positief opvoeden
Positief opvoeden
Positief opvoeden
Kinderen opvoeden kan je op veel manieren doen. Positief opvoeden is gewoon een manier van opvoeden.
In dit dossier lees je wat positief opvoeden is en wat je er als ouder mee kan doen.
Week van de opvoeding: 16 tot 23 mei 2010
De Week van de Opvoeding wordt elk jaar georganiseerd van 16 tot 23 mei. Overal in Vlaanderen en Brussel worden dan boeiende en leuke activiteiten georganiseerd voor ouders en kinderen.
In 2010 stond de Week van de Opvoeding in het thema van 'Opvoeden is Samenspel'. Opvoeden is samenspel heeft vele betekenissen : bijv. dat kinderen opvoeden door velen samen gebeurt, maar ook dat samen spelen belangrijk is in het opvoeden van kinderen.
Opvoeden gaat makkelijker als je het samen doet. Als je terecht kunt bij vrienden, familie en vrienden kan het grootbrengen van je kinderen soms stukken gemakkelijker gaan. Vandaag de dag is dat echter niet altijd even voor de hand liggend. Een paar tips kan je in dit artikel lezen.
Opvoeden is ook samen spelen! Spelen hoort bij kinderen. Maar ook grote mensen kunnen spelen en samen spelen met je kinderen kan heel leuk zijn. Zowel voor jezelf als voor je kind. Lees er hier meer over.
De Week van de Opvoeding gaat ook over positief opvoeden. Als je wil weten wat positief opvoeden is kan je ons artikel over positief opvoeden lezen. We hebben ook een dossier en filmpjes met meer uitleg over positief opvoeden en hoe je dat aanpakt.
Naar aanloop van de Week van de Opvoeding organiseerde het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO) een opvoeddebat. Met het debat hadden ouders de mogelijkheid om te vertellen over de opvoeding van hun kinderen en wat zij daar belangrijk bij vinden. Het verslag van het debat kan je hier lezen.

Opvoedingsquiz voor ouders van baby's of peuters
Je pikt je 3-jarige zoon Sergio op bij de onthaalmoeder. Hij wil niet met je mee en begint wild om zich heen te schoppen. Wat doe je?
- Je zegt: ‘Nog 5 minuutjes spelen en dan zijn we weg.’
- Je wacht tot de driftbui over is.
- Je tilt Sergio op en zet hem zonder pardon in de auto.
- Je zegt: ‘Sergio, pas op of ik vertrek zonder jou!’
Jef is net 2 jaar geworden. Hij vraagt vaak om naar tv te kijken. Wat kan er voor jou?
- Meestal mag hij van jou kijken als hij dat vraagt. Je bent blij dat hij dat doet. Op die momenten heb je even tijd om je huishouden bij te werken en is er wat rust in huis.
- Je probeert de tv aan te zetten op een vast moment tijdens de dag. Je kijkt mee met Jef.
- Je beslist om de tv de hele tijd te laten aanstaan. Hij kan dan kijken als hij wil. Als hij het niet interessant meer vindt, zal hij wel spelen.
De term ‘positief ouderschap’ komt de laatste tijd vaak voor in kranten, tijdschriften, op televisie. Wat betekent ‘positief ouderschap’ eigenlijk?
- Positief ouderschap is net het omgekeerde van wat vroeger in veel gezinnen gebeurde. De ouders beslisten toen over alles. Ze hadden weinig aandacht voor wat hun kinderen belangrijk vonden.
- Positief ouderschap wil zeggen dat je werk maakt van een warme en ondersteunende relatie met je kind, dat je op een positieve manier naar je kind kijkt en dat je positief reageert op wat je kind doet.
- Positief ouderschap bestaat niet. Het is een modieuze uitdrukking. Het is onmogelijk om in een gezin alles op een positieve en leuke manier te laten verlopen.
- Positief ouderschap houdt in dat je als ouder volop geniet van je kinderen. Je probeert er samen een leuke tijd van te maken. Daarom kan je het best zo weinig mogelijk grenzen stellen aan je kinderen. Je doet hun zo weinig mogelijk verdriet aan.
Je zoon van 2 jaar wordt ’s nachts vaak bang en huilend wakker. Hij wil dan niet in zijn bedje blijven. Hoe reageer je?
- Je laat hem huilen, na een tijdje stopt dat wel.
- Je neemt hem bij jou in bed.
- Je gaat naar hem toe en troost hem.
- Je zegt kordaat: jongen, nu zou ik willen dat je flink voortslaapt.
Het begint ’s nachts hevig te onweren. Het dondert en bliksemt en jouw peuter komt huilend aan je bed staan. Wat doe je?
- Je neemt je kind dicht bij jou in bed en waakt samen met je kind totdat het onweer over is. Er wordt niet over het onweer gesproken. Zo hoeft je kind niet bang te zijn.
- Je wordt boos omdat je kind voor een onweertje ’s nachts aan je bed staat. Je brengt je peuter prompt terug naar bed.
- Je zegt tegen je kind dat het onzin is om bang te zijn voor de donder: ‘Er is niets om bang voor te zijn, er is helemaal niks aan de hand.’ Je brengt je kind terug naar bed en zegt dat het niet bang hoeft te zijn.
- Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Marieke is 2 jaar en 2 maanden. Het is vakantie en je wil haar op het potje leren gaan. Ze wil niet en huilt als je haar op het potje zet. Wat doe je?
- Je vindt dat Marieke nu echt moet leren doorzetten, zodat ze zonder luier naar de kleuterschool kan. Je hebt trouwens nu de tijd om met haar te oefenen.
- Je probeert Marieke te overtuigen om toch op het potje te gaan. Ze mag een halfuur kijken naar haar prinsesjes-dvd als ze in haar potje plast.
- Je zegt kordaat tegen Marieke dat ze zich zo niet moet aanstellen. Iedereen leert plassen op een potje. Je zet haar op geregelde tijdstippen op haar potje, huilen of niet.
- Je beslist om enkele weken later opnieuw te proberen met het potje. Dat zeg je ook aan Marieke. Ondertussen laat je het staan op een zichtbare plaats.
Ellen is nu 22 maanden. Ze blijft vaak dingen doen die je echt niet wil, zoals het licht altijd maar weer aan- en uitdoen. Kan je haar in de hoek zetten?
- Nee. Voor kinderen onder de drie jaar werkt het niet om ze in de hoek te zetten. Ze snappen toch niet wat er gebeurt als je hen in de hoek zet.
- Ja. Als je al 100 keer gezegd hebt dat ze moet stoppen met spelen met de lichtschakelaar, kan je haar in de hoek zetten. Je laat haar het best een kwartiertje staan, zodat ze voelt dat je het meent.
- Nee. Een kind van 22 maanden komt direct uit de hoek. Het heeft dus geen zin.
- Ja. Als ze niet onmiddellijk stopt met de lichtschakelaar aan en uit te doen nadat je het vroeg, kan je haar even in de hoek zetten. Je zegt kort waarom.
Thomas is 9 maanden. Sinds kort begint hij elke ochtend te huilen als jullie binnenkomen bij de onthaalmoeder. Hij klampt zich aan jou vast en wil niet naar binnen. Wat doe je?
- Als je ’s morgens vertrekt naar de onthaalmoeder, verwittig je Thomas al dat hij zich niet moet aanstellen als je bij de onthaalmoeder bent. Jij moet tenslotte je trein halen en het is toch fijn bij de onthaalmoeder.
- Je bespreekt met de onthaalmoeder dat het even moeilijker gaat en maakt afspraken hoe je de overgang van mama naar de onthaalmoeder makkelijker kan maken voor Thomas. Je zorgt voor een kort en duidelijk afscheid. De onthaalmoeder neemt Thomas op en geeft hem een knuffel.
- Je ziet het niet meer zitten en neemt Thomas terug mee naar huis. Je vraagt aan oma en opa of zij die dag op Thomas willen passen.
- Je krijgt zelf de krop in de keel en zou wel willen meehuilen met Thomas. Je vindt het moeilijk om hem bij de onthaalmoeder te laten. Je blijft tot je echt moet vertrekken naar je werk.
Anke is 3 weken. Ze ligt in de wieg in de woonkamer. Je bent samen met je partner in de keuken en er ontstaat een hevige ruzie. Er wordt heen en weer geschreeuwd. Wat betekent dat voor Anke?
- Een baby weet nog niet wat er allemaal rondom hem gebeurt. Het maakt niet uit wat er gebeurt in huis. Pas als kinderen ouder zijn is het belangrijk om geen ruzie meer te maken waar ze bij zijn.
- Anke huilt niet als jullie ruziemaken. Het zal dus wel niet erg zijn voor haar.
- Ook kleine baby’s voelen spanningen aan. Je bespreekt met je partner hoe jullie nieuwe ruzies aanpakken. Je probeert op een rustige manier om te gaan met Anke.
- Ruziemaken hoort nu eenmaal bij het leven. Anke zal ermee moeten leren leven dat er af en toe geschreeuwd wordt.
Het meest correcte antwoord is...
2: Je wacht tot de driftbui over is.
Kinderen hebben hun eigen bezigheden, waarin ze vaak volledig opgaan. Sergio weet niet wanneer zijn mama of papa komt. Hij kent hun programma niet, ook niet als dit elke dag hetzelfde is.
Als de activiteit waarin Sergio volledig opgaat, abrupt afgebroken wordt, kan hij heel kwaad worden. Een kind van 3 jaar beschikt nog niet over de woordenschat om ongenoegen te uiten. Hij heeft het bovendien erg moeilijk om zijn gevoelens onder woorden te brengen. Een driftbui is daarom een prima manier om zijn ongenoegen duidelijk te maken.
Hoe kan je een driftbui in deze situatie voorkomen?
Als je bij de onthaalmoeder binnenkomt, vertel dan aan Sergio wat er te gebeuren staat: ‘Ik ga nu nog even praten met de onthaalmoeder en daarna nemen we je spullen en vertrekken we. Kleur jij nog maar wat verder aan je tekening.’
Waarschuw Sergio daarna dat jullie bijna gaan vertrekken: ‘Sergio, als je papa getekend hebt, is het tijd om te vertrekken.’
Ga hem pas daarna effectief halen.
Sergio wist dat het eraan kwam. De kans is groot dat hij nu geen driftbui krijgt.
Wat als die driftbui er toch komt?
De meeste kinderen tussen anderhalf en 4 jaar worden heel kwaad als iets niet gebeurt zoals zij dat willen. Als ze aandacht willen, dan willen ze die onmiddellijk en niet straks. Het feit dat jij bijvoorbeeld aan het telefoneren bent, verandert niets aan hun wens. Driftbuien zijn lastig voor ouders, en niet altijd te voorkomen.
Tips:
- Beloon je kind niet voor zijn driftbui. Als je kind driftig wordt omdat het geen snoepje krijgt aan de kassa en deze driftbui eindigt in het krijgen van dat snoepje, dan kan je er zeker van zijn dat het in de toekomst nog driftig zal worden. Dat is voor je kind immers een uitstekende manier gebleken om te krijgen wat het wil. Toegeven is dus geen goed idee.
- Driftbuien worden vaak erger als het kind bij die driftbui aandacht krijgt. Negeren is dus de beste oplossing. Negeren wil zeggen: gewoon wachten tot de driftbui overgaat. Een eerste keer kan dit heel lang duren, vooral als het kind gewoon is dat het zijn zin krijgt bij een driftbui. Na verloop van tijd zullen de driftbuien minder lang duren. Vanaf de leeftijd van 4 jaar verdwijnen ze geleidelijk.
Meer info
Kan je vinden in de 'Kinderkwestie Drift en koppigheid op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 2.
Het meest correcte antwoord is:
2: Je probeert de tv aan te zetten op een vast moment tijdens de dag. Je kijkt mee met Jef.
Naar televisie of naar een computerscherm kijken kan voor jonge kinderen een leuke bezigheid zijn. Het is fijn, net zoals het fijn is voor hen om contrasten van een mobile te volgen of de inhoud van mama’s handtas te onderzoeken.
Baby’s beseffen nog niet wat ze op een scherm zien. Contrasten die ze zien, kunnen ze wel leuk vinden en ook de muziek en de geluiden trekken hun aandacht. Vanaf de leeftijd van ongeveer een jaar vinden kinderen peuterprogramma’s leuk. De trein uit het boekje maakt op televisie ook geluiden. Voor de leeftijd van 2 jaar leren kinderen niet echt iets van dergelijke programma’s. Ze hebben geen tv nodig voor hun ontwikkeling. Baby’s en jonge kinderen kunnen zich bovendien nog niet lang concentreren. Ze kunnen erg onrustig worden van tv-kijken.
Rond de leeftijd van 2 jaar wordt een kind interactiever met televisie en computer. Het kind ontdekt een verhaal en hoofdfiguren. Op deze leeftijd kan tv-kijken leerzaam zijn, op voorwaarde dat het programma afgestemd is op de leeftijd van het kind. En ook: op voorwaarde dat jij meekijkt en dat jullie aan elkaar vertellen wat jullie zien. Uit het samen bezig zijn leren kinderen het meest. Een kind op zijn eentje naar tv laten kijken is niet altijd een goed idee. Kinderen begrijpen niet goed wat ze zien en kunnen erg bang worden.
Je kan proberen vaste momenten in te bouwen tijdens de dag waarop je kind kan kijken naar televisie, bv. na het vieruurtje. Dat schept duidelijkheid en je kind moet niet zeuren om te weten wanneer het tv mag kijken. Beperk wel de hoeveelheid tv-tijd per dag. Je kan vooraf zeggen wanneer de tv weer uit moet (bv. met een kookwekkertje).
Belangrijk: onderbreek je kind niet in zijn spel om het naar een tv-programma te laten kijken.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn op het nummer 078 150 100 of met een opvoedingswinkel in je buurt.
Ga naar vraag 3.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je zegt kordaat: jongen, nu zou ik willen dat je flink voortslaapt.
Tips voor een goede nachtrust: voorbereiding, ritueel, omgeving en ’s nachts.
Voorbereiding
-
Laat je kind zich 10 à 20 minuten ontspannen voor het naar bed gaat.
-
Stimuleer je kind om voor het slapengaan rustig te spelen of in een boekje te kijken. Drukke spelletjes, spannende films op tv of dvd, flitsende computerspelletjes zijn niet bevorderlijk voor een goede nachtrust. De beelden en de indrukken net voor het slapengaan moeten immers in bed nog verwerkt worden.
-
Kondig vooraf aan wanneer je kind moet gaan slapen en blijf daarbij.
-
Vertel het kind rustig maar kordaat dat het ‘nu’ moet gaan slapen.
-
Geef aan je kind niet de indruk dat je opziet tegen het ‘slaapdrama’.
-
Neem als ouders beiden dezelfde houding aan.
Ritueel
-
Maak van het slapengaan een dagelijks ritueel met een vaste opeenvolging van dezelfde gebeurtenissen (badje, tanden poetsen, verhaaltje, …).
-
Een ouder kind vraagt soms om nog wat te lezen. Spreek dan af dat je na een kwartier of een halfuur nog even welterusten komt zeggen. Op de afgesproken tijd ben je duidelijk en kordaat.
-
Vermijd lange slaaprituelen waar geen eind aan lijkt te komen en die het kind telkens weer de gelegenheid geven iets te vinden om de aandacht te trekken.
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 4.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Angst is een primaire reactie bij dreiging of gevaar. Het is heel functioneel, want het maakt dat je alert blijft en voorzichtig bent. Angst hoort bij elke verandering en bij elke nieuwe situatie. Het is dus erg belangrijk om er al van jongs af aan goed mee te leren omgaan, zodat je kind leert omgaan met de uitdagingen van zijn kindertijd.
Tijdens de peutertijd gaat je kind steeds meer de wereld om hem heen verkennen en begrijpen. Dit zal eerst nieuwe angsten opleveren, maar ook mogelijkheden om te leren omgaan met angst. Angst bij peuters kan ontstaan door dingen die buiten hun invloed of begrip gebeuren, zoals bijvoorbeeld een onweer of een storm. Angst kan ook ontstaan door een vervelende of pijnlijke ervaring, maar angst kan ook aan de magische fantasie van je peuter ontspruiten. Dit gebeurt wanneer fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen. Zo kan een peuter angstig zijn voor een pluisje in de lucht dat voor hem een eng diertje wordt.
Aan het eind van de peutertijd is je kind al gevoelig voor de beoordeling van anderen, vooral van de ouders.
Je kan als ouder het best de angst van je kind ernstig nemen en het stapsgewijs met zijn angsten leren omgaan. Als je zelf het goede voorbeeld geeft, je kind de angst laat benoemen en samen met je kind zoekt wat je kan doen om niet bang te zijn, zal de angst snel verdwijnen. Blijf ’s nachts geen aandacht besteden aan de angst van je kind. Als je kind rustig wordt, breng het dan beslist naar zijn bed. Het kan er overdag ruimschoots op terugkomen. Is de angst niet te stoppen, laat je kind dan geen uren alleen wakker op zijn kamer liggen. Het kan geen kwaad om je kind voor één keer bij jou op de kamer te nemen.
Het vermijden van angstige situaties werkt averechts en versterkt de angst bij je kind. Ook boos worden versterkt de angst en doet de spanning bij je kind toenemen. Als je meelijdt of zelf ook bang wordt, versterk je het onveiligheidsgevoel van je kind.
Meer info
Op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 5.
Het meest correcte antwoord is:
4: Je gaat met je kind naar het raam, neemt het tegen je aan en vertelt wat er gebeurt. Je laat je kind benoemen wat het ziet en wat voor geluiden het hoort, dit net zolang tot je kind rustig wordt. Vervolgens breng je je kind terug naar zijn bed en steek je het nachtlampje aan.
Angst is een primaire reactie bij dreiging of gevaar. Het is heel functioneel, want het maakt dat je alert blijft en voorzichtig bent. Angst hoort bij elke verandering en bij elke nieuwe situatie. Het is dus erg belangrijk om er al van jongs af aan goed mee te leren omgaan, zodat je kind leert omgaan met de uitdagingen van zijn kindertijd.
Tijdens de peutertijd gaat je kind steeds meer de wereld om hem heen verkennen en begrijpen. Dit zal eerst nieuwe angsten opleveren, maar ook mogelijkheden om te leren omgaan met angst. Angst bij peuters kan ontstaan door dingen die buiten hun invloed of begrip gebeuren, zoals bijvoorbeeld een onweer of een storm. Angst kan ook ontstaan door een vervelende of pijnlijke ervaring, maar angst kan ook aan de magische fantasie van je peuter ontspruiten. Dit gebeurt wanneer fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen. Zo kan een peuter angstig zijn voor een pluisje in de lucht dat voor hem een eng diertje wordt.
Aan het eind van de peutertijd is je kind al gevoelig voor de beoordeling van anderen, vooral van de ouders.
Je kan als ouder het best de angst van je kind ernstig nemen en het stapsgewijs met zijn angsten leren omgaan. Als je zelf het goede voorbeeld geeft, je kind de angst laat benoemen en samen met je kind zoekt wat je kan doen om niet bang te zijn, zal de angst snel verdwijnen. Blijf ’s nachts geen aandacht besteden aan de angst van je kind. Als je kind rustig wordt, breng het dan beslist naar zijn bed. Het kan er overdag ruimschoots op terugkomen. Is de angst niet te stoppen, laat je kind dan geen uren alleen wakker op zijn kamer liggen. Het kan geen kwaad om je kind voor één keer bij jou op de kamer te nemen.
Het vermijden van angstige situaties werkt averechts en versterkt de angst bij je kind. Ook boos worden versterkt de angst en doet de spanning bij je kind toenemen. Als je meelijdt of zelf ook bang wordt, versterk je het onveiligheidsgevoel van je kind.
Meer info
Op de website van Kind en Gezin.
Ga naar vraag 6.
Antwoord op vraag 6
Het meest correcte antwoord is:
4) Je beslist om enkele weken later opnieuw te proberen met het potje. Dat zeg je ook aan Marieke. Ondertussen laat je het staan op een zichtbare plaats.
Tussen 2 en 5 jaar worden kinderen zindelijk. Dit gebeurt niet noodzakelijk net voor de eerste schooldag of net tijdens de vakantieperiode. Elk kind wordt zindelijk in zijn eigen tempo. Het hoort bij de ontwikkeling van een kind en moet dus zeker niet bij wijze van ‘training’ aangeleerd worden.
Als ouder kan je de interesse van je kind voor zindelijkheid opwekken of ondersteunen. Je kan een potje in het zicht zetten in het toilet of op een plekje in de woonkamer. Je kan je kind laten meegaan als jij naar het toilet gaat, als het daarnaar vraagt. Je kan op een positieve manier over plassen en stoelgang praten of er samen leuke boekjes over lezen.
Het belangrijkste is het tempo van je kind te volgen. Je kan merken dat je kindje rijp is om op het potje te gaan. Misschien heeft je kind regelmatig droge luiers (periodes van 2 uur), toont je kind interesse voor het potje, praat het erover of vertelt het spontaan dat het geplast heeft of stoelgang heeft in de luier.
Als je die signalen opmerkt, kan je je kind voorstellen om op het potje te gaan. Je kiest aanvankelijk het best vaste momenten tijdens de dag om naar het potje te gaan. Je laat je kindje zonder luier rondlopen. Je kind verdient een applaus om op het potje te zitten (niet alleen als er iets in het potje is). Ongelukjes horen erbij. Blijf dan zelf rustig en stel je kindje gerust.
Als kinderen huilen, bang zijn, niet op het potje willen, kan je het best even wachten. Een kind extra onder druk zetten heeft meestal het tegenovergestelde resultaat. Je kind voelt zich gespannen, bang dat het niet zal lukken. Je stelt daarom het best ook geen beloning in het vooruitzicht als extra ‘aanmoediging’. Vaak lukt het kinderen niet om toch te plassen en wordt het potje gezien als iets wat helemaal niet leuk is. Zo ben je nog verder weg van huis.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 7.
Het meest correcte antwoord is:
4: Ja. Als ze niet onmiddellijk stopt met de lichtschakelaar aan en uit te doen nadat je het vroeg, kan je haar even in de hoek zetten. Je zegt kort waarom.
Een kind in de hoek zetten is een goede en eenvoudige manier van reageren om je kind iets te leren. Vanaf ongeveer anderhalf jaar kan je de principes van in de hoek zetten toepassen.
Probeer eerst uit te zoeken waarom je kind niet gehoorzaamt. Als kinderen niet doen wat je wil, kunnen er verschillende redenen voor zijn: ze hebben jouw aandacht nodig, ze vervelen zich, … Probeer dus uit te zoeken waarom een kind bv. met de lichtschakelaar speelt. Je kan je kind op weg zetten met een ander speeltje of je kan afspreken om samen iets te doen als de aardappelen geschild zijn.
Denk vooraf goed na over wat je echt belangrijk vindt om op te reageren en waarvoor je de hoek wil gebruiken. Een peuter probeert heel veel uit en je wil natuurlijk niet de hele dag reageren op alles wat je kind doet. Je kan beter snel ingrijpen als je kind niet doet wat je vraagt. Als je lang wacht en vaak herhaalt wat niet mag, verlies je uiteindelijk je geduld. Je kind krijgt dan veel aandacht en jij voelt je boos.
Als je je kind toch in de hoek zet, zeg je kind dan duidelijk en rustig wat het verkeerd deed (‘je speelde met het licht en je stopte daar niet mee toen ik het vroeg’). Vertel daarna wat er gaat gebeuren (‘en daarom zet ik jou nu in de hoek’). Ga na een korte tijd (bv. 1 minuut) terug naar je kind. Je kan je kind zeggen dat het goed is blijven staan en het weer goedmaken met elkaar. Probeer je kind daarna op weg te zetten met wat speelgoed, zodat het weer actief bezig kan zijn.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel (51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 8.
Het meest correcte antwoord is:
B: Je bespreekt met de onthaalmoeder dat het even moeilijker gaat en maakt afspraken hoe je de overgang van mama naar de onthaalmoeder makkelijker kan maken voor Thomas. Je zorgt voor een kort en duidelijk afscheid. De onthaalmoeder neemt Thomas op en geeft hem een knuffel.
Het is heel normaal dat kinderen het op sommige momenten moeilijk hebben met het afscheid van ouders, bv. als een kind naar een onthaalouder gaat. Vaak komt dit voor bij kinderen van 8 tot 10 maanden. De reden is meestal scheidingsangst.
Kinderen beginnen vanaf die leeftijd een duidelijk onderscheid te maken tussen zichzelf en de vertrouwde mama of papa. Plots beseffen ze dat zijzelf en hun ouder twee verschillende personen zijn. Als mama of papa weggaat, worden ze bang. Ze weten immers nog niet dat ouders ook terugkeren. Dat leren ze elke dag opnieuw.
Als je kind het moeilijk heeft als je weggaat, kan je met de verzorgers in de opvang bespreken hoe je je kind kan helpen. Een kort en duidelijk afscheid is het makkelijkst voor je kind. Wens je kind op een lieve manier een fijne dag, geef het een knuffel en zeg dat je het weer komt halen. Als je zelf laat zien dat je bang bent of verdrietig, geef je de boodschap dat je de situatie ook niet helemaal vertrouwt. Dit maakt je kind nog angstiger. Toon dus aan je kind dat je zelf gelooft dat het goed zal gaan met hem in de opvang. Een beetje extra aandacht van de verzorgers of onthaalouder kan je kindje over de streep trekken. Meestal stopt je kind met huilen binnen de 5 minuten nadat jij bent weggegaan.
Ook op latere leeftijd kan het kind het moeilijk krijgen om afscheid te nemen. Soms is dat een signaal dat je kind het ergens wat moeilijker mee heeft. Het heeft je dan immers opnieuw meer nodig. Het kan bv. gaan om een periode dat je kindje ziek wordt. Je kan niet altijd uitzoeken of er iets aan de hand is. Praat er in elk geval over met de verzorgers in de opvang. Misschien hebben zij iets opgemerkt of kunnen ze je geruststellen. De bovengenoemde aanpak brengt het meest rust en duidelijkheid voor je kind.
Meer info
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Ga naar vraag 9.
Antwoord op vraag 9
Het meest correcte antwoord is:
3: Ook kleine baby’s voelen spanningen aan. Je bespreekt met je partner hoe jullie nieuwe ruzies aanpakken. Je probeert op een rustige manier om te gaan met Anke.
Dat ouders af en toe onderlinge spanningen, meningsverschillen of ruzie hebben, hoort er inderdaad bij. Soms is het zelfs moeilijker rond de geboorte van een nieuwe baby. Een geboorte brengt heel wat veranderingen met zich mee. Je zoekt naar een nieuwe indeling van je dag, je bent moe van de voedingen ’s nachts, moeders voelen zich lichamelijk nog niet helemaal in orde, …
Toch is het belangrijk om te weten dat baby’s vanaf het begin heel gevoelig zijn voor wat er rondom hen gebeurt. Ze hebben als het ware voelsprieten om aan te voelen hoe de sfeer in huis is. Soms merk je dat niet aan hen. Bij andere baby’s merk je dat ze, door wat ze doen, tonen dat ze de spanningen hebben opgemerkt. Hun lijfje voelt minder soepel aan, ze zijn moeilijker te troosten in die periode, … Veel ouders zijn zich hier niet van bewust.
Als je als ouder ruzie hebt, beïnvloedt dat ook de manier waarop je met je baby omgaat. Je bent misschien minder alert op wat je baby nodig heeft. Of je voelt je gespannen, waardoor het voor jou moeilijk is om je baby te troosten. Je baby huilt dan weer langer, waardoor jij nog meer gespannen kan raken.
Probeer goed te kijken naar je kind en naar wat het nodig heeft en tracht zo goed mogelijk in te gaan op wat het nodig heeft. Probeer te praten tegen je baby. Vertel hem gerust dat jullie even ruzie hebben en dat jij je wat minder goed in je vel voelt. De baby begrijpt uiteraard de inhoud van je woorden niet, maar wel je toon.
Meer info
Als je het echt moeilijk hebt, twijfel dan niet om een beroep te doen op anderen om je even te helpen (je ouders, je familie, je vrienden). Als je langdurige ruzies hebt, kan je een beroep doen op professionelen om je situatie te bespreken.
Neem een kijkje op de website van Kind en Gezin.
Wil je een gesprek over de opvoeding van je baby of peuter, neem dan contact op met de Kind en Gezin-Lijn (078 150 100) of met een opvoedingswinkel
(51 kb) in je buurt.
Opvoedingsquiz
Of je nu ouder bent van een baby of puber, opvoeden doe je elke dag.
In de quiz plaatsten we vaak voorkomende situaties bijeen. Kom jij ook in zo’n situaties en / of ben je nieuwsgierig hoe je best omgaat met deze situaties, doe dan mee aan de opvoedingsquiz!
Er zijn drie quizen op groeimee.be:
- Quiz voor ouders van baby's of peuters,
- Quiz voor ouders van lagere school kinderen,
- Quiz voor ouders van een puber.
Deze opvoedingsquizen kwamen tot stand met medewerking van de Gezinsbond, het tijdschrift Klasse voor Ouders, Kind en Gezin en Prof. Peter Adriaenssens.
Veel quizplezier!
Positief opvoeden: Hoe doe je dat?
Positief opvoeden, hoe begin je daar aan?
Triple P, een opvoedingsprogramma, geeft ons 17 eenvoudige opvoedingsstrategieën die er voor zorgen dat opvoeden in een gunstig, positief klimaat gebeurt waar je kind(eren) en jij als ouder baat bij hebben. De algemene inleiding kan je terug zien in het eerste filmpje.
We spraken met twee opvoedingsexperten Kim Huygens en Marianne Mariën van Agentschap Jongerenwelzijn.
Deze opvoedingsstrategieën zijn gegroepeerd in vier groepen. In elk filmpje komt dan ook een groepje strategieën aan bod.
Filmpje 2: strategieën die de positieve relatie ontwikkelt en bevordert. tijd en aandacht aan kinderen geven, met kinderen praten, affectie tonen,
Filmpje 3: Strategieën die gewenst gedrag stimuleren: beschrijvend prijzen, aandacht geven, boeiende activiteiten aanbieden
Met dank aan Heidi Stinissen van Triple P Belgium.
Positief opvoeden en Triple P
Triple P is een opvoedingsondersteunend programma. Triple P staat voor ‘Positive Parenting Program’.
Het is een van origine Australisch preventieprogramma dat ouders ondersteunt in de opvoeding van hun kinderen. Het biedt ouders eenvoudige oplossingen en tips aan voor veel voorkomende opvoedingsvragen.
Hilde Weekers geeft ons uitleg over deze methodiek.
Hoe je aan positief opvoeden doet, kan je hier zien.
Straffen en Belonen
Straffen en belonen.
‘Straffen en belonen’ is een veelbesproken onderwerp. Elke ouder wordt met gewenst én ongewenst gedrag van zijn/haar kinderen geconfronteerd en zal op een bepaalde manier reageren. Wij gingen op zoek naar informatie rond straffen en belonen en ervaringen van andere ouders!
Lees het na in dit dossier.





