Een broertje of zusje erbij : baby-achtig gedrag

Mijn peuter vertoont babygedrag sinds de geboorte van ons tweede kindje. Hoe ga ik hier het beste mee om?

De geboorte van een eerste kindje vraagt voorbereidingswerk zoals onder andere het inrichten van de kinderkamer, babyspulletjes kopen, …
Bij de geboorte van een tweede kindje is het eveneens belangrijk om jullie peuter voor te bereiden op de komst van de baby. Dit kan door de peuter te betrekken bij de zwangerschap door hem foto’s te laten zien van bij de gynaecoloog, een boekje over een nieuw broertje of zusje voor te lezen, hem mee te nemen naar de verloskundige, ...


Eénmaal de kleine spruit geboren is, is het ook belangrijk dat de peuter betrokken blijft. 
Het is immers vaak zo dat een peuter bij de geboorte van een broertje/zusje hervalt in een vorig ontwikkelingsstadium of met andere woorden hervalt in het gedrag van een baby. Hij gaat zich als het ware baby-achtig gedragen. Deze terugval, ook wel regressie genoemd, is normaal gedrag. Zijn gedrag is eveneens begrijpelijk. De peuter merkt dat zijn nieuwe broertje of zusje meteen krijgt wat hij wil. Wanneer de baby begint te huilen wordt hij gepakt, heeft hij honger dan geeft mama of papa hem eten, eveneens wanneer hij pipi of kaka heeft gedaan, wordt hij verschoond en vertroeteld. De peuter merkt als het ware dat de baby voor deze dingen aandacht krijgt en wil eveneens op deze manier aandacht verkrijgen. Dit verklaart de terugval naar zijn vorig ontwikkelingsstadium van baby.


Wanneer peuters dergelijke terugval vertonen kan het zijn dat zij opeens opnieuw gevoed willen worden door jou, niet meer zindelijk zijn, in het wiegje willen slapen, … De peuter merkt dat de baby zijn ouders heel gelukkig maakt en vraagt zich of hij zijn ouders ook nog blij kan maken. De peuter is wat onzeker door de nieuwe situatie en vraagt via zijn terugval om bevestiging van zichzelf en zijn plaats binnen het gezin. Het is zijn manier om te wennen aan de nieuwe situatie.


Hoe kun je  hier als ouders mee omgaan?
Wat vermeden moet worden is het bekritiseren van het babygedrag. Wanneer je als ouder bijvoorbeeld merkt dat je peuter in de wieg van je baby wil liggen, zeg je best niet ‘ Waarom ga je nu in dat wiegje liggen? Dat is toch voor kleine baby’s, jij bent nu toch al een grote jongen/meisje hé?!’. Op dat moment wil de peuter even niet groot zijn omdat hij onzeker is en daardoor babygedrag vertoont. Kritiek geven op zijn terugval naar baby zijn, zal voor verwarring zorgen en maken dat hij nog onzekerder wordt.


Het beste is om dit gedrag even te accepteren en er zo weinig mogelijk tot niets van te zeggen. Terugval of regressie naar een vorig ontwikkelingsstadium duurt meestal niet lang.


Daarnaast is het erg belangrijk om de peuter voldoende te betrekken in de dagelijkse omgang met zijn kleine broertje/zusje. Zo kan hij helpen bij de verzorging door een pamper aan te geven, wanneer de baby zijn tutje verloren is kan je de peuter vragen de baby zijn tutje te geven, de peuter kan de baby toedekken wanneer hij/zij gaat slapen,… Het contact tussen baby en peuter kan dus op verschillende manieren gestimuleerd worden. De peuter betrekken bij de verzorging is een manier, hem een aaitje laten geven aan de baby of hem de baby een speeltje in de hand laten geven is eveneens een methode om de relatie tussen de twee kinderen hechter te maken. Het zijn gelegenheden waarbij jullie de peuter positieve aandacht kunnen geven, wat belangrijk is voor zijn zelfvertrouwen. Als de peuter op deze manier positief betrokken wordt bij de baby zal hij ook minder snel jaloers zijn.


Spreek de peuter tevens aan op hetgeen hij goed doet op peuterniveau en stimuleer dit door hier positieve waardering over uit te spreken. Belangrijk is dus om te peuter te laten voelen en horen dat zijn ouders fier zijn op hem om hetgeen hij al kan. Zo kunnen jullie als ouders zeggen dat jullie fier zijn omdat hij op het potje gaat. Wanneer je gaat wandelen en hij zijn jasje alleen aandoet kan je hem een complimentje geven zoals ‘Mama en papa zijn heel blij dat jij alleen je jasje kan aandoen, bravo!’.


Probeer bij het maken van complimentjes eveneens zo weinig mogelijk vergelijkingen te maken met de baby. Wanneer je peuter tijdens een eetmoment alleen eet, kan je bijvoorbeeld zeggen ‘ Jij kan goed alleen eten zeg, bravo’, i.p.v. te zeggen ‘Dat kan de baby nog niet eens’. In dit opzicht is het belangrijk concreet te formuleren wat hij goed doet en al kan!


Tot slot kan het inlassen van een momentje waarbij je met de peuter alleen iets doet eveneens positief werken. Zo kan je eens een uitstapje met je peuter naar het park plannen, samen een gezelschapspelletje spelen, wanneer de peuter gaat slapen nog een boekje voorlezen, … Op die manier wordt hij positief gestimuleerd in zijn ‘peuter-zijn’, en kunnen eveneens gevoelens als jaloezie bij de peuter omzeild worden.

Nieuwe reactie inzenden

go to top