Eén op vier leerlingen van de lagere school, wordt gepest. In het middelbaar onderwijs is dat één op zeven.
Vaak zijn pesters vroeger zelf slachtoffer geweest van pesten. Ze stonden zelf machteloos in de pestsituatie en reageren hun opgelopen frustratie veelal af door een ander slachtoffer te zoeken.
Een straatje zonder einde dus. De gevolgen voor diegenen die hierbij betrokken raken zijn ernstig en vaak tekenend voor de rest van hun leven.
Als we deze vicieuze cirkel willen doorbreken, moeten we collectief in actie komen. Ouders van zowel slachtoffers, pesters als getuigen maar ook leerkrachten en directie, kunnen pestsituaties best samen aanpakken.
In dit fragment gaan we in gesprek met Maureen Luyens van vzw Limits, steunpunt voor iedereen die binnen onderwijs te maken krijgt met pesten. We stelden haar volgende vragen:
Deel 1:
- Wanneer spreken we over pesten?
- Wat zijn de gevolgen van pesten?
- Welke leerlingen lopen risico om gepest te worden?
- Welke situaties vormen een voedingsbodem voor pestgedrag?
- Wat kunnen we doen om pestgedrag te voorkomen?
- Hoe komen we pestsituaties op het spoor?
- Wie vangt de eerste signalen op van pestsituaties?
Deel 2:
- Hoe moeten we pestsituaties best aanpakken?
- Lopen pesters die gesanctioneerd worden risico om zelf slachtoffer te worden van hun gedrag?
- Is samenwerking tussen leerkrachten, directie en ouders noodzakelijk?
- Wat zijn mogelijke valkuilen in de aanpak van pestgedrag?
- Moet pestgedrag altijd worden aangepakt of zijn er situaties waarin pestgedrag kan getollereerd worden of waarin we kunnen spreken over 'onschuldige' vormen van pesten?



