Wat kan je doen?

Belonen 

Je kan op verschillende manieren reageren op gewenst gedrag.

  • Je kind vindt niks leuker dan samen met jou iets doen. Jouw persoonlijke aandacht en tijd zijn de beste investering in het zelfbeeld van je kind. Bv. samen gaan zwemmen, een spelletje spelen, iets knutselen, tijd vrijmaken om gezellig wat te praten of naar muziek te luisteren, ... 
  • Je kan je kind belonen met welgemeende complimentjes. Een positieve reactie recht uit je hart doet wonderen. Je hoeft het echt niet ver te zoeken. Met een opgestoken duim, een knipoog of een knuffel bereik je veel.
  • Aanmoedigen is ook een vorm van belonen. Als je gelooft dat je kind zelf iets kan, zal het aanmoedigen meestal vanzelf gaan. Gaat het om iets nieuws, dan kan je je kind eventueel voordoen hoe het iets kan aanpakken. Sta ook open om te ontdekken wat je kind spontaan zelf kan. Moedig hem/haar aan om nieuwe dingen te proberen. Zo voelt je kind zich gesteund in zijn kunnen: als jij in hem/haar gelooft, zal dat zijn zelfvertrouwen sterker. 
  • Je kan je kind op een materiële manier belonen, bijvoorbeeld met cadeautjes. Als je kind iets moeilijks moet doen, kan het vooruitzicht van een materiële beloning een extra stimulans zijn. 

Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn

  • Reageer zoveel mogelijk op positief gedrag. Positief gedrag valt soms minder op dan negatief gedrag. Dat is normaal: soms ben je druk bezig en ga je pas tussenkomen wanneer je kind plots storend gedrag vertoont of iets stout doet. Bij negatief gedrag is het belangrijk om consequent elke keer te reageren. Dat hoeft bij positief gedrag niet: je hoeft niet op álles wat je kind goed doet te reageren. Maar het is wel belangrijk om hier ook oog voor te hebben: laat zien dat je ook opmerkt wat hij/zij goed doet en dat je dit appreciëert.
  • Kijk naar het positieve en probeer kleine dingen te zien die je kind goed doet. Wanneer een trui aantrekken nog niet goed lukt, kan je bv. zeggen  “Je hebt goed geprobeerd om zelf je trui aan te trekken.” Soms is een bepaald gedrag moeilijk om te leren en doen kinderen dit in stapjes. Een voorbeeld is een kind dat moet leren om niet te roepen als het boos wordt, maar om rustig te zeggen wat het voelt. Het zou best kunnen dat het kind op een normale toon eerst zegt dat het zich kwaad voelt, maar vervolgens toch explodeert. Probeer in dat geval niet enkel het roepen te begrenzen, maar zeg je kind ook dat je het fijn vond dat het zich eerst rustig heeft uitgedrukt.
  • Reageer op wat je ziet en benoem het in termen van gedrag. Je kan je kind zeggen dat je blij bent dat het 'flink is', maar nog beter is het wanneer je benoemt wat je kind nu precies goed doet: “Fijn dat je even hebt kunnen wachten tot mama/papa uitgesproken is", “Je hebt me goed geholpen door de tafel helemaal alleen te dekken", ...
  • Geef beloningen nooit vooraf. 
    Bijvoorbeeld: “Je krijgt nu een snoepje als je straks stil bent bij oma.”
  • Geef bij voorkeur beloningen in de vorm van aandacht en complimentjes. Het is een goed idee om materiële beloning, zoals een cadeautje of een dure uitstap) eerder uitzonderlijk in te zetten. Je kind hoeft niet voor allerlei goed gedrag een cadeau te krijgen. Het is immers niet de bedoeling dat je kind zich goed gedraagt omdat het dan een snoepje krijgt, maar wel omdat het heeft geleerd dat dat belangrijk is, dat er regels zijn, dat het fijner is voor anderen en zichzelf, ... Alleen zo zal je kind op lange termijn ook goed gedrag vertonen uit zichzelf.

Een beloningssysteem: een tijdelijke stimulans die goed werkt!

 

  • Wil je je kind iets nieuws aanleren (bv. opruimen voor het slapengaan)? Of een specifieke vervelende gewoonte afleren (bv. weglopen aan tafel tijdens het eten)? Dan kan je je kind extra stimuleren met een tijdelijk beloningssysteem. Dat kan bijvoorbeeld een zelfgemaakte poster zijn waarmee je kind X aantal 'punten' (stickers, stempels, ....) moet verzamelen voor een kleine beloning.
  • Kies je om je kind een materirële beloning te geven, dan is het een goed idee om dit vooraf af te spreken. Vertel je kind voor welk gedrag het een beloning kan krijgen. Als je je kind als verrassing een beloning geeft, bestaat de kans dat het ook op andere momenten zal beginnen verwachten dat het iets extra krijgt als het zich goed gedraagt.
  • Belangrijk is rekening te houden met wat je kind leuk vindt. Een beloning moet echt leuk zijn. Als je kind bijvoorbeeld niet graag buiten speelt, zal samen buiten voetballen geen beloning voor hem zijn en dus ook niet werken.

Straffen

Je kan ook op verschillende manieren reageren bij ongewenst of storend gedrag.

  • Leg kordaat uit welk gedrag niet mag en waarom. Praat rustig maar duidelijk en overtuigend. Zorg ervoor dat je kind weet over welk gedrag het precies gaat. Zeggen 'dat je niet wilt dat je kind roept en op de grond stampt', is bijvoorbeeld duidelijker dan zeggen 'dat je niet wil dat je kind zo druk doet'.
  • Door grenzen te stellen, leert je kind wel dat het iets niet mag doen, maar leert het niet hoe het zich dan wél moet gedragen. Het is daarom heel belangrijk om je kind altijd een alternatief gedrag voor te stellen. Maak dus steeds ook duidelijk hoe je wil dat je kind zich wél gedraagt. Een voorbeeld: "Nee, aan de staart van de poes trekken doet pijn. Haar kopje aaien vindt de poes wel leuk."
  • Je kan je kind negeren door de kamer uit te gaan of door te doen alsof je je kind niet hoort. Aanvankelijk zal het storend gedrag toenemen, maar als je volhoudt, zal het afnemen. Het is niet gemakkelijk om als ouder negatief gedrag te negeren, maar de aanhouder wint. Negeer je kind nooit bij gevaarlijk gedrag: als het zichzelf of anderen pijn doet of in gevaar brengt, moet je ingrijpen.
  • Je kind zelf de schade of negatieve gevolgen laten aanvoelen is ook een manier om te straffen. Hierdoor leert het kind wat de gevolgen van zijn gedrag kunnen zijn. Het is belangrijk om hierbij rekening te houden met de leeftijd van je kind en met wat je kind al kan. Laat je kind bijvoorbeeld de tafel niet zelf opkuisen als het hier nog te jong voor is.
  • Je kind even apart zetten in de gang, in de hoek of tegen de muur zetten is een vorm van straffen. Soms is dit echt nodig om je kind tot rust te laten komen. Het kan dan even nadenken over wat het heeft gedaan. Als ouder kan je ook zelf even tot rust komen als het je allemaal te veel wordt en je anders misschien “domme dingen” gaat zeggen of doen.
  • Belangrijk is om zelf rustig te blijven en aan je kind te zeggen waarom het even apart gezet wordt. Zeg duidelijk voor welk negatief gedrag je je kind apart zet. Om de situatie te bespreken, wacht je beter tot na de 'time-out'. Voor heel wat kinderen lukt praten beter als ze eerst even tot rust zijn gekomen en hebben kunnen nadenken.
  • Het heeft geen zin je kind lang apart te zetten. Belangrijk is dat je rekening houdt met de leeftijd van je kind. Een regel die soms wordt gebruikt, is 1 minuut per leeftijd. Een kind van 3 zou je dus 3 minuten apart kunnen zetten. Je kan ook zeggen aan je kind dat het mag terugkomen als het opnieuw rustig is.
  • Zet je kind niet op een ongezellige of enge plaats: het is niet de bedoeling dat je kind bang wordt en nog meer in de war raakt. Je zet je kind ook best niet op de slaapkamer: het zou de slaapkamer dan kunnen associëren met “stout zijn”. Een slaapkamer moet juist aantrekkelijk zijn: een veilige plek om te slapen.
  • Je kan je kind straffen door het iets te laten doen wat het niet leuk vindt, bijvoorbeeld de afwas doen of de tafel dekken. Deze manier van straffen zal je eerder toepassen bij oudere kinderen. Je kan je kind ook verbieden om iets te doen wat het leuk vindt, bijvoorbeeld tv-kijken of buiten spelen. Het is nodig dat hierover duidelijke afspraken worden gemaakt en dat de gevolgen vooraf aangekondigd zijn. Zorg er ook voor dat de straf in verhouding staat tot de overtreding en dus niet te zwaar is. Voer je straf ook werkelijk uit en zorg ervoor dat beide partners eensgezind zijn over de straf.

Probeer zo weinig mogelijk te straffen. Belonen met aandacht of tijd, kan je nooit te veel. 

Belangrijke aandachtspunten bij het straffen zijn:

  • Probeer zo weinig mogelijk te straffen. Belonen kan je echter nooit te veel: positief reageren, aandacht geven, … Het is beter positief gedrag heel vaak te belonen dan storend gedrag heel vaak te bestraffen. Vaak belonen zorgt immers voor een goede relatie met je kind. Je kind krijgt ook meer zelfvertrouwen en zal vaker positief gedrag stellen.
  • Straf onmiddellijk na negatief gedrag. Zeg bijvoorbeeld niet: “Vanavond geen tv omdat je vanmorgen je tanden niet wilde poetsen.” Kinderen denken op korte-termijn en een straf is het meest effectief als ze meteen op het negatieve gedrag volgt.
  • Soms kan het je allemaal te veel worden. Je kind kan je soms het bloed van onder de nagels halen. Schud je kind in geen geval! Dit kan erg gevaarlijk zijn voor je kind. Het is beter op zo’n moment je kind eventjes apart te zetten, zodat je zelf ook tot rust kan komen.
  • Na het straffen is het belangrijk om even de tijd te nemen om het weer “goed te maken” met elkaar. Je was boos omdat je kind iets deed, maar na de straf is dat vergeten. Je moet er dan ook niet meer op terugkomen.
vrijdag, april 5, 2013 - 10:25

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek