Pesten en cyberpesten

In Vlaamse scholen wordt gemiddeld één kind op vijf gepest. Bijna één kind op twintig heeft er dagelijks mee te maken. Pesten op school is dus een hardnekkig probleem. Bovendien is niet alleen het kind daar slachtoffer van. Ook heel wat ouders voelen zich machteloos wanneer ze hun kind zien lijden onder pestgedrag. En wat als je van school de boodschap krijgt dat jouw kind de pester is? Of als je merkt dat er op school gepest wordt en dat jouw kind - misschien wel uit angst - meedoet? Tel al deze situaties samen en je merkt dat heel veel ouders en opvoeders, rechtstreeks of onrechtstreeks, met pesten te maken krijgt. 

Wat is pesten en cyberpesten?

Wanneer plagen pesten wordt

Plagen is op een humoristische manier aandacht vragen. Dat is soms best vervelend, maar nooit bedreigend. Beide partijen zijn gelijk aan elkaar. Pesten daarentegen is gewelddadig gedrag met als doel de ander te kwetsen. Er is sprake van een ongelijke machtsverhouding tussen de pester en de gepeste. Zelfs al gaat het om leeftijdsgenoten, de ene kan meer ‘macht’ hebben, bijvoorbeeld omwille van zijn populariteit in de groep.

Pesten is gewelddadig gedrag met als doel de ander te kwetsen

Pesten is meestal herhaald gedrag. Toch kan ook een eenmalige pesterij een grote impact hebben op een slachtoffer. Stel je maar eens voor dat het opnieuw zou gebeuren.

Vormen van pesten

Verbaal pesten komt het meest voor: kwetsende opmerkingen, schelden, dreigen, haat zaaien… Pesten kan ook fysiek gebeuren door iemand te trappen, duwen, slaan of schoppen. Materieel pesten is dan bijvoorbeeld iemands boekentas verstoppen, een tablet beschadigen of een smartphone stelen. Kinderen of jongeren uitsluiten of roddels verspreiden rekenen we dan weer onder sociaal of relationeel pesten.

Een niet te onderschatten deel van het pesten gebeurt tegenwoordig online. We spreken dan van cyberpesten. Eén op drie kinderen en jongeren werd al geconfronteerd met cyberbesten, één op vijf heeft al gecyberpest. En twee derde van de cyberpestslachtoffers wordt ook traditioneel gepest. Dat gaat van een vals profiel aanmaken in naam van de gepeste, haatmails of sms-berichten versturen tot het ongevraagd verspreiden van foto’s. Er zijn veel parallellen met pesten ‘in real life’. Zo kan je immers ook in een chatgroep iemand uitsluiten, beledigen of zwart maken. Het risico op online pestgedrag is zelfs groter omwille van het anoniem karakter en omdat je niet rechtstreeks geconfronteerd wordt met de gevolgen van je gedrag. Cyberpesten vergroot de macht van de pester, omdat het controleverlies van het slachtoffer nog groter wordt. De pesterijen zijn langer en voor meer mensen zichtbaar, en de gepeste krijgt het gevoel dat hij of zij nergens nog veilig is.

Hoe belangrijk is het om pesten aan te pakken?

De laatste jaren is het aantal pestslachtoffers gedaald. Vroeger werd ongeveer 1 op 4 kinderen het slachtoffer van pesterijen, vandaag is dat 1 op 5. Ondanks deze positieve evolutie is blijvende aandacht nodig.

Pesten heeft grote gevolgen voor het zelfbeeld van het slachtoffer

Pesten komt vooral voor rond het einde van de lagere school en het begin van het secundair onderwijs. Rond die leeftijd is ‘erbij horen’ heel belangrijk. Het hoort er dus deels bij dat kinderen experimenteren met omgangsregels en machtsverhoudingen in een groep, wat zeker niet wil zeggen dat we pesten zomaar door de vingers moeten zien. Integendeel, de gevolgen van pesten zijn groot op psychologisch, lichamelijk en sociaal vlak. Gepest worden heeft een enorme impact op het zelfbeeld van het slachtoffer.
 
Alert zijn voor de signalen van je kind, kan helpen om tijdig in te grijpen. Volgende signalen kunnen erop wijzen dat je kind gepest wordt: je kind
wil opeens niet meer naar school;
wil je vragen over school niet beantwoorden;
heeft minder zelfvertrouwen dan eerst;
lijkt afwezig, teruggetrokken of tobberig en gedraagt zich anders;
slaapt slecht of wordt ’s nachts vaak angstig wakker, bijvoorbeeld door vervelende dromen
kan ook weer gaan bedplassen
klaagt over buikpijn of hoofdpijn terwijl het niet ziek is;
komt vaak thuis met kapotte kleren of spullen en kan niet goed uitleggen waardoor dat komt;
wil niet door een bepaalde straat of buurt lopen of fietsen.
heeft blauwe plekken of schrammen waarvoor geen verklaring is.
 
Naast slachtoffers moeten de daders evenzeer aandacht krijgen. Kinderen en jongeren die pesten kampen vaak met een laag zelfbeeld. Om dat op te krikken gaan ze op zoek naar een vorm van macht over de ander. 
 

Wat kan je doen?

Rustig blijven en luisteren

Machteloosheid en boosheid overheersen vaak als je als ouder merkt dat je kind gepest wordt. Toch kan je thuis op verschillende manieren je kind ondersteunen. Het is belangrijk dat je kind weet dat hij of zij altijd bij jou terecht kan. Jouw kind is niet de schuldige, noch de oorzaak van het pesten. Wees blij dat je kind het vertelt en zeg ook tegen je kind dat je zijn moed bewondert. Probeer rustig te blijven en niet halsoverkop te reageren vanuit je emoties.

Je kind is niet de schuldige, noch de oorzaak van het pesten

Luister goed naar het verhaal van je kind en bekijk samen wat er precies gebeurt. Gaat het om eenmalig of herhaald pesten? Gebeurt het op school en/of daarbuiten? Gaat het om één dader of om een groep? Om welke vorm van pesten gaat het? Door op deze manier met je kind te praten, voelt het zich serieus genomen. Geef je kind het gevoel dat je het steunt in alle omstandigheden en dat je in hem of haar gelooft. Het probleem minimaliseren of pesten beschouwen als een noodzakelijk kwaad in het leren omgaan met elkaar, gaat voorbij aan de negatieve gevolgen die pesten heeft op het slachtoffer.

Soms kan het helpen om het gedrag van de dader te kaderen, zonder de indruk te geven dat je het gedrag goedkeurt. Uitleg over een moeilijke situatie thuis bij de pester of over een ontwikkelingsstoornis, kan een extra bevestiging zijn voor je kind dat het niet de schuldige is.

Een gezamenlijke aanpak

Pesten is een complex probleem, dus beloof je kind geen snelle kant-en-klaar oplossing. Overloop samen de mogelijkheden. Doe niks zonder eerst met je kind te overleggen. Gepest worden geeft immers een gevoel van controleverlies en door je kind te betrekken bij de stappen die je onderneemt, krijgt het terug wat grip op de situatie.

Kan jij of je kind er met een (zorg)leerkracht, leider of coach over praten? Kan het CLB of een andere externe organisatie ingeschakeld worden? CLB-medewerkers weten hoe ze ongewenst gedrag systematisch kunnen aanpakken en de school, het slachtoffer én de dader begeleiden. Een gezamenlijke aanpak is belangrijk: zodra het gepeste kind ervaart dat er steun uit verschillende hoeken komt, valt er heel wat last van zijn schouders. Informeer je over welke visie de school hanteert in het aanpakken van pesten. Veel scholen gebruiken de ‘No Blame’ methode, een methodiek die ervan uitgaat dat straffen van de pester niet helpt, en op zoek gaat naar oplossingen met behulp van de hele groep. Niet alleen pester en gepeste worden betrokken, ook toeschouwers en meelopers kunnen suggesties doen om de situatie te veranderen. Bij ernstigere incidenten kan de HERGO- methodiek ingezet worden. Dat staat voor Herstelgericht Groepsoverleg: daders, slachtoffers en hun steunfiguren gaan samen met een neutrale deskundige op zoek naar manieren om de schade te herstellen. 

Een extra luisterend oor kan je kind ook vinden bij Awel, de vroegere Kinder- en Jongerentelefoon, via telefoon of chat. Omdat het probleem zich vooral tijdens de jeugdjaren voordoet, is Awel zeer vertrouwd met dit thema.  Bij zeer ernstige feiten, ook bij cyberpesten, kan je contact opnemen met de politie. Daarnaast organiseert het Vlaams Netwerk tegen Pesten jaarlijks de Vlaamse Week tegen Pesten. Die vindt plaats in de week voor de krokusvakantie. Je kan op hun site terecht voor tips en materiaal. Kijk bij 'Meer weten' voor de juiste verwijzingen.

Zelfvertrouwen en weerbaarheid

Je zou zelfvertrouwen hét centrale wapen tegen pesten kunnen noemen. Je hebt het immers nodig om ‘neen’ te zeggen als je ziet dat er gepest wordt, om zelf pesters het hoofd te kunnen bieden of om zelf niet te pesten. Bij zowel slachtoffers, daders als omstaanders of getuigen, is werken aan een flinke dosis zelfvertrouwen een deel van de aanpak. Als ouder van een kind dat gepest wordt, voelt dat soms oneerlijk aan: jouw kind is empathisch en zachtaardig en krijgt toch de boodschap dat het moet veranderen. Hou dan voor ogen dat je kind met meer zelfvertrouwen en assertiviteit steviger in zijn schoenen staat, ook op veel andere momenten in het leven. Pesten is een groepsprobleem dus pesten in de kiem smoren en voorkomen doe je samen.

Zelfvertrouwen doet je in jezelf geloven met je goede en minder goede kantjes. Laat je kind veel zelf doen om zo stappen richting zelfstandigheid te zetten. Fouten maken mag. Niemand is immers perfect! Opgroeien gaat gepaard met vallen en opstaan. Vertrouwen is nodig om het een volgende keer nog eens te proberen.  Geef regelmatig een oprecht gemeend compliment aan je kind. Focus op wat goed gaat, inzet is belangrijker dan resultaten. Zoek samen naar hobby’s of plaatsen waar je kind een gevoel heeft van ‘erbij horen’. De belangrijkste boodschap is dat je kind oké is zoals het is en dat je er vertrouwen in hebt dat hij of zij haar weg zal vinden. Je vindt hier nog meer tips. Je kan ook aan de slag met de oefeningen uit de Rots&Water-methode, waarbij je kind leert om te gaan met pestgedrag en groepsdruk.

Zelfvertrouwen is ook nodig om grenzen van jezelf en de ander herkennen en te bewaken. Je kind zal zijn eigen grenzen beter leren kennen als het goed weet wat het zelf leuk en niet leuk vindt. Vertel je kind regelmatig wat jij wel en wat je minder waardeert aan zijn of haar gedrag. Zo leert het dat gedrag altijd een invloed heeft op de ander.

Niet afschermen

Was je vroeger zelf het slachtoffer van pesterijen, dan kan het des te harder aankomen als je merkt dat jouw kind dit ook mee moet maken. Maar je kan je kind nooit helemaal beschermen tegen de soms ‘boze’ buitenwereld. Waar je vooral voor kan zorgen, is een veilige haven. Je kan eventueel vertellen over wat het pesten met jou deed, hoe je reageerde, wanneer het is gestopt… Scherm je kind ook niet af van de buitenwereld als het gepest wordt maar laat het gewone leven zoveel mogelijk doorgaan.

Cyberpesten

Om cyberpesten te voorkomen is er één gouden regel: weet waar je kind mee bezig is. Een veel gehoorde tip is om de gezinscomputer in de woonkamer te plaatsen, zodat je als ouder een oogje in het zeil kan houden (zonder mee te lezen en de privacy van het kind te schenden) en bepaalde reacties tijdens het internetgebruik van het kind kan opmerken. Door het toenemend gebruik van tablet en smartphone zijn kinderen echter steeds mobieler online, en is rechtstreeks toezicht minder evident.

Wat je niet doet in het echte leven, kan ook niet online

Een open communicatie over het onlinegebruik van je kind is dan ook essentieel. Waar is je kind mee bezig, met wie staat het in contact op internet? Geef je kind als vuistregel mee dat alles wat je niet in het echte leven zou zeggen tegen elkaar, ook niet kan op internet. Verken samen met je kind de leuke kansen die het web biedt. Bespreek ook de risico’s van internet zoals paswoorden doorgeven of foto’s die zonder toestemming gedeeld kunnen worden. Zoek samen uit hoe je privacy instellingen kan optimaliseren. Op veel plaatsen kan je terecht voor lezingen en vormingen, als je je hierin onzeker voelt.

Spreek af met je kind om niet te reageren op online pesterijen. Je kan de afzender van ongewenste e-mails, sms’en of chats blokkeren. Meld het misbruik ook bij de provider van de site. Bewaar de pestberichten, zodat je ze kan uitprinten als bewijsmateriaal. Bij ernstige gevallen van cyberpesten kan je contact opnemen met de politie.

En wat als je kind een pester is?

Weet dat stoer gedrag vaak onzekerheid verbergt en dat het ook een lange weg is voor een kind om te leren waar plagen ophoudt en pesten begint. Pesters verantwoorden hun gedrag vaak tegenover zichzelf en vinden allerlei redenen om te pesten: een manier van spreken of een houding; huidskleur, geloof of taal; het beroep van de ouders of armoede; mentale of lichamelijke eigenschappen als snel blozen of flaporen; kledij of schoolresultaten,… Vandaar dat ook voor de daders werken aan zelfvertrouwen zo belangrijk is.

De teleurstelling, het verdriet of de boosheid van de ouders kan net zo groot zijn als je merkt dat je kind pest als wanneer het slachtoffer is. Probeer op een rustige manier je gevoel uit te spreken. Dreigen met straffen zal vaak het pestgedrag nog versterken en stimuleert je kind niet om na te denken over zijn gedrag. Laat kalm maar kordaat weten dat pesten niet door de beugel kan, om geen enkele reden en op geen enkele manier. Vraag uitleg over het waarom van het gedrag maar zorg ervoor dat je kind daarmee zijn verantwoordelijkheid niet ontloopt. Voor pestgedrag zijn er immers geen geldige excuses, zelfs niet de angst om zelf gepest te worden. Vaak gaat de start van het pesten wel gepaard met andere problemen op school, met de zoektocht naar een identiteit, waar je kind geen weg mee wist.

Probeer waar mogelijk het inlevingsvermogen van je kind te bevorderen en vragen te stellen als ‘hoe zou jij het vinden als…’. Samen kan je ook op zoek gaan hoe je kind de aangerichte schade of het geschonden vertrouwen kan herstellen. Contacteer de school om te bespreken hoe zij het probleem aan te pakken. Afhankelijk van de gebruikte methode (zie boven), kan jij als ouder ook een rol opnemen in dit proces. Belangrijk is dat je kind voelt dat jij als ouder, het slachtoffer en de (klas)groep lijden onder het pestgedrag. Laat je kind zelf nadenken over wat het kan doen, zoals verontschuldigingen aanbieden aan het slachtoffer. Praat ook over online gedrag: hoe gedraag je je respectvol op het internet? Maak dus duidelijke afspraken met elkaar maar vergeet vooral ook niet het vertrouwen binnen je gezin te bewaren. 

Meer weten?

Websites voor ouders

www.veiligonline.be: met een hoofdstuk over cyberpesten (wat, profielen, tips)

https://www.klasse.be: artikels en getuigenissen

www.cyberpesten.be: heel veel info, brochures en films

www.kieskleurtegenpesten.be: Vlaams netwerk tegen pesten, en alle info en activiteiten in de Vlaamse Week tegen pesten (jaarlijks in de week voor de krokusvakantie)

https://facebook.com/hacked: als je Facebook account gehacked is

https://www.facebook.com/help/safety: tips en tricks voor privacy instellingen op Facebook

www.tumult.be/pesten: site vanuit het jeugdwerk, met een duidelijke visie over pesten en de aanpak hiervan

https://mediawijs.be: verdiepende info over cyberpesten

Websites voor ouders en jongeren

http://www.praatoverpesten.be/: site die pesten bespreekbaar wil maken, met info op maat van jongeren (gepeste, pester of getuige), ouders en professionals

www.clicksafe.be: over veilig internet, met info op maat van ouders, kinderen en jongeren

Websites voor jongeren

https://www.awel.be/themas/pesten-1: je kan chatten, bellen of mailen met Awel met jouw vragen en problemen

 

Boeken voor kinderen en jongeren

  • Kleuters

4+          Hou op met pesten! Alexander, C. Vries-Brouwers, 2009. Prentenboek

4+          Wat doe je tegen pestkoppen. Daly, N. Vries-Brouwers, 2016. Voorleesboek

5+          Pest jij ook? Renting, V. Clavis, 2010. Non-fictie

5+          Rood of waarom pesten niet grappig is. De Kinder, J. De Eenhoorn, 2013. Fictie

  • Lagere school

7+          Pesten in perspectief. Frankel, E. Bazalt, 2013. Fictie (trilogie: Raar!, Bang!, Stoer!)

8+          De survivalkid pesten. Descamps, L. & Deboutte, G. Abimo, 2014. Non-fictie

8+          Pestkoppen en windbuilen. Didelez, G. Manteau, 2015. Fictie

9+          Pesten. Mijn boek over durf en zelfvertrouwen. Tulleners, A. Nino, 2007. Non-fictie

  • Jongeren

12+        Pesten, een kwestie van overleven? Werkman, J. Vof, 2014. Fictie

12+        Pesten of gepest worden. Stones, R. Dahlgaard, 2000. Non-fictie

14+        Ben X. nDurlie. Lannoo, 2015. Fictie

15+        (Gewoon) Kwetsbaar. Descamps, L. Abimo, 2016. Fictie

 

Boeken voor ouders

               Geweld genoeg! Deboutte, G. Baeckens, 1997. Non-fictie, ISBN 9789054619079

               Pesten. Wat is het, wat doe je eraan. Deboutte, G. Bakermat, 2000. Non-fictie, ISBN 9054612983

·              Alles over pesten. Van Stigt, M. Uitgeverij Boom, 2014. Non-fictie, ISBN 9789089532510

Films

  • De Superheld van Christian Lo (2013): Modulf is 11 jaar oud en vindt zichzelf een held. Een superheld zelfs! Want terwijl hij weer eens met z'n hoofd in de schooltoiletten wordt geduwd, zorgt hij er tenminste voor dat de andere leerlingen niet gepest worden.Tot er op een dag een nieuw meisje op school komt; de ultieme superhelden-nachtmerrie! Ze praat gek, ziet er gek uit en gedraagt zich gek... kortom, een gedroomd pestslachtoffer. Maar Lise zegt precies wat niemand anders hardop durft uitspreken. Zij neemt Modulf onder handen en leert hem dat het niet oké is om zich zomaar te laten pesten.
  • Ben X van Nic Balthazar (2007): Ben is anders. Zijn leven zit vol vreemde rituelen. Hij lijkt te leven in een eigen universum, dat zich voor meer dan de helft afspeelt in de wereld van de online computergames. In de echte, harde wereld van het laatste jaar op de technische school is het leven voor hem een dagelijkse hel. Vooral Bogaert en Desmet maken hem het leven bijna letterlijk onmogelijk. Op een dag loopt een zoveelste pesterij uit de hand...
 
 
vrijdag, februari 24, 2017 - 11:48

Reageer

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek