stress
Stress bij kinderen.
Druk druk druk...Dit dossier gaat over je kind helpen bij stress en daarbij aandacht hebben voor de veerkracht van je kind.
Het dossier werd opgemaakt door Dr. Lieve Swinnen,kinderpsychiater.
Faalangst
Ik kan dit niet .......
Vorig week kreeg Jasper een zeven voor rekenen op zijn rapport. Hij was aardig ontgoocheld. Vandaag bracht hij een nieuw rekenblad mee van school: huiswerk. 'Mama, ik kan dat niet', zuchtte hij voortdurend.
Faalangst betekent bang zijn om bij een taak te falen: toetsen, examens, erbij horen, over de bok springen Die angst kan kinderen blokkeren: ze doen niks meer, haken af. Bij andere kinderen zorgt de angst ervoor dat ze nog harder werken, geen afstand kunnen nemen, zich nooit ontspannen. Nog anderen wisselen hard werken en stilvallen af.
Eén op tien kinderen leidt aan een vorm van faalangst: vooral kinderen met weinig zelfvertrouwen. Meer meisjes dan jongens.
Meer informatie vind je in dit dossier opgemaakt door Ilse Dewitte,orthopedagoog en kinder- en jongerentherapeut.
Opvoedingsstress
Opvoeden is genieten!
Het ouderschap en de opvoeding van kinderen kosten veel energie tijd en geld. Het is dus niet zo verbazend als je af en toe gestrest of vermoeid bent.
Lees er over in dit dossier.
Examens
Examens! Hoe hulp bieden?!
Examens zijn vaak de stress van kinderen en hun ouders. De druk naar goed prestatie wordt opgevoerd en dat is niet altijd in het voordeel voor de sfeer in het gezinsleven.
Hoe je je kinderen en jezelf door deze tijd worstelt, lees je in het volgende dossier.
Meer weten ?
Boeken voor ouders
- Druk, druk, druk. Hoe je kind helpen bij stress? Lieve Swinnen. Van Halewyck, Leuven, 2011.
- Stresskids. Wendy Peerlings. Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2008
- Laat ze niet schieten. Geef de grens een plaats in het leven van jongeren. Peter Adriaenssens. Lannoo, Tielt, 2010.
- Bouwen aan zelfvertrouwen. Als tiener anders denken over jezelf. Marijke Bisschop; Lannoo Tielt, 2004
- Beter omgaan met de emoties van kleuters. Met de methode van ‘Het toverbos®’, Niki Jeannin, Peter Adriaenssens, Els Mertens, Lannoo, Tielt, 2008.
- Van kwaad naar erger. Lieve Swinnen. Van Halewyck, Leuven, 2009
- Kinderen helpen na een schokkende gebeurtenis. Slachtofferhulp. Lannoo, Tielt, 2003.
Boeken voor kinderen
Hensen, H. (2007), Ik kan het! : een boek voor kinderen over positief omgaan met stress, Uitgave Amsterdam : Niño
Wat kun je doen ?
Veerkracht is een antwoord op een (minder of meer) risicovolle ontwikkeling.
Je kan veerkracht bij je kind bevorderen.
Hierbij een aantal aandachtspunten:
- Leer het temperament van je kind kennen en houd er rekening mee.
Het temperament van een kind bepaalt in belangrijke mate de veerkracht mee.
Volgende temperamentkenmerken blijken daartoe belangrijk: flexibele zelfregulatie (soepel zijn en zichzelf kunnen sturen/reguleren), sociaal ingesteld zijn en over een goede taakgerichtheid beschikken.
Je kind goed leren kennen draagt er toe bij dat je inspeelt op de noden van dit specifieke kind. Sommige kinderen moet je niet leren zichzelf te beheersen, bij andere kinderen is dit een duidelijk werkpunt. Sommigen moet je pushen, anderen afremmen. Je kind heeft zichzelf ook niet gemaakt, integendeel, niemand kiest voor een moeilijk temperament. Het hoeft echter geen nadeel te zijn, op voorwaarde dat je jouw kind accepteert en in je opvoeding rekening houdt met sterktes èn zwaktes van jouw kind!
- Leer je kind omgaan met negatieve emoties.
Emotioneel intelligent zijn betekent op een slimme manier met gevoelens omgaan. Je eigen gevoelens en die van anderen zien en begrijpen. Ze goed kunnen overbrengen (want dan reageert de ander beter). En ook controle hebben over je reactie op die gevoelens. En dit zowel voor positieve (gemakkelijk) als voor negatieve (moeilijker) emoties.
Een eerste stap is je bewust worden van de emoties van je kind. Een kind van twee zal niet zeggen: ‘Het spijt me dat ik de laatste tijd zo vervelend ben geweest, mama, het komt gewoon omdat ik erg onder spanning heb gestaan sinds ik naar de nieuwe crèche ga.’
Maar dat kan wel zijn wat het voelt. Het kind zendt wel signalen uit. In z’n houding en manier van kijken, met gedrag zoals stampen of gooien met materiaal, maar ook via spel of tekeningen.
Minder duidelijke reacties zijn: stil worden, zich afzonderen; regressief gedrag als duimzuigen of terug in bed plassen; opstandig reageren; moeilijk eten, slapen; buikpijn. Kijk naar je kind om de lichamelijke aanwijzingen voor emoties op te merken, bijvoorbeeld dat je kind maar sipjes uit school komt, dat hij geen plezier heeft in iets wat het anders heel leuk vindt.
Accepteer de gevoelens van je kind, scheep je kind niet af met ‘dat is toch zo erg niet’. Een uitspraak als: ’Ik zie dat je boos bent op je zusje’, ‘vertel eens wat er precies gebeurd is, want je kijkt echt verdrietig’ geeft wel erkenning.
Taal is een belangrijk middel, het benoemen van gebeurtenissen heeft een kalmerend effect op het zenuwstelsel, zodat kinderen ook sneller kunnen herstellen van ervaringen die hen van streek maken.
Maak je kind duidelijk dat sommige manieren om negatieve gevoelens te uiten acceptabel zijn en andere niet en vertel hem wat hij op zo’n moment kan doen. Geef hem daar letterlijk het gereedschap voor – een bal waarin hij kan knijpen, boksbal – of wijs een ‘schreeuwplek’ aan, bijvoorbeeld de garage of kelder.
Hoe leren kinderen dit alles: via gesprekken tussen ouders en kinderen; praten over jouw gevoelens, vertellen over wat jij als kind meemaakte; laten horen hoe jouw dag was, wat leuk was en wat niet. Ook in boeken komen gevoelens uitgebreid aan bod. Lezen (en voorlezen) helpt je kind om beter te kunnen uitdrukken wat het denkt en voelt.
- Wees beschikbaar!
Heel eenvoudig: opvoeden kost tijd! De tijd die je in je kind steekt kan je niet aan andere dingen besteden, dus moeten er keuzes gemaakt worden. Kinderen hebben volwassenen nodig om hen te leren hoe ze moeten leven: wat goed is wat fout, dat problemen kunnen opgelost worden, hoe je moeilijke zaken verteert, of je goed genoeg bent…
- Bevorder sociaal gedrag.
Kunnen beroep doen op anderen is in stresssituaties enorm belangrijk. Goede vrienden zijn een bron van steun en dit op alle leeftijden.
Je kind stimuleren tot sociaal gedrag is dan ook één van de belangrijkste zaken die je voor je kind kan doen.
Kleuters wisselen nog gemakkelijk van vriendje, een vriend is voor hen iemand die met hen speelt, dat kan vandaag Thomas zijn, morgen Ruud. Rond de leeftijd van 8-9 jaar krijgen vriendschappen meer een blijvend karakter en vormen zich groepjes. Je kan vriendschappen niet forceren, maar sociale contacten wel aanmoedigen, door je kind in te schakelen in een jeugdbeweging of sportclub. In de puberteit kan een vriendschap plots afbreken, want ieder ontwikkelt op zijn tempo, de een heeft meer ‘last’ van de hormonen als de ander, met vervreemding tot gevolg. Na de tienertijd ontstaan er vaak blijvende vriendschappen. Als volwassene lijden vriendschappen vaak onder het gebrek aan tijd…
Een kwaliteit die zeker nog benoemd moet worden is empathie: zich in een ander verplaatsen, begrijpen wat die voelt en een reactie geven die correspondeert met de gevoelens van de ander. Help uw kind om voldoende aan anderen te denken en doe dit voor. Vertel hen waar je zelf mee bezig bent, wat je raakt, je bekommernissen over anderen, je keuzes… En geef het goede voorbeeld. Respecteer je medemens en wijs je zoon terecht als hij dat niet doet. Aanvaard beperkingen van je medemens en leer ook je dochter verdraagzaamheid, een klasgenootje met een maatje meer hoeft niet buiten de groep te vallen.
- Bevorder een positief zelfbeeld.
Veel kinderen en jongeren hebben het gevoel dat zichzelf zijn niet goed genoeg is. Ze zijn onzeker, denken dat ze lelijk zijn of niets kunnen. Oorzaken zijn divers: faalervaringen, leerproblemen, gepest worden, te hoge verwachtingen, perfectionisme, angsten,…
Het ondersteunen en aanmoedigen van goede ervaringen enerzijds en het opvangen van slechte ervaringen anderzijds, dragen bij tot een ‘goed genoeg’ zelfbeeld.
Een kind doet ervaringen op in allerlei situaties. Thuis bij zijn ouders en broers/zussen, op school, bij de vrienden, tijdens activiteiten in de vrije tijd.
Je kan de kans op goede ervaringen voor je kind gevoelig verhogen.
Geef complimentjes. Ook al doet je kind geen grootse dingen, als je goed kijkt zijn veel zaken opmerkelijk: de beker melk werd deze ochtend niet omgestoten, je zoontje denkt zelf aan zijn zwemgerief en je dochter is na een half uur al klaar op de badkamer. Niet enkel schools presteren is belangrijk! Prijs je kind ook omdat het zo goed mee helpt met het huishouden, wanneer het flink zijn kamer opruimt of omdat het lief is met zijn broertje of zusje.
Geef vooral aandacht aan positief gedrag, corrigeer negatief gedrag alleen daar waar het echt nodig is. Natuurlijk moet je reageren als je puberdochter zich niet aan de afgesproken tijd houdt bij de fuif. Maar let eens op hoeveel controlerende boodschappen je geeft die niet nodig zijn!
Heeft je kind een taak uitgevoerd, zeg dan altijd eerst wat je goed vindt. Een ultieme test: waar kijk je het eerste naar als je het rapport van je zoon/dochter onder ogen krijgt?
Geef je kind verantwoordelijkheid. Als jij toont te (blijven!) geloven in de mogelijkheden van je dochter, waarom zou zij dat dan niet doen?
Negatieve ervaringen – bij zichzelf of in relatie met anderen – zijn onvermijdelijk. Sterker nog: we helpen ons kind niet met het willen vermijden van alles wat moeilijk, vervelend of frustrerend is. Als we dat wel doen zijn we aan het verwennen, pedagogische verwenning noemt men deze vorm: alles mogen en niets moeten, nooit een ‘nee’ te horen krijgen.
Belangrijker in deze context is het ondersteunen van je kind wanneer het negatieve ervaringen oploopt. Soms onvermijdelijk: het lezen moeilijk onder de knie krijgen, de poes die dood gaat, een slecht examen, ruzie met een vriendje,… Soms ‘moedwillig’: roddelen, gepest worden, vechtscheiding, aanranding,…
Neem de teleurstelling bij je kind serieus. Doe het niet af met een ‘daar wordt je flink van.’
Akelige en verdrietige gebeurtenissen verwerkt men beter wanneer men er een tijdje flink van in de put mag zitten. Ga teleurstellingen en verdriet dus niet onmiddellijk uit de weg. Als je kind niet werd uitgenodigd voor een feestje moet je dit niet compenseren met een andere geweldige activiteit. Het dode konijntje moet niet onmiddellijk vervangen worden.
Op dergelijke momenten hebben kinderen èn pubers hun ouders hard nodig!
- Stimuleer lichaamsbeweging , gezonde voeding en spelen.
Een gezonde levensstijl is een van de belangrijkste voorwaarden om lichamelijk en geestelijk in balans te blijven: voldoende slapen, gezond eten – alles met mate - en voldoende bewegen.
Slapen is heel belangrijk. Je hebt het nodig om je lichaam te laten herstellen van de inspanningen overdag. Ook wordt het groeihormoon grotendeels tijdens de slaap afgescheiden. Daarnaast speelt slapen een cruciale rol in het vasthouden van opgedane kennis, het is dus goed voor je geheugen! Te weinig slaap geeft daarbij concentratiestoornissen, prikkelbaarheid, overactiviteit en angst of depressieve gevoelens.
Gezonde voeding draagt ook bij tot een goed geestelijk evenwicht.
Wat bewegen betreft is er naast het effect voor de gezondheid ook een rechtstreeks ontspannend effect. Lichamelijke inspanning zorgt voor geestelijke ontspanning. Maar ook als je kind moeite heeft om zich te concentreren of bijvoorbeeld overgevoelig is, is het belangrijk dat het beweegt. Bewegen zorgt ervoor dat er extra zuurstof naar de hersenen wordt gebracht en stimuleert de aanmaak van zenuwcellen in de hersenen. Regelmatig bewegen bevordert daardoor de langdurige concentratie en het vermogen om alert en taakgericht te werken. Samen bewegen en sporten zorgt dan weer voor betere sociale vaardigheden. Allemaal zaken die ook de veerkracht versterken!
Als laatste moet het belang van spel - en daar hoort ook creatief bezig zijn als tekenen, muziek maken, dictie bij - benadrukt. Spelen is voor kinderen meer dan een tijdverdrijf. Kinderen leren veel al spelend: hoe zaken in elkaar zitten en werken, een probleem oplossen, fijne en grove motoriek, het verschil tussen fantasie en realiteit verkennen, plannen maken, delen, op je beurt wachten, verliezen, … Spelen helpt een kind om wat het rondom zich ziet en wat het meemaakt te begrijpen en te verwerken. En het is een manier om zich te uiten: via tekenen, muziek, woord, toneel, … Door te doen alsof krijgt het kind meer grip op de werkelijkheid, kan het gebeurtenissen een plaats geven in z’n leventje van dat moment. Via spel krijgt men eveneens zicht op emoties bij anderen. Door je in te leven in een ander persoon en te ervaren wat die voelt. Ook sociale vaardigheden worden getraind. Peuters spelen veelal naast elkaar of kijken gewoon toe; naarmate een kind ouder wordt, krijgt het spel meer een sociaal karakter. Het gaat om een wisselwerking: hoe meer ervaringen een kind heeft met sociaal contact, hoe sneller hun spel zich zal ontwikkelen tot een echte interactie.
- Leer je kind problemen oplossen.
Coping is een begrip uit de psychologie, afgeleid van de Engelse term to cope with of kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen iets. Het gaat over de inspanningen die iemand doet om aan eisen die gesteld worden – van binnenuit (bv perfectionisme) of van buitenaf (bv studiedruk) te voldoen. Deze kunnen cognitief (voortdurend denken) of gedragsmatig (doen) zijn.
Ervaringen zijn onmisbaar in het leren omgaan met problemen. Het zèlf kunnen en mogen doen is essentieel voor het opbouwen van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Ouders zijn coping-model voor hun kinderen: in het leren benoemen van problemen, het aanvaarden en begrijpen van de emoties die ermee samen gaan. In het zoeken naar oplossingen, het (mogen) falen, opnieuw proberen. In supporteren en bevestiging krijgen; in troosten en verwerken. Dit vraagt engagement: tijd samen met je kinderen doorbrengen, communiceren, samen spelen. Maar let op: een voorbeeld voor je kind zijn is niet hetzelfde als alle problemen van je kind overnemen en ze in zijn/haar plaats oplossen.
- Leer je kind omgaan met lichamelijke klachten te wijten aan spanning.
Vertaling van psychische spanningen in lichamelijke klachten – somatiseren – komt regelmatig voor. Ouders begrijpen die pijn van hun kind wel, zelf voelen ze ook wel eens hoe hun maag samentrekt wanneer er een belangrijke vergadering op het programma staat, ze een deadline moeten halen of een vervelend gesprek met een collega verwachten. Wanneer de buikpijn bij hun kind echter vaker voorkomt, deze niet duidelijk aan activiteiten – bijvoorbeeld de wekelijkse zwemles – gekoppeld is en het dagelijkse functioneren van het kind danig verstoord geraakt; wordt het veel moeilijker om te geloven dat het lichaam “gezond” is.
Klaagt je kind over buikpijn, neem dit serieus. Wat ook de oorzaak is: je kind voelt pijn! Minimaliseer de pijn niet: met een ‘doe niet zo flauw’ of ‘het zal wel niks zijn’ is je kind niet geholpen. Pas wanneer je kind zich serieus genomen weet kan het openstaan voor adviezen. De klacht ernstig nemen wil niet zeggen dat je meteen de grote middelen moet boven halen. Geef niet onmiddellijk pijnstillende medicatie. Laat je kind bekomen op een rustige plaats, bijvoorbeeld even op bed liggen. Zeg aan je kind dat het mag terugkomen als de pijn over is. Als je kind te lang wegblijft, ga dan even kijken en vraag hoe het gaat. Als de pijn over is en je kind komt terug, geef dan een positieve bekrachtiging door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Wat knap van je dat je zo goed gerust hebt om de pijn weg te laten gaan!’ Belangrijk is de vicieuze (buikpijn)cirkel te doorbreken. Zorg dat je kind niet alleen aandacht krijgt als het ziek is of pijn heeft. Ga niet teveel mee in de pijnbeleving van je kind door voortdurend te vragen te stellen als: ‘Gaat het?’ of ‘Heb je pijn?’ Kijk of je een patroon herkent: wil je kind ontsnappen aan minder aangename activiteiten, zoals de afwas doen? Of is de buikpijn steeds op dezelfde dag aanwezig, bij het zwemmen op dinsdag bijvoorbeeld. Doe niet alles in de plaats van je kind. Problemen oplossen begint met het besef dat je zèlf iets kan. En dat kun je je kind in kleine zaken aanleren: de boterham smeren, iets opzoeken, de voetbaltas maken,…
Mogelijks zijn er meer ernstige psychische problemen, een grondig onderzoek kan dat duidelijk maken
- Help je kind traumatische gebeurtenissen te overwinnen.
Kinderen en jongeren kunnen in hun leven diverse trauma’s meemaken. Denk aan een auto-ongeluk of inbraak; een klasgenootje dat verongelukt of een ouder die plots uit hun leven verdwijnt. Trauma’s kunnen éénmalig zijn of herhaaldelijk voorkomen: seksueel misbruik, het getuige zijn van huiselijk geweld, stalking,… De feiten kunnen maanden tot jaren aanhouden, zich afspelen binnen of buiten de gezinscontext.
Je kan zelf een aantal zaken doen wanneer je kind iets erg moeilijks meemaakt. Belangrijk is je kind te betrekken bij het gebeuren. Je helpt je kind met het geven van eerlijke informatie en te antwoorden op vragen. Uiteraard maak je daar gevoelens mee los, hoe meer je het gewend bent om ook over negatieve gevoelens te spreken, hoe gemakkelijker dat nu zal gaan. Omgaan met gevoelens is: zien/accepteren/ (leren) benoemen/reactie sturen.
Terug verder gaan met je leven vraagt dat het gebeurde een plaats krijgt èn je opnieuw vertrouwen hebt in de wereld die zo gevaarlijk was. Positieve ervaringen zijn dan ook zeer belangrijk. Evenals het kunnen terugvallen op een steunfiguur, veelal een ouder (die ervoor moet waken zelf ook steun te vragen); bij oudere kinderen ook de vrienden. Steun geven is: accepteren van negatieve gevoelens en gedrag; je kind het op zijn manier laten doen en voldoende tijd geven.
- Veerkracht versterken bij kinderen moet gezien worden als een basisingrediënt van opvoeden.
Ouders hebben een duidelijke impact op de ontwikkeling van kinderen. Het verkrijgen van veerkracht is daar één voorbeeld van. Meer en meer bekijken wetenschappers veerkracht als iets dat iedereen nodig heeft, niet alleen kinderen die risico lopen. Veerkracht is niet alleen belangrijk om de dagelijkse stress te hanteren, het biedt ook voor een meerwaarde wanneer iemand moet herstellen van gebeurtenissen die een kentering veroorzaken. Een comfortabele positie kan immers van de ene op de andere dag veranderen, denk bijvoorbeeld aan de kinderen wiens ouders omkwamen bij de terroristische aanslagen van 9/11. Daarom moet het voeden van veerkracht een wezenlijk deel van opvoeding zijn.
Hierbij nog de aanbevelingen van Brooks and Goldstein: hoe kunnen ouders veerkracht bij kinderen voeden.
-
Wees empathisch.
-
Oefen effectief communiceren èn luisteren.
-
Verander negatieve scripts.
-
Houd van je kind op een manier dat het zich speciaal en geapprecieerd weet.
-
Accepteer je kind om wie het is en help het realistische doelen na te streven.
-
Ga bij je kind op zoek naar zijn ‘eilanden van competentie’, om daarmee succeservaringen te ervaren.
-
Help je kind te realiseren dat fouten ervaringen zijn om van te leren.
-
Ontwikkel verantwoordelijkheidszin, zorgzaamheid en empathie bij je kind.
-
Leer je kind problemen oplossen en beslissingen nemen.
Ten slotte: Handel als ouder met discipline om zelfdiscipline en zelfwaarde te bevorderen: wees proactief (voorzie problemen), word een ouderlijk team, wees consequent maar niet rigide, kies je doelen (je kan niet alles tegelijkertijd realiseren), steun op natuurlijke en logische consequenties (bv; fiets gestolen omdat die niet op slot was? Hoe kan je kind bijdragen in de kosten voor de nieuwe fiets), maar realiseer dat positieve feedback (aanmoedigen, complimentjes) nog altijd het beste werkt.
Bron: Handbook of Resilience in Children, Goldstein&Brooks. Springer Science+Business Media, 2006
Hoe belangrijk is het ?
Iedereen heeft te maken met stress. Problemen als een examen moeten afleggen, in de file staan, hinderlijk burenlawaai of het overlijden van een dierbare. Maar ook een positieve belevenis als op vakantie vertrekken kan heel wat stress veroorzaken!
Stress verwijst naar een verstoring van het evenwicht van het lichaam.
De initiële prikkel, die fysiek of psychisch kan zijn, wordt aangeduid met stressor.
De actie die het organisme neemt om het evenwicht, of homeostasis, te herstellen wordt de stressrespons genoemd. Zonder deze stressrespons zou het organisme bijzonder kwetsbaar zijn voor situaties die ons uit evenwicht kunnen brengen. Sterker nog, dankzij de reactie van ons lichaam zijn we in staat tot topprestaties: heel snel reageren bijvoorbeeld wanneer er een wagen op de snelweg voor je inschiet. Of vliegensvlug je dochtertje terug op de stoep trekken.
Positieve stress wordt bijvoorbeeld ook ervaren bij het winnen van een hardloopwedstrijd of verkiezing. Er worden dan eveneens reacties in ons lichaam op gang gezet.
Veelal echter gaat de aandacht naar de negatieve betekenis van stress. Herkenbaar voor iedereen is dat we stress ervaren wanneer er een onevenwicht bestaat tussen wat ons opgedragen wordt en wat we aankunnen. Stress heeft dan te maken met kiezen, denken en onzekerheid.
- Is er nu meer stress dan vroeger?
Het leven van kinderen en jongeren ziet er compleet anders uit dan dat van hun (over)(groot)ouders. Kinderarbeid is (hier) afgeschaft, kinderziektes werden teruggedrongen, iedereen krijgt de kans om te leren, je bent bereikbaar wanneer je dat wil,… De vraag voor de meeste kinderen/jongeren is niet meer zozeer hoe te overleven, maar veeleer hoe te leven.
Kijk rondom je, praat met ouders en leerkrachten, volg de media… de boodschap dat het nièt zo goed gaat met onze kids komt telkens terug. Daar zijn allerlei redenen voor, één daarvan is de (almaar toenemende) druk op onze kinderen. Om zowel op school als daarbuiten goed te presteren, om te beantwoorden aan allerlei idealen – slank, sportief, populair – om flexiebel te zijn wanneer je ouders scheiden, contacten verminderen of verbroken worden of men een nieuw gezin start. Andere stressoren zijn: een leerstoornis, iemand in je omgeving die ernstig ziek is of een verlieservaring, gepest worden,…
- Gevolgen van stress?
Klachten van kinderen onder stress zijn vaag en algemeen. Een ouder zal opmerken dat zijn kind weinig eet ’s morgens of klaagt van buikpijn de ochtend dat het zwemles is. De juf zal het kind verstrooid vinden, niets lijkt te lukken vandaag. De voetbaltrainer oordeelt dat het kind wat harder moet lopen. De logopedist noteert stotteren en de kinesist spreekt over een spierblokkade. Als kinderpsychiater verschijnen in mijn notities opmerkingen als: zucht opvallend veel, tekent heel klein en gumt alles weer uit, vraagt voortdurend bevestiging, kan heel mooi spelen maar verliest de aandacht bij een moeilijke opdracht…
- Hoe te leven ?
De laatste twintig jaar is de interesse in het onderwerp veerkracht sterk toegenomen. Onze maatschappij wordt complexer, het aantal kinderen dat aankijkt tegen problemen en het aantal problemen waar zij tegen aanlopen, stijgt. Er worden meer diagnoses gesteld, stabiliteit in gezinnen is geen vanzelfsprekendheid meer, ondanks allerlei preventieprogramma’s neemt het aantal meldingen bij vertrouwenscentra kindermishandeling toe, … Alleen bezig zijn met het vaststellen van risicofactoren en stoornissen geeft te weinig perspectief. We moeten daarom op zoek èn aan het werk met sterke kanten van kinderen en jongeren.
Ieder kind beschikt over waardevolle aanpassingssystemen: een basisvertrouwen om de wereld in te stappen (hechting), mogelijkheden tot regulatie van waakzaamheid, emoties en gedrag, het kunnen denken over problemen en komen tot een oplossing, … Welk zijn de kenmerken die een goede aanpassing - dit betekent dat een kind in een (moeilijke) situatie net dàt doet wat het beste resultaat geeft - bevorderen? Dit alles zit vervat in het woord veerkracht.
- Veerkracht
Veerkracht kan begrepen worden als de mogelijkheid van een kind om efficiënt om te gaan met stress en druk, zich te kunnen aanpassen aan dagelijkse veranderingen, te herstellen van teleurstellingen, fouten en traumata; in staat zijn tot het ontwikkelen van realistische en duidelijke doelen, het oplossen van problemen, goede sociale contacten te onderhouden en zichzelf en anderen met respect te behandelen. (Bron: Raising resilient children: Fostering strength, hope, and optimism in your child. Brooks & Goldstein. Contemporary Books, 2001)
Veerkracht mag niet gezien mag worden als een karaktereigenschap die sommigen wel hebben en anderen niet.
Het beschrijft eerder het proces dat plaatsvindt in de interactie tussen het individu en de omgeving, bijvoorbeeld een kind of jongere en zijn gezin, de school of de leeftijdsgenoten.
Ontwikkelen van veerkracht is een proces dat zijn aanvang neemt bij de start van het leven.
Longitudinale onderzoeken – het volgen van kinderen tot ze volwassen zijn – leggen de nadruk op het balanceren tussen stressvolle gebeurtenissen en risicofactoren die de kwetsbaarheid van kinderen verhogen en interne mogelijkheden en externe bronnen van steun die hun veerkracht vergroten.
Niet de tegenslagen maar vooral de positieve gebeurtenissen in je leven maken je veerkrachtig. (Het is trouwens een misvatting te denken dat jonge mensen sowieso meer veerkracht hebben. Integendeel, het gebrek aan levenservaring kan hen extra kwetsbaar maken). Het gaat dan over zowel positieve ervaringen ten aanzien van zichzelf en in de relatie met anderen, zowel in gezin, familie, school en maatschappij. Dankzij die positieve ervaringen ontwikkelt een kind een “goed genoeg” zelfbeeld: het hoeft niet perfect te zijn, het wordt graag gezien zoals het is en wat het doet/kan is (globaal) oké.
Niemand heeft enkel positieve ervaringen. Het opvangen van slechte ervaringen – opgelopen door eigen beperkingen of die van anderen – is even belangrijk. Je verhaal kunnen doen als het tegen zit, op iemand kunnen terugvallen en leren omgaan met de uitdagingen van het leven (coping). Belangrijk is dat een kind ervan overtuigd geraakt dat hij/zij in staat is problemen op een positieve manier aan te pakken. Helpend daarbij zijn: een stevig, positief gekleurd zelfbeeld – het reeds benoemde “goed genoeg” zelfbeeld - steun leren aanvaarden en gebruiken, leren uit wat verkeerd loopt.
Om de constructie veerkracht beter te begrijpen, gebruikt professor Stefan Vaninstendael het beeld van een huis : la casita (een Spaanse term, omdat dit samen met Chileense collega’s ontwikkeld is). Ieder onderdeel van het huis heeft betrekking op een domein waarbinnen gehandeld kan worden : preventieve maatregelen, ondersteuning, interventies…

De bodem wordt gevormd door de basisbehoeften (gezondheid, voedsel, slaap,…): iedereen die werkt in extreme omstandigheden, kent het belang hiervan. Eerst moet het materiële voorhanden zijn, zonder dat is een positieve ontwikkeling of herstel onmogelijk.
Het aanvaard worden als persoon is een fundament in veerkracht. Op deze laag situeren zich ook de relaties – meer of minder formeel - met anderen: familie, vrienden, buren, schoolkameraden, collega’s,…
Op het gelijkvloers treft men een belangrijk vermogen aan: de zin van het leven ontdekken, de samenhang van de dingen ervaren. Vaak vindt men dit in concrete zaken, zeker voor een kind is dit het geval. Het zorgen voor een huisdier, iemand helpen, delen. Op het gelijkvloers is er ook het contact met de tuin, de natuur.
De eerste verdieping heeft 3 kamers: zelfwaardering, vaardigheden en humor/aanpassingsvermogen. Vaninstendael zet als kanttekening hierbij dat ingrijpen in vaardigheden misschien het gemakkelijkste lijkt (het kind zaken aanleren), maar dat dit nooit los van de andere componenten van het huis gezien mag worden. Wat niet vergeten mag worden is humor, een kracht die in veel omstandigheden de veerkracht bevordert.
Tenslotte is er de zolder: de openheid die men ontwikkelt door allerlei ervaringen in zijn leven. “La casita” is geen gesloten burcht, waar men zich afsluit van de realiteit, integendeel!
Net zoals een ander huis, heeft het veerkrachthuis een geschiedenis, het moet gevormd, onderhouden en soms gerepareerd. De kamers staan in verbinding met elkaar. Wanneer je door een huis loopt zie je sterke punten en mankementen; ontdenk je aanknopingspunten om op zoek te gaan naar de beste invalshoek, mogelijkheden tot verfraaiing…
Wat is het ?
Onze kinderen staan onder druk. Met vallen en opstaan banen ze zich een weg door een leven vol avonturen, uitdagingen, verwachtingen, gevaren. Meestal gaat het goed, soms loopt er iets fout.
Het aantal kinderen met problemen stijgt, ze klagen over chronische pijnen zonder aantoonbare oorzaak, jongeren vinden hun draai niet in het leven…
Vragen we teveel van onze kinderen? Is de stress te groot?
Zo lijkt het wel.
Hoog tijd dus om het roer om te gooien.
Daarom aandacht voor veerkracht.
Hoe leren we kinderen goed om te gaan met stress en druk? Hoe kunnen ze dagelijkse uitdagingen een plaats geven in hun leven? Veerkracht is geen tovermiddel dat ervoor zorgt dat alles lukt, maar het helpt wel om aan te pakken wat er hun pad kruist, zodat kleine hindernissen geen onoverkomelijke valkuilen worden. Veerkracht kun je aanleren, onmisbare medespelers zijn de familie, de school, een sociaal netwerk, verbondenheid en aanvaarding… Veerkracht leidt tot zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidszin. Veerkracht maakt kinderen groots.
Ochtendroutine
Hoe ochtendstress vermijden ?
Soms is het moeilijk voor kinderen om een goede ochtendroutine te ontwikkelen. Zeker na een periode van vakantie is het niet gemakkelijk om het ochtendprogramma rond te krijgen zodat ze op tijd op school zijn. Zelf wil je uiteraard ook niet te laat komen op je werk.
Je kan reeds met een kind vanaf 2 jaar, een ochtendroutine installeren.
Lees verder in de hoofdstukjes hieronder:


