Fasen in de taalontwkkeling
- Elk kind op zijn tempo
Het tempo waarop een kind een taal leert verschilt sterk van kind tot kind. Sommige kinderen zullen pas hun eerste woordjes spreken op 2 jaar. Anderen doen dit al op eenjarige leeftijd. De taalontwikkeling van kinderen verloopt ook grillig en is heel beïnvloedbaar. Toch zijn er een aantal fasen die elk kind doorloopt.
- De grote ontwikkelingsfasen in de ontwikkeling van taal
de voortalige fase: van comfortgeluidjes naar brabbelen
de vroegtalige fase: van eenwoordzinnen naar tweewoordzinnen
de differentiatiefase: langere en complexere zinnen, uitspraak verfijnen, explosie woordenschat, uitbreiding van communicatieve functie van taal met niet-talige communicatie
de voltooiingsfase
- Taalontwikkeling bij baby’s
Een baby communiceert in het begin vooral door te huilen.
De eerste sociale glimlach verschijnt als je baby tussen de 6 à 8 weken is. Dit zorgt voor intense contacten tussen ouder en kind.
Rond 2 maanden maakt je baby comfortgeluidjes als een teken van welbehagen.
In de maanden erna wordt dit een spelletje, waarbij de baby gedeelten van tong en mond laat meebewegen en gaat tateren. Hierdoor ontstaan nieuwe klanken zoals rrrrr en gggg. Je kind probeert van alles uit: verschillende toonhoogtes en volume zoals roepen, grommen, krijsen, fluisteren, …
Je kind gaat brabbelen: een opeenvolging van dezelfde lettergrepen: ‘da-da-da’, ‘ma-ma-ma’…
- Taalontwikkeling bij peuters
Rond 1 jaar kan je kind kan al hele verhalen vertellen vol onbegrijpelijke woorden, maar wel in de juiste intonatie. Dit is ‘sociaal brabbelen’. Sommige kinderen leren nu hun eerste woordjes. Een kind begrijpt meer woordjes, dan het zelf al kan spreken.
De eerste tweewoordzinnen worden gemiddeld rond de leeftijd van 18 maanden gebruikt. Dit gaat meestal gepaard met een ware woordenschatexplosie: van 50 naar 600 woorden in 2 jaar! In deze fase wordt het kind zich bewust dat alles een naam heeft. Je kind gebruikt langere en complexere zinnen.
De uitspraak van woorden, zinsbouw, woordvorming wordt nadien verfijnd. De woordenschat neemt toe. Je kind vraagt en vertelt veel.


