Wat kun ouders en kinderen doen ?

Wie willen, kunnen en mogen we zijn voor elkaar?

In een NSG heeft men nieuwe dingen te doen, die anders zijn dan in een oorspronkelijk gezin.  Wat in het oorspronkelijk gezin evident was, is dat niet meer in een NSG.  In een NSG neemt men best tijd om het te hebben over de onderlinge verhoudingen, over wie willen, kunnen en mogen we voor elkaar zijn.  De omgang wordt prettiger wanneer alle betrokkenen het gevoel hebben dat er met ieders bekommernissen wordt rekening gehouden.  Waar in het oorspronkelijk gezin meestal niet echt onderhandeld werd over de onderlinge verhoudingen kan dit een NSG wel.  Het is belangrijk te weten dat dit mag en kan.

De praktijk toont dat nieuwe gezinnen zich op de meest verschillende manieren organiseren. Soms neemt de stiefouder veel verantwoordelijkheid op t.a.v. de kinderen van de partner,  soms weinig. Soms doet de ouder veel dingen alleen met zijn/haar kinderen, soms gebeurt bijna alles samen.  Soms laten de kinderen de nieuwe partner toe als een bijkomende ouder, soms ook niet.  Soms doen de kinderen veel activiteiten samen met een  broer/zus gevoel, soms niet.

We zien dat elk vorm goed kan werken. Het besef als NSG te mogen kiezen en niet te moeten beantwoorden aan één model is de sleutel naar prettigere relaties. 

  • Spreken over wie willen we zijn voor elkaar

Bij ouders leven er vragen.  Wie zou ik willen dat mijn nieuwe partner is t.a.v. mijn kinderen?  Hoe zou ik willen dat mijn kinderen zich opstellen t.a.v. mijn nieuwe partner? Hoe zou ik willen dat mijn kinderen omgaan met de kinderen van mijn partner?

Bij stiefouders leven er vragen. Wie wil ik zijn voor de kinderen van mijn partner?  Wat zie ik mij op te  nemen en wat niet?  Hoe wil ik dat de kinderen van mijn partner zich opstellen t.a.v. van mij?

Bij kinderen leven er vragen, met of zonder woorden, afhankelijk van de leeftijd. Wie wil ik zijn voor mijn ouder?  Wie wil ik zijn voor de stiefouder? Wie wil ik zijn voor de eventuele kinderen van de stiefouder?  

Allemaal zeer waardevolle vragen die het NSG best met elkaar bespreekt.  Dan wordt duidelijker wat ieders verwachting is.  Dan kan ieder kiezen om al dan niet te beantwoorden aan die verwachting.  Wanneer er niet over gesproken wordt dan zal er meer gehandeld worden vanuit intuïtie of vanuit een opvatting over hoe we denken ons te moeten gedragen.

Meningsverschillen met ruzie nadien geven dikwijls de gelegenheid om te spreken met elkaar.  In een ruzie maken we duidelijk wat we van de ander verwachten, en we zeggen het met woorden. Via conflicten kunnen de posities tegenover elkaar wat duidelijker worden. Conflicten zijn een kans om mekaar te vinden en moeten dus niet voorkomen worden.

Het blijft elke dag opnieuw zoeken en dit is niet eenvoudig.  Het vraagt moed om telkens opnieuw ‘wie we zijn voor elkaar’  bespreekbaar te houden. Het vraagt moed om meningsverschillen en conflicten als een kans te blijven bekijken.

  •  Spreken over wie kunnen we zijn voor elkaar

Als de verwachtingen duidelijk zijn kan een periode volgen waarin de uitgesproken verwachtingen in de praktijk worden omgezet.  Iedereen kan in de dagelijkse realiteit ondervinden wat wel en niet mogelijk is.  Men doet dingen apart en samen en zo ondervindt met wat leuk en minder leuk is.  Er ontstaan meningsverschillen en conflicten, iedereen merkt voor zichzelf waar hij/zij zich prettig of ambetant bij voelt.  Deze ervaringen zijn nu net belangrijk en kunnen onderwerp van gesprek en bijsturing worden.

Uit gesprekken met kinderen, ouders en stiefouders blijkt dat het voor sommige gezinnen voldoende is  dat er met de stiefouder een beleefde,  afstandelijke relatie is.  Andere gezinnen vormen dan weer heel hechte relaties ,  waarbij de stiefouder een vertrouwensfiguur wordt voor de kinderen van de partner.   De levenskwaliteit blijkt samen te hangen met het gevoel dat er onderhandeld is over hoe men zich dan zal verhouden t.a.v. elkaar.   Het gevoel van invloed te hebben en te ondervinden dat er rekening is gehouden met wat men belangrijk vindt is bepalend.  En in mindere mate of nu gaat om hechte verhoudingen dan wel afstandelijke verhoudingen.  

  • Spreken over wie mogen we zijn voor elkaar

Elke ouder heeft zijn/haar idee en verwachtingen over hoe het kind zich gedraagt en opstelt in het andere gezin.  Het zijn de kinderen die in twee gezinnen leven en zij zullen ook rekening moeten kunnen houden met de verwachtingen op dit vlak vanuit de andere ouder.

Hier kunnen en mogen over spreken is voor kinderen belangrijk.  Even belangrijk is dat kinderen ondervinden dat er kan gezocht worden naar manieren om soepel te bewegen tussen twee gezinnen.  Als ouders bereid zijn om samen met hun kind mee te zoeken naar manieren om op beide plaatsen aan de verwachtingen te kunnen beantwoorden is helpend voor kind en ouder. 

Naast de ouder-kind relatie is er ook de ouderrelatie tussen de oorspronkelijke ouders.  Ouders hebben een bepaalde verstandhouding met de andere ouder.  Soms lukt het om goed samen te werken met de andere ouder en soms niet.  Soms is er in partnergeschiedenis teveel  gebeurd om nog goed te kunnen samenwerken.

Uiteraard is het voor het kind comfortabel als ouders met elkaar de dingen kunnen regelen.  Als het lukt om samen te werken dan kunnen de zaken die de kinderen vertellen over hun andere ‘thuis’ besproken worden met de andere ouder.  Als het niet lukt om samen te werken is het misschien beter om dit niet te doen.

Dan kan je als ouder je kind helpen om zelf het gesprek aan te gaan met de andere ouder. 

Kinderen onderschatten immers vaak het feit dat ze invloed hebben op hun ouders of ze vrezen een ouder te kwetsen door over ‘het andere gezin’ te spreken.  Je kind stimuleren om dit wel te doen kan er voor zorgen dat het kind zijn eigen invloed beseft.  Zolang kinderen niet zelf spreken met de andere ouder over de zaken die hen bezig houden dan kan de indruk ontstaan dat het gaat over de  jouw mening is en niet die van je kind.   Het kan een goede manier van handelen zijn want de meeste ouders zijn gevoelig voor wat hun kinderen hen zelf zeggen.   Dus in plaats van te blijven investeren in moeilijke gesprekken tussen ouders kan het waardevol zijn om te investeren in het ondersteunen van je kind om het gesprek met de andere ouder aan te gaan.  Zo geef je ruimte.
Soms regelen de dingen zich in een NSG zonder al te veel te praten over het NSG en verloopt het vlot.  Dat kan betekenen dat mens zonder al te veel woorden toch aanvoelt wat de verwachtingen bij de ander zijn.   Als die dan wat overeenstemmen is er niet al te veel gesprek nodig.  Of soms is de start van het NSG vlot maar komt er nadien gehakketak.  Allemaal normaal en telkens een kans om te beginnen praten.

 Enkele zaken om in gedachten te houden :  

  • Wennen

Zeker als je zelf geen kinderen hebt, kan de overgang naar een stiefgezin je nogal overrompelen. Het kost tijd soms vele jaren, voordat iedereen in het stiefgezin aan elkaar gewend is. Geef je en je stiefkinderen zelf die ruimte om aan elkaar te wennen. De ouder speelt een centrale rol bij de acceptatie van de stiefouder door de kinderen.

  •  Wees realistisch.

Een stiefgezin vormen is best ingewikkeld en het kan enkele jaren duren voordat een stiefgezin volgroeit is. Probeer dus niet te streven naar het perfecte gezin, of naar het gezin dat u als (stief)- ouder zelf kent. Idealiseer niet het traditioneel gezin en minimaliseer niet het stiefgezin. Het is belangrijk om te onthouden dat het leven in een traditioneel gezin ook niet altijd over rozen gaat, elk huisje heeft zijn kruisje! Wees geduldig en blijf positief denken.

  •  Rustig bouwen aan de relatie

Het verleden speelt altijd een rol. Maar door samen kleine stapjes te zetten kun je weer een nieuwe toekomst opbouwen. Investeer daarom tijd en energie in samen leuke dingen doen. Heb oog voor het welzijn en de leefwereld van je stiefkinderen. Dan accepteren je stiefkinderen het ook als je eens streng moet zijn.

  • Communicatie

Een relatie waarbij sprake is van stiefkinderen kan extra stress en struikelblokken geven. Spring niet zomaar in het diepe, maar bereid je samen met je partner voor op wat er komen gaat. Blijf altijd met elkaar in gesprek en heb oog voor elkaars beleving. Jij of je partner kunnen een heel ander beeld hebben van jullie gezinssituatie en de stiefkinderen. Het is belangrijk om oog te hebben voor de verschillen, maar steun elkaar, zoek naar compromissen en laat je niet tegen elkaar uitspelen

  • Stap niet meteen in de ouderrol

Het is belangrijk dat kinderen onderscheid kunnen maken tussen hun biologische ouders en de nieuwe partner. Je stiefkinderen hebben al een moeder en een vader, en zitten niet op een reserve-exemplaar te wachten. Let er daarom op dat de kinderen je niet papa of mama noemen, want dat ben je niet. Ook als de kinderen het zelf vragen, kan je hier best niet op ingaan.

  •  Afspraken maken

Als je allebei kinderen hebt, kun je hele verschillende opvoedstijlen hebben. Natuurlijk mogen er verschillen zijn, maar het is wel belangrijk om samen bepaalde basisafspraken te maken. Dat is net zo belangrijk als in een traditioneel gezin. Je partner heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de kinderen, de stiefouder ondersteunt . Concreet maakt dat jullie beiden de afspraken hanteren, maar dat de straf beter door de biologische ouder gegeven wordt.

 



Nieuwe reactie inzenden

go to top