zo ben je nog verder weg van huis.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 7.
Het meest correcte antwoord is:
4: Ja. Als ze niet onmiddellijk stopt met de lichtschakelaar aan en uit te doen nadat je het vroeg, kan je haar even in de hoek zetten. Je zegt kort waarom.
Een kind in de hoek zetten is een goede en eenvoudige manier van reageren om je kind iets te leren. Vanaf ongeveer anderhalf jaar kan je de principes van in de hoek zetten toepassen.
Probeer eerst uit te zoeken waarom je kind niet gehoorzaamt. Als kinderen niet doen wat je wil, kunnen er verschillende redenen voor zijn: ze hebben jouw aandacht nodig, ze vervelen zich, … Probeer dus uit te zoeken waarom een kind bv. met de lichtschakelaar speelt. Je kan je kind op weg zetten met een ander speeltje of je kan afspreken om samen iets te doen als de aardappelen geschild zijn.
Denk vooraf goed na over wat je echt belangrijk vindt om op te reageren en waarvoor je de hoek wil gebruiken. Een peuter probeert heel veel uit en je wil natuurlijk niet de hele dag reageren op alles wat je kind doet. Je kan beter snel ingrijpen als je kind niet doet wat je vraagt. Als je lang wacht en vaak herhaalt wat niet mag, verlies je uiteindelijk je geduld. Je kind krijgt dan veel aandacht en jij voelt je boos.
Als je je kind toch in de hoek zet, zeg je kind dan duidelijk en rustig wat het verkeerd deed (‘je speelde met het licht en je stopte daar niet mee toen ik het vroeg’). Vertel daarna wat er gaat gebeuren (‘en daarom zet ik jou nu in de hoek’). Ga na een korte tijd (bv. 1 minuut) terug naar je kind. Je kan je kind zeggen dat het goed is blijven staan en het weer goedmaken met elkaar. Probeer je kind daarna op weg te zetten met wat speelgoed, zodat het weer actief bezig kan zijn.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 8.
Het meest correcte antwoord is:
B: Je bespreekt met de onthaalmoeder dat het even moeilijker gaat en maakt afspraken hoe je de overgang van mama naar de onthaalmoeder makkelijker kan maken voor Thomas. Je zorgt voor een kort en duidelijk afscheid. De onthaalmoeder neemt Thomas op en geeft hem een knuffel.
Het is heel normaal dat kinderen het op sommige momenten moeilijk hebben met het afscheid van ouders, bv. als een kind naar een onthaalouder gaat. Vaak komt dit voor bij kinderen van 8 tot 10 maanden. De reden is meestal scheidingsangst.
Kinderen beginnen vanaf die leeftijd een duidelijk onderscheid te maken tussen zichzelf en de vertrouwde mama of papa. Plots beseffen ze dat zijzelf en hun ouder twee verschillende personen zijn. Als mama of papa weggaat, worden ze bang. Ze weten immers nog niet dat ouders ook terugkeren. Dat leren ze elke dag opnieuw.
Als je kind het moeilijk heeft als je weggaat, kan je met de verzorgers in de opvang bespreken hoe je je kind kan helpen. Een kort en duidelijk afscheid is het makkelijkst voor je kind. Wens je kind op een lieve manier een fijne dag, geef het een knuffel en zeg dat je het weer komt halen. Als je zelf laat zien dat je bang bent of verdrietig, geef je de boodschap dat je de situatie ook niet helemaal vertrouwt. Dit maakt je kind nog angstiger. Toon dus aan je kind dat je zelf gelooft dat het goed zal gaan met hem in de opvang. Een beetje extra aandacht van de verzorgers of onthaalouder kan je kindje over de streep trekken. Meestal stopt je kind met huilen binnen de 5 minuten nadat jij bent weggegaan.
Ook op latere leeftijd kan het kind het moeilijk krijgen om afscheid te nemen. Soms is dat een signaal dat je kind het ergens wat moeilijker mee heeft. Het heeft je dan immers opnieuw meer nodig. Het kan bv. gaan om een periode dat je kindje ziek wordt. Je kan niet altijd uitzoeken of er iets aan de hand is. Praat er in elk geval over met de verzorgers in de opvang. Misschien hebben zij iets opgemerkt of kunnen ze je geruststellen. De bovengenoemde aanpak brengt het meest rust en duidelijkheid voor je kind.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 9.
Antwoord op vraag 9
Het meest correcte antwoord is:
3: Ook kleine baby’s voelen spanningen aan. Je bespreekt met je partner hoe jullie nieuwe ruzies aanpakken. Je probeert op een rustige manier om te gaan met Anke.
Dat ouders af en toe onderlinge spanningen, meningsverschillen of ruzie hebben, hoort er inderdaad bij. Soms is het zelfs moeilijker rond de geboorte van een nieuwe baby. Een geboorte brengt heel wat veranderingen met zich mee. Je zoekt naar een nieuwe indeling van je dag, je bent moe van de voedingen ’s nachts, moeders voelen zich lichamelijk nog niet helemaal in orde, …
Toch is het belangrijk om te weten dat baby’s vanaf het begin heel gevoelig zijn voor wat er rondom hen gebeurt. Ze hebben als het ware voelsprieten om aan te voelen hoe de sfeer in huis is. Soms merk je dat niet aan hen. Bij andere baby’s merk je dat ze, door wat ze doen, tonen dat ze de spanningen hebben opgemerkt. Hun lijfje voelt minder soepel aan, ze zijn moeilijker te troosten in die periode, … Veel ouders zijn zich hier niet van bewust.
Als je als ouder ruzie hebt, beïnvloedt dat ook de manier waarop je met je baby omgaat. Je bent misschien minder alert op wat je baby nodig heeft. Of je voelt je gespannen, waardoor het voor jou moeilijk is om je baby te troosten. Je baby huilt dan weer langer, waardoor jij nog meer gespannen kan raken.
Probeer goed te kijken naar je kind en naar wat het nodig heeft en tracht zo goed mogelijk in te gaan op wat het nodig heeft. Probeer te praten tegen je baby. Vertel hem gerust dat jullie even ruzie hebben en dat jij je wat minder goed in je vel voelt. De baby begrijpt uiteraard de inhoud van je woorden niet, maar wel je toon.
Meer info
Als je het echt moeilijk hebt, twijfel dan niet om een beroep te doen op anderen om je even te helpen (je ouders, je familie, je vrienden). Als je langdurige ruzies hebt, kan je een beroep doen op professionelen om je situatie te bespreken.
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Opvoedingsquiz
Of je nu ouder bent van een baby of puber, opvoeden doe je elke dag.
In de quiz plaatsten we vaak voorkomende situaties bijeen. Kom jij ook in zo’n situaties en / of ben je nieuwsgierig hoe je best omgaat met deze situaties, doe dan mee aan de opvoedingsquiz!
Er zijn drie quizen op groeimee.be:
- Quiz voor ouders van baby's of peuters,
- Quiz voor ouders van lagere school kinderen,
- Quiz voor ouders van een puber.
Deze opvoedingsquizen kwamen tot stand met medewerking van de Gezinsbond, het tijdschrift Klasse voor Ouders, Kind en Gezin en Prof. Peter Adriaenssens.
Veel quizplezier!

