Wat kan je doen?

Misschien ben je oppasoma of opa ?

Goede afspraken bij een belangrijk engagement zoals kinderopvang kunnen heel wat ergernissen of teleurstellingen bij ouders en grootouders voorkomen. Bespreek niet alleen de praktische kant, maar probeer ook duidelijk te maken wat je belangrijk vindt in de opvoeding. Meestal is dit een groeiproces, waar ouders en grootouders veel van elkaar leren. Kleinkinderen tasten hierbij soms grenzen af, en durven partijen al eens tegen elkaar uitspelen. Maar in de eerste plaats genieten ze voluit van de liefdevolle aandacht van opa en oma, waar de tijd net iets trager lijkt te gaan.

Wat kan je doen met de kleinkinderen?
De kleinkinderen hebben een dagje geen school, kleindochter van 4 heeft de mazelen en moet nog een weekje thuis blijven, kleinzoon gaat naar een school waar er op woensdagnamiddag geen opvang is,…Ouders kloppen nogal eens bij de grootouders aan als ze opvang zoeken voor hun kind(eren). Maar hoe maak je er samen een leuke dag van? Het is vaak een hele klus om de dag te vullen met toffe activiteiten.

Maak er samen een leuke opvangdag van. 

Hieronder alvast enkele leuke ideetjes om er samen een spetterende dag van te maken.

  • Samen een boekje lezen
    Boeken van Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp ; Dick Bruna..... scoren hoog op de favorietenlijst van grootouders en kleinkinderen. Meer informatie over Voorlezen en boekentips vind je in het dossier.

 

  • Samen spelen
    Je kan op verschillende manieren tijd maken voor je spelende sloeber. Je kan samen met hem iets maken: een tent, een autobaan voor zijn autootje, een spaarpot... Samen bezig zijn versterkt het samenhorigheidsgevoel en geeft je kroost de boodschap dat ze - en wat ze doen - belangrijk zijn. Je kan ook meespelen. Het ene spel leent zich daar meer toe (bv. verstoppertje) dan het andere (met inpasblokjes iets maken). Met welk speelgoed spelen ? Speelgoed aanbieden is niet altijd hetzelfde als speelgoed kopen. Heel wat ‘waardeloos’ materiaal (kartonnen dozen, oude lakens, oude kleren, hand¬tassen...) kan waardevol speelgoed worden. Gooi dus niet meteen weg wat jij niet meer kan gebruiken. Misschien kan je kroost er nog veel plezier aan beleven. Je kan ook samen speelgoed maken. Het is ook fijn als een kind op zijn tocht door huis en tuin dingen vindt die hij mag gebruiken om mee te spelen (de borstel, de keukenstoelen, de mand met wasspelden...). Gezelschapsspelletjes zijn doorgaans dolle pret. Maar spelen is meer dan alleen maar fun. Spelletjes zijn stiekem een serieuze zaak, een manier om de wijde wereld te ontdekken. Kinderen steken er heel wat van op en trainen er verrassend veel vaardigheden mee. Maar wat als het niet langer “gezellig” is? Waar gekropen als het steevast uitdraait op een rondje mens-erger-je-wel? Hoe droog je bittere verliezerstranen? Meer informatie vind je in het dossier Kinderspel

 

  • Samen knutselen Knippen, plakken, schilderen, lijmen, … Allemaal dingen die kinderen heel fijn vinden, maar waar niet altijd tijd voor is. Een dagje samen knutselen met de kleinkinderen zal zeker een succes zijn. Op zoek naar leuke voorbeelden? Neem eens een kijkje op www.famiweb.be/nl/Het-nut-van-knutselen en www.knutselsite.be

Als de band breekt tussen (groot)ouders en (klein)kinderen

De band tussen grootouders en kleinkinderen is vaak heel bijzonder en hecht. Een ruzie in de familie of een echtscheiding van de kinderen kan hier plots verandering in brengen. Grootouders hebben steeds meer vragen over hun recht op contact met hun minderjarige kleinkinderen. Via de jeugdrechter kunnen ze contact afdwingen, maar via een bemiddeling kan ook geprobeerd worden om moeilijke relaties te herstellen.

Grootouders en bezoekrecht
Grootouders hebben in principe recht op contact met hun kleinkinderen. Dit staat zelfs uitdrukkelijk ingeschreven in het Burgerlijk Wetboek: “Art. 375bis. De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder ander persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.

Grootouders hebben recht op contact met het kind. 

Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de jeugdrechtbank.” Grootouders hoeven geen bijzondere redenen aan te voeren om dit omgangsrecht te bekomen, slechts wanneer deze strijdig zou zijn met het belang van het kleinkind kan het geweigerd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uit de hand gelopen conflicten tussen ouders en kinderen, waarbij het te vrezen valt dat de kleinkinderen bij de uitoefening van het grootouderlijk omgangsrecht zouden gebruikt worden of de facto met dit geschil zouden geconfronteerd worden.

Om het omgangsrecht af te dwingen moeten grootouders zich tot de jeugdrechter wenden, met het risico dat je een al moeilijke relatie nog meer verzuurt. Het is dan ook beter om eerst langs minnelijke weg tot een overeenstemming te komen. Lukt een gewoon gesprek niet meer dan kan je door het inschakelen van een familiale bemiddelaar proberen tot een akkoord te komen. Dit kan bvb via de familiale bemiddelingsdiensten van je lokale CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk – www.caw.be), een psycholoog of een advocaat.

Spijtig genoeg moet er soms toch beroep gedaan worden op de jeugdrechtbank. Het verzoek moet dan worden gericht aan de jeugdrechter van het gerechtelijk arrondissement waar de kleinkinderen hun woonplaats hebben. De procedure wordt ingeleid door middel van een verzoekschrift, wat de kosten beperkt houdt.

In geval van een echtscheiding is het omgangsrecht van de grootouders afhankelijk van de omgangsregeling die tussen de ouders geldt. Dit betekent dat grootouders slechts hun recht kunnen uitoefenen op het ogenblik dat hun kind de kleinkinderen bij zich heeft. Als het omgangsrecht van deze ouder heel beperkt is – bvb één weekend op twee – of zelfs onbestaande kan de jeugdrechter een eigen omgangsrecht toestaan. Een 100% garantie dat je dit omgangsrecht ook zal krijgen is er niet. Uiteindelijk zal de rechter de feiten appreciëren en op basis hiervan beslissen en het recht weigeren of toekennen. De jeugdrechter zal in de eerste plaats oordelen in het belang van het kind. Het omgangsrecht van de grootouders is dus ondergeschikt aan de belangen van het kleinkind.Bovendien wordt een dergelijke omgangsregeling in de regel zeer beperkt toegekend: één of twee momenten per maand. Elke rechter oordeelt hier echter soeverein.

Zo zullen grootouders die zich in het verleden op geregelde tijdstippen - bvb. elke woensdagnamiddag, in geval van geregelde naschoolse opvang - om de kleinkinderen bekommerden meer kans maken op een uitgebreider omgangsrecht. Grootouders die weinig contact onderhielden of op een grote afstand wonen zien hun omgangsrecht vaak ingeperkt.

 

Getuigenissen:

  • Het verhaal van een bezorgde mama
    Wij wonen met ons gezinnetje een heel eind van mijn schoonouders. Omdat we niet zomaar snel even over en weer kunnen, gaat onze dochter van twee er wel eens een weekendje logeren. Maar er komt steeds meer onenigheid over bepaalde afspraken, zoals het etensuur. Om zo veel mogelijk haar ritme te volgen, proberen we thuis altijd rond hetzelfde uur te eten. Maar bij elk logeerpartijtje merkten we dat de grootouders die uren niet zo strikt namen. Soms moest ze zelfs nog eten als we even belden om slaapwel te zeggen. De eerste keer reageerden we niet omdat we dachten dat het om een uitzondering ging. Maar die uitzondering werd de regel en de afwijking werd steeds groter: een halfuur later tolereren we nog, maar anderhalf uur gaat ons echt te ver. Als we de confrontatie aangaan, krijgen we steeds hetzelfde antwoord: “Als ze maar op tijd in haar bedje ligt!” Maar hoe kan dat nu als ze nog moet eten, gewassen worden, melk drinken en een verhaaltje lezen? De laatste keer ging de ruzie zo ver dat er flink geroepen werd en dat er ook andere dingen bij gesleurd werden. Zij vinden dat ze in hun eigen huis mogen doen wat ze willen met onze kinderen. Net alsof we tegen een muur praten! We willen de relatie tussen de kinderen en hun grootouders niet verbreken, maar intussen is het zo ver gekomen dat we haar niet meer alleen naar oma en opa laten gaan.
    Uit Brief aan Jonge Ouders, Gezinsbond
  • Het verdriet van een oma
    Ik ben de fiere oma van een kleindochter, bij mijn zoon. Ik probeerde van in het begin zo weinig mogelijk langs te gaan, omdat ik de jonge ouders niet wil storen of mij bemoeien met hun huishouden. Toch werd mij ‘bemoeizucht met de opvoeding van hun dochtertje’ verweten (ze was toen drie maanden oud!?) Ik was mij van geen kwaad bewust en begrijp het hoe en waarom nog altijd niet. De ruzie werd uiteindelijk bijgelegd, maar ik voel mij nog steeds buitengesloten en durf bijna niet op bezoek gaan. Ik durf mijn kleindochter niet oppakken zonder dat ik daarvoor hun toestemming heb gekregen. En een kus durf ik enkel geven als ik na een halfuurtje alweer vertrek, om geen verwijten meer te krijgen en geen ruzie meer te ‘veroorzaken’. Ik heb mijn kinderen vroeger altijd overladen met kusjes en zou ook mijn kleindochter volop liefde willen geven. Ik mag ook nooit babysitten, dat mag enkel en alleen de andere oma doen. Ik ben bang dat mijn kleindochter mij nooit als grootmoeder zal leren kennen, daar ze mij slechts af en toe en dan nog heel kort te zien krijgt. Het knuffelen en verwennen van een kleinkind ken ik dus niet, alhoewel ik gepensioneerd ben en vrije tijd genoeg heb. Maar ik krijg er de kans niet voor. Ik mag enkel op afspraak komen en dan zitten wachten tot ik toestemming krijg om haar eens vast te pakken. Ik voel mij een verstoten oma. Ik mag mijn kleinkind niet zien, maar evengoed hou ik van haar en wil ik die liefde graag tonen door haar te kussen en te knuffelen. Oma's hebben ook rechten!
    Uit Brief aan Jonge Ouders, Gezinsbond
  • Het verhaal van oma Jackie
    Toen ik wist dat mijn dochter zwanger was van ons eerste kleinkindje, voelde ik me ontzettend blij: ik heb letterlijk een vreugdedansje gemaakt! Tegelijk heb ik met mijn dochter afgesproken dat ik dat kleintje één dag per week wou opvangen. Eén dag, meer niet. Zo zou ik mijn kleinkind goed leren kennen en toch nog van het leven profiteren. Mijn man was ook net met pensioen en we hadden heel wat citytrips en wandelreizen op ons programma staan. Maar mijn dochter had problemen om in haar buurt een goeie crèche te vinden, dus mijn kleindochtertje kwam al gauw drie dagen per week bij ons. Na een paar maanden was er dan toch ergens een plaatsje vrij… maar ik kon dat kind niet meer missen! (glimlacht) Ik heb intussen zes kleinkindjes, en we vangen ze allemaal drie of vier dagen per week op. Onze citytrips en wandelreizen doen we tijdens de vakanties van onze kinderen en in het weekend. Ik had nooit gedacht dat mijn pensioen er zo zou uitzien, maar ik geniet er honderd procent van!
    Uit Brief aan Jonge Grootouders, 2010, Gezinsbond
  • Eigen agenda “De vijftien kleinkinderen weten dat ze altijd welkom zijn bij oma en opa, maar dat we hen niet op elk moment kunnen opvangen. Willen ze bijvoorbeeld op een schooldag ’s middags bij ons komen eten, dan bekijken we of het kan. Als we zelf een activiteit gepland hebben, zullen ze boterhammen moeten meenemen naar school. Onze kinderen houden daar rekening mee en het is voor ons een zalig gevoel dat niets moet!”
    Uit Aktief, katern voor grootouders en senioren in ‘De Bond’, nummer 2, 2008, Gezinsbond
vrijdag, april 5, 2013 - 12:18

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek