zelfvertrouwen
Negatief zelfbeeld
Als ouder is het inderdaad niet evident om te zien hoe je kind worstelt met zichzelf. Ik zal u enkele tips te geven omtrent het bevorderen van het zelfbeeld van uw dochter.
Allereerst kan ik u al aangeven dat het hebben van een laag zelfbeeld een zeer vaak voorkomend probleem is bij tieners.
Een eerste grote stap in het veranderen van het zelfbeeld is het positief denken. Dit wil zeggen dat als iets niet lukt dat je niet meteen bij de pakken blijft zitten, maar je vermant en denkt: “ Wat kan ik veranderen zodat het wel zou lukken?”Niet iedereen wordt met een positief denkvermogen geboren, dus help de jongere hiertoe te komen. Moedig haar aan tot doorzetten en vergeet haar zeker en vast niet positief te bekrachtigen. Positieve bekrachtiging zal haar moed en zelfvertrouwen geven. Zo laat je haar weten dat zij goed bezig is, vertel je haar ook waar zij goed in is, geef haar een compliment, een knuffel, moedig je haar aan enz. Dan zal zij ook tevreden zijn over haar eigen resultaten en ook zelf komen tot het positieve denken.
Ook u, als diegene die een zekere invloed heeft op de jongere, heeft hierin een voorbeeldfunctie. Maak dat u zelf positief denkt en wat enthousiasme uitstraalt. De jongere zal zien hoe u het doet en hieraan een voorbeeld nemen. Bij positief denken hoort ook het graag doen wat je moet doen. Als je eens iets moet doen wat je niet graag doet, er niet over zitten sakkeren, maar het positief bekijken en er toch voor gaan.
Ga ook eens na of u kunt relativeren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de jongere met minder goede punten naar huis komt. Wat doet u dan? Bent u boos en teleurgesteld in haar of zijn deze minder goede punten een signaal en gaat u op zoek waar de oorzaak ligt? Deze tweede houding is het kunnen relativeren. Ook hier kunt u dan samen op zoek gaan naar een oplossing. Leer haar dat niet alles in het leven vanaf de eerste keer lukt en dat zij na het vallen weer moet opstaan en zichzelf een tweede kans moet leren geven.
Misschien kunt u ook op zoek gaan naar een sport of activiteit waar ze goed in is en graag doet. Dit kan haar zelfvertrouwen ook een opkikker geven, omdat zij iets heeft dat zij graag doet en waar zij goed in is. Laat haar ook eigen initiatieven en verantwoordelijkheden nemen en steun haar hierin. Moedig haar aan en aanzie haar keuzes als goede keuzes.
De oorzaak van een laag zelfbeeld en zelfvertrouwen bij pubers is vaak de identiteitscrisis. De puber is op zoek naar zichzelf, is een persoonlijkheid aan het opbouwen en zich waarden en normen eigen aan het maken. Tijdens dit proces hebben ze het gevoel niemand te zijn of niet echt te zijn, niet goed te weten wie ze zijn. Daarom is het ook heel goed om over gevoelens te praten. Zo leert je dochter naar zichzelf te kijken, ontdekt zij van waar het allemaal komt en leert zij zichzelf kennen. Wanneer zij voor zichzelf opkomt, snauw haar dan niet af, maar probeer er op een positieve manier op in te gaan zodat zij weet dat ze gehoord wordt en er rekening wordt gehouden met haar mening.
Wanneer zij wat meer zelfvertrouwen heeft, zal zij ook weerbaarder worden ten opzichte van de andere jongeren. Wanneer zij weerbaar is zal zij beter met kritiek kunnen omgaan en niet meteen uitvliegen. Zo zal het haar beter lukken om zich minder aan te trekken van de mening van anderen. De weerbaarheid bevorderen heeft niet enkel te maken met zelfvertrouwen, maar ook met gevoelens. Zorg dat zij haar gevoelens erkent en ook kan benoemen, pas als zij dat weet kan zij ze ook relativeren en hiermee omgaan.
Deze vraag werd beantwoord door de Opvoedingswinkel Brussel en het Centrum Jonge Kind.

![]()
Wat kun je doen ?
Veerkracht is een antwoord op een (minder of meer) risicovolle ontwikkeling.
Je kan veerkracht bij je kind bevorderen.
Hierbij een aantal aandachtspunten:
- Leer het temperament van je kind kennen en houd er rekening mee.
Het temperament van een kind bepaalt in belangrijke mate de veerkracht mee.
Volgende temperamentkenmerken blijken daartoe belangrijk: flexibele zelfregulatie (soepel zijn en zichzelf kunnen sturen/reguleren), sociaal ingesteld zijn en over een goede taakgerichtheid beschikken.
Je kind goed leren kennen draagt er toe bij dat je inspeelt op de noden van dit specifieke kind. Sommige kinderen moet je niet leren zichzelf te beheersen, bij andere kinderen is dit een duidelijk werkpunt. Sommigen moet je pushen, anderen afremmen. Je kind heeft zichzelf ook niet gemaakt, integendeel, niemand kiest voor een moeilijk temperament. Het hoeft echter geen nadeel te zijn, op voorwaarde dat je jouw kind accepteert en in je opvoeding rekening houdt met sterktes èn zwaktes van jouw kind!
- Leer je kind omgaan met negatieve emoties.
Emotioneel intelligent zijn betekent op een slimme manier met gevoelens omgaan. Je eigen gevoelens en die van anderen zien en begrijpen. Ze goed kunnen overbrengen (want dan reageert de ander beter). En ook controle hebben over je reactie op die gevoelens. En dit zowel voor positieve (gemakkelijk) als voor negatieve (moeilijker) emoties.
Een eerste stap is je bewust worden van de emoties van je kind. Een kind van twee zal niet zeggen: ‘Het spijt me dat ik de laatste tijd zo vervelend ben geweest, mama, het komt gewoon omdat ik erg onder spanning heb gestaan sinds ik naar de nieuwe crèche ga.’
Maar dat kan wel zijn wat het voelt. Het kind zendt wel signalen uit. In z’n houding en manier van kijken, met gedrag zoals stampen of gooien met materiaal, maar ook via spel of tekeningen.
Minder duidelijke reacties zijn: stil worden, zich afzonderen; regressief gedrag als duimzuigen of terug in bed plassen; opstandig reageren; moeilijk eten, slapen; buikpijn. Kijk naar je kind om de lichamelijke aanwijzingen voor emoties op te merken, bijvoorbeeld dat je kind maar sipjes uit school komt, dat hij geen plezier heeft in iets wat het anders heel leuk vindt.
Accepteer de gevoelens van je kind, scheep je kind niet af met ‘dat is toch zo erg niet’. Een uitspraak als: ’Ik zie dat je boos bent op je zusje’, ‘vertel eens wat er precies gebeurd is, want je kijkt echt verdrietig’ geeft wel erkenning.
Taal is een belangrijk middel, het benoemen van gebeurtenissen heeft een kalmerend effect op het zenuwstelsel, zodat kinderen ook sneller kunnen herstellen van ervaringen die hen van streek maken.
Maak je kind duidelijk dat sommige manieren om negatieve gevoelens te uiten acceptabel zijn en andere niet en vertel hem wat hij op zo’n moment kan doen. Geef hem daar letterlijk het gereedschap voor – een bal waarin hij kan knijpen, boksbal – of wijs een ‘schreeuwplek’ aan, bijvoorbeeld de garage of kelder.
Hoe leren kinderen dit alles: via gesprekken tussen ouders en kinderen; praten over jouw gevoelens, vertellen over wat jij als kind meemaakte; laten horen hoe jouw dag was, wat leuk was en wat niet. Ook in boeken komen gevoelens uitgebreid aan bod. Lezen (en voorlezen) helpt je kind om beter te kunnen uitdrukken wat het denkt en voelt.
- Wees beschikbaar!
Heel eenvoudig: opvoeden kost tijd! De tijd die je in je kind steekt kan je niet aan andere dingen besteden, dus moeten er keuzes gemaakt worden. Kinderen hebben volwassenen nodig om hen te leren hoe ze moeten leven: wat goed is wat fout, dat problemen kunnen opgelost worden, hoe je moeilijke zaken verteert, of je goed genoeg bent…
- Bevorder sociaal gedrag.
Kunnen beroep doen op anderen is in stresssituaties enorm belangrijk. Goede vrienden zijn een bron van steun en dit op alle leeftijden.
Je kind stimuleren tot sociaal gedrag is dan ook één van de belangrijkste zaken die je voor je kind kan doen.
Kleuters wisselen nog gemakkelijk van vriendje, een vriend is voor hen iemand die met hen speelt, dat kan vandaag Thomas zijn, morgen Ruud. Rond de leeftijd van 8-9 jaar krijgen vriendschappen meer een blijvend karakter en vormen zich groepjes. Je kan vriendschappen niet forceren, maar sociale contacten wel aanmoedigen, door je kind in te schakelen in een jeugdbeweging of sportclub. In de puberteit kan een vriendschap plots afbreken, want ieder ontwikkelt op zijn tempo, de een heeft meer ‘last’ van de hormonen als de ander, met vervreemding tot gevolg. Na de tienertijd ontstaan er vaak blijvende vriendschappen. Als volwassene lijden vriendschappen vaak onder het gebrek aan tijd…
Een kwaliteit die zeker nog benoemd moet worden is empathie: zich in een ander verplaatsen, begrijpen wat die voelt en een reactie geven die correspondeert met de gevoelens van de ander. Help uw kind om voldoende aan anderen te denken en doe dit voor. Vertel hen waar je zelf mee bezig bent, wat je raakt, je bekommernissen over anderen, je keuzes… En geef het goede voorbeeld. Respecteer je medemens en wijs je zoon terecht als hij dat niet doet. Aanvaard beperkingen van je medemens en leer ook je dochter verdraagzaamheid, een klasgenootje met een maatje meer hoeft niet buiten de groep te vallen.
- Bevorder een positief zelfbeeld.
Veel kinderen en jongeren hebben het gevoel dat zichzelf zijn niet goed genoeg is. Ze zijn onzeker, denken dat ze lelijk zijn of niets kunnen. Oorzaken zijn divers: faalervaringen, leerproblemen, gepest worden, te hoge verwachtingen, perfectionisme, angsten,…
Het ondersteunen en aanmoedigen van goede ervaringen enerzijds en het opvangen van slechte ervaringen anderzijds, dragen bij tot een ‘goed genoeg’ zelfbeeld.
Een kind doet ervaringen op in allerlei situaties. Thuis bij zijn ouders en broers/zussen, op school, bij de vrienden, tijdens activiteiten in de vrije tijd.
Je kan de kans op goede ervaringen voor je kind gevoelig verhogen.
Geef complimentjes. Ook al doet je kind geen grootse dingen, als je goed kijkt zijn veel zaken opmerkelijk: de beker melk werd deze ochtend niet omgestoten, je zoontje denkt zelf aan zijn zwemgerief en je dochter is na een half uur al klaar op de badkamer. Niet enkel schools presteren is belangrijk! Prijs je kind ook omdat het zo goed mee helpt met het huishouden, wanneer het flink zijn kamer opruimt of omdat het lief is met zijn broertje of zusje.
Geef vooral aandacht aan positief gedrag, corrigeer negatief gedrag alleen daar waar het echt nodig is. Natuurlijk moet je reageren als je puberdochter zich niet aan de afgesproken tijd houdt bij de fuif. Maar let eens op hoeveel controlerende boodschappen je geeft die niet nodig zijn!
Heeft je kind een taak uitgevoerd, zeg dan altijd eerst wat je goed vindt. Een ultieme test: waar kijk je het eerste naar als je het rapport van je zoon/dochter onder ogen krijgt?
Geef je kind verantwoordelijkheid. Als jij toont te (blijven!) geloven in de mogelijkheden van je dochter, waarom zou zij dat dan niet doen?
Negatieve ervaringen – bij zichzelf of in relatie met anderen – zijn onvermijdelijk. Sterker nog: we helpen ons kind niet met het willen vermijden van alles wat moeilijk, vervelend of frustrerend is. Als we dat wel doen zijn we aan het verwennen, pedagogische verwenning noemt men deze vorm: alles mogen en niets moeten, nooit een ‘nee’ te horen krijgen.
Belangrijker in deze context is het ondersteunen van je kind wanneer het negatieve ervaringen oploopt. Soms onvermijdelijk: het lezen moeilijk onder de knie krijgen, de poes die dood gaat, een slecht examen, ruzie met een vriendje,… Soms ‘moedwillig’: roddelen, gepest worden, vechtscheiding, aanranding,…
Neem de teleurstelling bij je kind serieus. Doe het niet af met een ‘daar wordt je flink van.’
Akelige en verdrietige gebeurtenissen verwerkt men beter wanneer men er een tijdje flink van in de put mag zitten. Ga teleurstellingen en verdriet dus niet onmiddellijk uit de weg. Als je kind niet werd uitgenodigd voor een feestje moet je dit niet compenseren met een andere geweldige activiteit. Het dode konijntje moet niet onmiddellijk vervangen worden.
Op dergelijke momenten hebben kinderen èn pubers hun ouders hard nodig!
- Stimuleer lichaamsbeweging , gezonde voeding en spelen.
Een gezonde levensstijl is een van de belangrijkste voorwaarden om lichamelijk en geestelijk in balans te blijven: voldoende slapen, gezond eten – alles met mate - en voldoende bewegen.
Slapen is heel belangrijk. Je hebt het nodig om je lichaam te laten herstellen van de inspanningen overdag. Ook wordt het groeihormoon grotendeels tijdens de slaap afgescheiden. Daarnaast speelt slapen een cruciale rol in het vasthouden van opgedane kennis, het is dus goed voor je geheugen! Te weinig slaap geeft daarbij concentratiestoornissen, prikkelbaarheid, overactiviteit en angst of depressieve gevoelens.
Gezonde voeding draagt ook bij tot een goed geestelijk evenwicht.
Wat bewegen betreft is er naast het effect voor de gezondheid ook een rechtstreeks ontspannend effect. Lichamelijke inspanning zorgt voor geestelijke ontspanning. Maar ook als je kind moeite heeft om zich te concentreren of bijvoorbeeld overgevoelig is, is het belangrijk dat het beweegt. Bewegen zorgt ervoor dat er extra zuurstof naar de hersenen wordt gebracht en stimuleert de aanmaak van zenuwcellen in de hersenen. Regelmatig bewegen bevordert daardoor de langdurige concentratie en het vermogen om alert en taakgericht te werken. Samen bewegen en sporten zorgt dan weer voor betere sociale vaardigheden. Allemaal zaken die ook de veerkracht versterken!
Als laatste moet het belang van spel - en daar hoort ook creatief bezig zijn als tekenen, muziek maken, dictie bij - benadrukt. Spelen is voor kinderen meer dan een tijdverdrijf. Kinderen leren veel al spelend: hoe zaken in elkaar zitten en werken, een probleem oplossen, fijne en grove motoriek, het verschil tussen fantasie en realiteit verkennen, plannen maken, delen, op je beurt wachten, verliezen, … Spelen helpt een kind om wat het rondom zich ziet en wat het meemaakt te begrijpen en te verwerken. En het is een manier om zich te uiten: via tekenen, muziek, woord, toneel, … Door te doen alsof krijgt het kind meer grip op de werkelijkheid, kan het gebeurtenissen een plaats geven in z’n leventje van dat moment. Via spel krijgt men eveneens zicht op emoties bij anderen. Door je in te leven in een ander persoon en te ervaren wat die voelt. Ook sociale vaardigheden worden getraind. Peuters spelen veelal naast elkaar of kijken gewoon toe; naarmate een kind ouder wordt, krijgt het spel meer een sociaal karakter. Het gaat om een wisselwerking: hoe meer ervaringen een kind heeft met sociaal contact, hoe sneller hun spel zich zal ontwikkelen tot een echte interactie.
- Leer je kind problemen oplossen.
Coping is een begrip uit de psychologie, afgeleid van de Engelse term to cope with of kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen iets. Het gaat over de inspanningen die iemand doet om aan eisen die gesteld worden – van binnenuit (bv perfectionisme) of van buitenaf (bv studiedruk) te voldoen. Deze kunnen cognitief (voortdurend denken) of gedragsmatig (doen) zijn.
Ervaringen zijn onmisbaar in het leren omgaan met problemen. Het zèlf kunnen en mogen doen is essentieel voor het opbouwen van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Ouders zijn coping-model voor hun kinderen: in het leren benoemen van problemen, het aanvaarden en begrijpen van de emoties die ermee samen gaan. In het zoeken naar oplossingen, het (mogen) falen, opnieuw proberen. In supporteren en bevestiging krijgen; in troosten en verwerken. Dit vraagt engagement: tijd samen met je kinderen doorbrengen, communiceren, samen spelen. Maar let op: een voorbeeld voor je kind zijn is niet hetzelfde als alle problemen van je kind overnemen en ze in zijn/haar plaats oplossen.
- Leer je kind omgaan met lichamelijke klachten te wijten aan spanning.
Vertaling van psychische spanningen in lichamelijke klachten – somatiseren – komt regelmatig voor. Ouders begrijpen die pijn van hun kind wel, zelf voelen ze ook wel eens hoe hun maag samentrekt wanneer er een belangrijke vergadering op het programma staat, ze een deadline moeten halen of een vervelend gesprek met een collega verwachten. Wanneer de buikpijn bij hun kind echter vaker voorkomt, deze niet duidelijk aan activiteiten – bijvoorbeeld de wekelijkse zwemles – gekoppeld is en het dagelijkse functioneren van het kind danig verstoord geraakt; wordt het veel moeilijker om te geloven dat het lichaam “gezond” is.
Klaagt je kind over buikpijn, neem dit serieus. Wat ook de oorzaak is: je kind voelt pijn! Minimaliseer de pijn niet: met een ‘doe niet zo flauw’ of ‘het zal wel niks zijn’ is je kind niet geholpen. Pas wanneer je kind zich serieus genomen weet kan het openstaan voor adviezen. De klacht ernstig nemen wil niet zeggen dat je meteen de grote middelen moet boven halen. Geef niet onmiddellijk pijnstillende medicatie. Laat je kind bekomen op een rustige plaats, bijvoorbeeld even op bed liggen. Zeg aan je kind dat het mag terugkomen als de pijn over is. Als je kind te lang wegblijft, ga dan even kijken en vraag hoe het gaat. Als de pijn over is en je kind komt terug, geef dan een positieve bekrachtiging door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Wat knap van je dat je zo goed gerust hebt om de pijn weg te laten gaan!’ Belangrijk is de vicieuze (buikpijn)cirkel te doorbreken. Zorg dat je kind niet alleen aandacht krijgt als het ziek is of pijn heeft. Ga niet teveel mee in de pijnbeleving van je kind door voortdurend te vragen te stellen als: ‘Gaat het?’ of ‘Heb je pijn?’ Kijk of je een patroon herkent: wil je kind ontsnappen aan minder aangename activiteiten, zoals de afwas doen? Of is de buikpijn steeds op dezelfde dag aanwezig, bij het zwemmen op dinsdag bijvoorbeeld. Doe niet alles in de plaats van je kind. Problemen oplossen begint met het besef dat je zèlf iets kan. En dat kun je je kind in kleine zaken aanleren: de boterham smeren, iets opzoeken, de voetbaltas maken,…
Mogelijks zijn er meer ernstige psychische problemen, een grondig onderzoek kan dat duidelijk maken
- Help je kind traumatische gebeurtenissen te overwinnen.
Kinderen en jongeren kunnen in hun leven diverse trauma’s meemaken. Denk aan een auto-ongeluk of inbraak; een klasgenootje dat verongelukt of een ouder die plots uit hun leven verdwijnt. Trauma’s kunnen éénmalig zijn of herhaaldelijk voorkomen: seksueel misbruik, het getuige zijn van huiselijk geweld, stalking,… De feiten kunnen maanden tot jaren aanhouden, zich afspelen binnen of buiten de gezinscontext.
Je kan zelf een aantal zaken doen wanneer je kind iets erg moeilijks meemaakt. Belangrijk is je kind te betrekken bij het gebeuren. Je helpt je kind met het geven van eerlijke informatie en te antwoorden op vragen. Uiteraard maak je daar gevoelens mee los, hoe meer je het gewend bent om ook over negatieve gevoelens te spreken, hoe gemakkelijker dat nu zal gaan. Omgaan met gevoelens is: zien/accepteren/ (leren) benoemen/reactie sturen.
Terug verder gaan met je leven vraagt dat het gebeurde een plaats krijgt èn je opnieuw vertrouwen hebt in de wereld die zo gevaarlijk was. Positieve ervaringen zijn dan ook zeer belangrijk. Evenals het kunnen terugvallen op een steunfiguur, veelal een ouder (die ervoor moet waken zelf ook steun te vragen); bij oudere kinderen ook de vrienden. Steun geven is: accepteren van negatieve gevoelens en gedrag; je kind het op zijn manier laten doen en voldoende tijd geven.
- Veerkracht versterken bij kinderen moet gezien worden als een basisingrediënt van opvoeden.
Ouders hebben een duidelijke impact op de ontwikkeling van kinderen. Het verkrijgen van veerkracht is daar één voorbeeld van. Meer en meer bekijken wetenschappers veerkracht als iets dat iedereen nodig heeft, niet alleen kinderen die risico lopen. Veerkracht is niet alleen belangrijk om de dagelijkse stress te hanteren, het biedt ook voor een meerwaarde wanneer iemand moet herstellen van gebeurtenissen die een kentering veroorzaken. Een comfortabele positie kan immers van de ene op de andere dag veranderen, denk bijvoorbeeld aan de kinderen wiens ouders omkwamen bij de terroristische aanslagen van 9/11. Daarom moet het voeden van veerkracht een wezenlijk deel van opvoeding zijn.
Hierbij nog de aanbevelingen van Brooks and Goldstein: hoe kunnen ouders veerkracht bij kinderen voeden.
-
Wees empathisch.
-
Oefen effectief communiceren èn luisteren.
-
Verander negatieve scripts.
-
Houd van je kind op een manier dat het zich speciaal en geapprecieerd weet.
-
Accepteer je kind om wie het is en help het realistische doelen na te streven.
-
Ga bij je kind op zoek naar zijn ‘eilanden van competentie’, om daarmee succeservaringen te ervaren.
-
Help je kind te realiseren dat fouten ervaringen zijn om van te leren.
-
Ontwikkel verantwoordelijkheidszin, zorgzaamheid en empathie bij je kind.
-
Leer je kind problemen oplossen en beslissingen nemen.
Ten slotte: Handel als ouder met discipline om zelfdiscipline en zelfwaarde te bevorderen: wees proactief (voorzie problemen), word een ouderlijk team, wees consequent maar niet rigide, kies je doelen (je kan niet alles tegelijkertijd realiseren), steun op natuurlijke en logische consequenties (bv; fiets gestolen omdat die niet op slot was? Hoe kan je kind bijdragen in de kosten voor de nieuwe fiets), maar realiseer dat positieve feedback (aanmoedigen, complimentjes) nog altijd het beste werkt.
Bron: Handbook of Resilience in Children, Goldstein&Brooks. Springer Science+Business Media, 2006


