Wat kun je doen ?
- Praat met je kind over zijn angsten en onzekerheden. Vaak begrijp je als ouder maar al te goed wat je kind doormaakt. Vertel dat ook, geef woorden aan zijn gevoelens, zodat je kind ze ook leert begrijpen. Pas dan kan hij leren ermee om te gaan.
- Praat op school met de leerkracht(en): hoe functioneert uw kind op school, in de klas, op het schoolplein? Hoe gaan zij om met verlegen gedrag? Deel uw zorgen met school, maar wees ook niet overbezorgd.
- Benadruk de sterke kanten van je kind. Een kind dat bezig kan zijn met wat hij leuk vindt en goed kan, krijgt voldoening en een gezond gevoel van eigenwaarde.
- Sta niet toe dat anderen uw kind 'verlegen' noemen; doe het ook zelf niet. Het kind zou wel eens meer kunnen gaan lijden onder dat etiket dan onder zijn verlegenheid zelf.
- Dwing een kind nooit zonder meer iets te doen wat hij niet durft, maar bied de nodige bescherming in lastige situaties en bereid je kind er zo veel mogelijk op voor.
- Daag het kind uit in plaats van te dwingen. Uitdaging houdt in dat je het kind voorbereidt op moeilijke situaties en hem nieuwsgierig maakt.
- Maak onbekende situaties en onbekende mensen bekend. Dat kun je doen door er vantevoren er over te spreken. Verhalen te vertellen, familierelaties uit te leggen, fotoboeken te bekijken.
- Prijs je kind voor elke kleine overwinning op zichzelf. Bespreek ook regelmatig wat er mis ging en hoe het de volgende keer beter zou kunnen. Leg de lat steeds hoger.
- Leer je kind om te gaan met frustratie. Kinderen die kunnen omgaan met frustratie, zijn beter toegerust om later in hun eentje problemen op te lossen. Bescherm je verlegen kind dus niet te veel. Geef hem niet te snel zijn zin als hij iets niet durft, maar verzin samen manieren om de angst te overwinnen.
- Wees extra alert in situaties waarin een kind moet omgaan met grote veranderingen zoals verhuizingen met schoolwisseling. Het is normaal dat een kind dat in een nieuwe klas komt, de eerste tijd wat verlegen is, voor verlegen kinderen zijn dit ramp-scenario's. Besteed aandacht aan de gevoelens van het kind.
- Accepteer dat je kind een lange tijd nodig heeft om te 'ontdooien' of de kat uit de boom te kijken. Dat hoort bij het karakter van je kind. Benoem het tegenover anderen niet als 'verlegen'.
- Zorg dat je kind de kans krijgt regelmatig nieuwe ervaringen op te doen, in een beschermde situatie. Ga samen naar voorstellingen van jeugdtheater, ga zwemmen in een zwembad een dorp verderop.
- Maak je kind nieuwsgierig naar andere mensen, andere situaties en andere plaatsen. Lees veel voor, vertel verhalen waarin andere mensen een rol spelen, praat over reizen die u gemaakt heeft, vertel over leuke ervaringen. Vraag je kind regelmatig zelf met suggesties te komen voor uitstapjes.
- Leer je kind om andere kinderen positief te benaderen. Sociaal glimlachen, ook als je bang bent, kan heel veel schelen. Breng je kind ook als vanzelfsprekend beleefd gedrag bij, ook al is hij verlegen. Op die manier wordt je kind zonder erbij na te denken aangenaam in de omgang. Dat voorkomt sociale uitsluiting. Belangrijk: geef zelf natuurlijk het goede voorbeeld.
- Zorg ervoor dat je kind zich regelmatig kan ontladen van de spanning die hij opdoet in lastige situaties. Koop een trampoline voor thuis, stoei op een echt lichamelijke manier. Soms vindt een verlegen kind het prettig om een vechtsport te doen waarbij hij niet alleen fysiek kan ontladen, maar tegelijkertijd zelfvertrouwen krijgt.


