Taal : weinig praten
Uit onderzoek weten we dat de taalontwikkeling bij tweelingen een trager verloopt kent. Er bestaat echter geen pasklaar antwoord op je vraag.
Een tragere taalontwikkeling kan met veel factoren te maken hebben.
Er is bijv. de eigenheid van je kind. Sommige kinderen zijn zeer spontaan en andere zijn stiller van aard.
In onderzoek bij tweelingen is vastgesteld dat :
- Tweelingen zijn ouder als ze hun eerste woordjes zeggen
- De zinnetjes zijn korter en de bouw van de zin is eenvoudiger
- De woordenschat is kleiner
- Tweelingen houden er soms ook met een eigen taal op na gedurende de eerste levensjaren.
Kinderen leren praten door contact met hun ouders, volwassenen, andere kinderen. Door te praten, samen boekjes te lezen, liedjes te zingen, …. leert een kind taal begrijpen en taal maken.
Ouders van tweelingen (en meerlingen ) hebben het – meer dan ouders van eenlingen – drukker dan andere ouders met het zoveel mogelijk voldoen aan de behoeften van de beide kinderen. Als je bezig bent het ene kind eten te geven of te verzorgen, dan heb je minder gelegenheid op te merken wat het andere kindje wil of wat hij probeert te vertellen. Ouders van tweelingen kunnen minder met elk kind afzonderlijk praten.
Tweelingen hebben vaak ook veel gezelschap aan elkaar en gaan daardoor minder met ouders en andere contact nemen.
Bovendien werken al deze factoren ook op elkaar in.
Dit wil niet zeggen dat alle tweelingen een tragere taalontwikkeling kennen. De taalachterstand bij tweelingen is vaak van voorbijgaande aard. Bij de meeste tweelingen heeft het later beginnen praten weinig of geen gevolgen voor de opvoeding of gedrag. Toch is het belangrijk om aandacht te hebben voor de taalontwikkeling.
Wat kun je als ouder doen ?
Als je je zorgen maakt over de taalontwikkeling van je kind, bespreek je dit best.
Je kunt o.a. terecht op het consultatiebureau van Kind en Gezin. Kind en Gezin kan de taalontwikkeling inschatten aan de hand van het Van Wiechen-schema. Met dit onderzoek volgen arts en verpleegkundige de ontwikkeling van je kindje op. Het is ook goed het gehoor van je kindje te laten checken.
Als je kindjes naar kinderopvang gaan of straks naar school, kun je je zorg ook bespreken bij deze diensten.
Het is ook belangrijk veel met taal bezig te zijn, in een ontspannen sfeer. Tijdens de gewone dagdagelijkse dingen (koken, verzorging, wandeling) kan je vertellen wat je doet en ziet.
Enkele tips zijn :
- Spreek zelf correct Nederlands
- Herhaal en maak de zin van de kinderen volledig
- Reageer op de taaluitingen van de kinderen
- Laat je kind goed uitpraten
- Volg het kind in wat hij doet en zegt
- Stem af op het taalniveau van het kind
Specifiek naar meerlingen toe :
- Speel regelmatig even apart met elk kind
- Zorg voor individuele aandacht
- Lees regelmatig apart voor
- Breng de kinderen in contact met andere kinderen en volwassenen
Wens je meer informatie of heb je nog vragen neem dan een kijkje op de website van Kind en Gezin of contacteer de Kind en Gezin-Lijn op het nummer 078/ 150 100.



Nieuwe reactie inzenden