Wat kan je doen?

Werk maken van talentenontwikkeling Talentenkiemen groeien in de combinatie van drie belangrijke ingrediënten: (1) een rijke leer- en leefomgeving, (2) een waarderende en stimulerende houding en (3) ruimte om je eigen weg te gaan.

Talenten groeien in een rijke omgeving.

Kinderen hebben nood aan prikkels, aan een rijk aanbod om hun mogelijkheden te verkennen. Het gaat hier niet om overvolle speelgoedkamers, maar wel een variatie aan activiteiten om te doen, waartoe je hen kan uitnodigen. Je kan al starten met kinderen thuis te betrekken bij het koken, poetsen, (technische) klussen of tuinieren, ... of hen te stimuleren om buiten te spelen, met water te experimenteren of te bewegen. Maar ook uitstappen naar musea, naar andere steden of naar het bos, trekken hun wereld open.
Hen stimuleren om al deze indrukken op verschillende manieren terug uit te drukken, kan met tekenen en schilderen, of verhalen verzinnen, poppenkast met ‘ongewone’ materialen, ... Kinderen samenbrengen met andere kinderen, is ook een niet te onderschatten prikkel!

Talenten kunnen ook veel kans krijgen in clubverband, dankzij de specifieke begeleiding (bijv. sportclubs, muziekacademie) of door het samenspel met andere kinderen (bijv. jeugdverenigingen). De keuze hiervoor, wordt best samen gemaakt met je kind. Geef hem of haar de kans om te proeven, maar stimuleer hen ook om te kiezen. Het is af te raden hun vrije tijd te overladen, want dat werkt contraproductief. Ook hoeft niet alles in clubverband. Je kan ook thuis mooie foto’s maken, daarvoor hoef je niet naar een fotoclub. Zeker de computer biedt heel wat mogelijkheden om je op verschillende sporen te verrijken, veel meer en verder dan alleen spelletjes.

Kinderen hebben nood aan prikkels, aan een rijk aanbod om hun mogelijkheden te verkennen.

Ouders kunnen bij dit aanbod een belangrijke rol spelen, maar het is belangrijk te weten dat ze er niet alleen voor staan! In dit kader ontstond ook het idee ‘brede school’: niet enkel de school, maar ook de jeugd- en sportdiensten, cultuurdiensten, enz. kunnen kinderen (en hun ouders) prikkelen in de zoektocht naar talenten. We pleiten er bij al deze instanties dan ook voor om niet te snel te selecteren op het meenemen van toptalenten (bijv. bij sport, muziek), maar vooral de nadruk te leggen op stimuleren en kansen bieden. Vooral voor kinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen kunnen hiermee extra kansen geboden worden omdat zij anders niet tot bij deze diensten geraken.

Een waarderende en stimulerende houding

Een eerste manier om kinderen te stimuleren is meespelen. Kinderen genieten van de aandacht en tonen dan spontaan wat hen bezighoudt en boeit. Ze houden ervan als je hen nadoet of soms gewoon in hun buurt bent. Je kan hierbij ook nieuwe ideeën aanreiken. Het is belangrijk hierbij steeds te kijken hoe het kind dit tussenkomen ervaart. Het is immers niet de bedoeling het spel van hen over te nemen, zodat zij enkel blijven kijken of door bijv. zelf zo mooi te tekenen, dat kinderen ontmoedigd raken omdat ze hun eigen tekening niet meer mooi vinden.

Het tonen van belangstelling voor hun activiteiten kan ook vanuit een meer beschouwende positie. Sugata Mitra, onderzoeker aan de Universiteit Newcastle in Verenigd Koninkrijk, beschrijft dit aandacht geven als de ‘grootmoeder-methode’: ‘oh, dat is knap. Doe dat nog eens? Hoe heb je dat gedaan?’
Over het algemeen geven ouders wel geregeld  positieve feedback of een schouderklopje. Toch is het fragment van ‘the singing mum’ (zie youtube) een heel herkenbaar en confronterend filmpje over hoe deze complimentjes overschaduwd kunnen raken door al het andere dat we tegen onze kinderen zeggen.

Carol Dweck waarschuwt (met haar theorie over fixed en growth mindset) echter ook voor de valkuil om te vaak tegen je kind te zeggen dat hij of zij zulk een goede voetballer of zanger is. Hoewel het kind wel heel trots zal zijn met deze complimenten, leg je door het te vaak te herhalen veel nadruk op de prestaties van je kind. Het wil graag voldoen aan je verwachtingen, en denkt dan ook dat het zo super hoort te zijn. Het wordt dan echter moeilijker als ze niet voldoen aan de verwachtingen, als ze bepaalde (zelf opgelegde?) prestaties niet kunnen leveren. Deze kinderen krijgen het moeilijk als iets toch niet zo goed lukt: ‘Ben ik dan geen goede voetballer?’
Je kan bij het geven van complimenten echter ook de nadruk leggen op de beleving (‘ik zie dat je dat echt graag doet’) of op de inspanning (‘hier heb je echt knap aan gewerkt’). Zo geef je onrechtstreeks aan dat het resultaat niet het belangrijkste is, waardoor je meer de inzet van je kind stimuleert. Het doen van inspanningen is belangrijk om te groeien.

Ook het omgaan met falen of als je kind dreigt af te haken (‘ik kan dat niet, dat lukt nooit’), zijn cruciale momenten in het stimuleren van talentontwikkeling en de growth mindset. Fouten worden hier niet gezien als een bewijs van onkunde of gebrek aan talent, maar maken deel uit van het succes! Jonge kinderen hebben hier minder problemen mee (zij blijven gewoon proberen tot het lukt), maar bij het ouder worden zijn kinderen zich meer bewust van hun missers. Na het erkennen van de frustratie die met falen gepaard gaat, komt de uitdaging om het keer op keer opnieuw te proberen en ervoor te gaan. Kinderen hiertoe stimuleren is niet alleen een voorwaarde om echt talenten te ontwikkelen, het is een levensles!

Een kritiek moment voor het geloof in eigen kunnen bij kinderen, blijkt het krijgen van een rapport op school. Uit bevraging van kinderen weten we dat evaluaties en rapporten een zeer belangrijke impact hebben op hun beleving van het vak, het leren, en school algemeen.
In het rapport ligt (meestal) de nadruk op de prestaties, op het behalen van resultaten. Tekorten (of waar er nog gemiddelden gegeven worden, het ‘minder halen’ dan anderen) trekken vaak heel wat aandacht. Het is belangrijk te weten dat dit steeds wijst op vergelijking met een norm. Het feit dat er bijvoorbeeld geen rekening gehouden wordt met de geboortemaand (van kinderen van december wordt even snel verwacht dat ze lezen als van deze geboren in januari) of premature geboorte kan vooral op jonge leeftijd van cruciaal belang zijn. Ook kinderen in kwetsbare thuissituaties kunnen hierdoor ontmoedigd raken. Kortom: lage resultaten hebben niet louter met begaafdheid te maken.
Natuurlijk is het fijn als je kind goede resultaten heeft en is er niets mis met een zorg over het niet behalen van bepaalde resultaten. Je kent echter je kind en als je weet wat het ervoor heeft gedaan, dan weet je ook beter wat de betekenis is van de punten. Is je kind iemand die ‘past’ in het klassieke (talent-)verhaal op school van taal en rekenen? Of misschien kan je kind zelfs beter, maar verveelt het zich en dreigt hij ‘onder te presteren’ door te beperkte uitdagingen in het onderwijs? Het gesprek over de inspanning en de beleving van je kind is ook nu weer belangrijk. Een leerkracht die dicht bij zijn kinderen staat, laat dit ook merken in stimulerende commentaren bij de punten.
We willen op dit moment expliciet aandacht vragen voor de andere talenten van je kind, want die kunnen minstens even belangrijk zijn voor zijn toekomst! Misschien staan ze wel ergens op het rapport, maar hier mag vooral meer aandacht naar gaan.
Heel wat scholen experimenteren momenteel met andere vormen van rapporten, waarin de vergelijking met anderen minder voorop staat, maar ook bijv. de zelfevaluatie van het kind.

Ruimte geven om eigen weg te zoeken

Het blijkt dat vooral ouders die zelf muziek- of tekenacademie deden, dit ook stimuleren bij hun kinderen. Het is een ervaring die je wil doorgeven aan je kind, maar de vraag is: past dit ook voor jouw kind? Ook naar rolspecifieke (of genderspecifieke) verwachtingen kunnen we dezelfde vragen stellen. Wil jouw dochter wel dansen en je zoon voetballen? Soms vraagt het van ouders om eigen droombeelden en wensen los te laten, opdat de talentenkiemen van hun kinderen voldoende kansen krijgen. Het zoeken naar talenten gebeurt nog te vaak ‘boven het hoofd van kinderen’. Volwassenen kunnen wel richting geven en inspirerend vertellen over eigen ervaringen, maar uiteindelijk is het belangrijk dat het kind keuzes maakt en stilstaat bij wat hem of haar precies aanspreekt.

Kinderen waarnaar geluisterd wordt, kunnen goed aangeven wat ze nodig hebben

Kinderen stimuleren tot zelfreflectie en zelfkennis, is iets dat al heel vroeg en op verschillende manieren kan gebeuren door hen regelmatig naar hun mening te vragen. Kinderen die het gewoon zijn dat er naar hun ideeën geluisterd wordt, kunnen heel goed aangeven wat ze nodig hebben. Anderen, en vooral weer oudere kinderen, antwoorden nogal snel wat ze denken dat ze moeten antwoorden om aan bepaalde verwachtingen te voldoen (sociale wenselijkheid). Belangrijk is dus om echt te luisteren en ook open te staan voor de minder evidente antwoorden. Kleine momenten van zelf verantwoordelijk zijn, mogen experimenteren en ook fouten mogen maken (en niet kinderen voortdurend behoeden voor), zijn dingen die van jongs af aan kunnen helpen. Hoe reageer je bijvoorbeeld als je kind wil stoppen met balletles? Als ouder probeer je je kind te stimuleren om vol te houden en niet te snel af te haken. Wanneer je echter de reacties van je kind goed volgt, merk je wanneer er meer aan de hand is. Belangrijk is je kind de kans te geven om ook te zeggen (of gaandeweg te ontdekken), waarom iets tegensteekt. Is het aanbod niet zo sterk? Zijn er ruzies of pesterijen met andere kinderen? Is de begeleiding niet optimaal? Of ... is het toch echt niet ‘zijn ding’? Dit hoeft niet uitgeklaard in één gesprek, hier mag wat tijd over gaan, zodat je kind er ook echt ‘klaar’ voor is om zijn eventuele droom los te laten. Het vertrouwen dat er nog andere mogelijkheden zijn en zij hun talenten nog zullen vinden, is dan belangrijk.

Je kan je kind ook ondersteunen in zijn zoektocht naar talenten door met hen een fotoalbum of plakboek (met tekenen) samen te stellen, die verwijzen naar kleine gewone en naar bijzondere ervaringen. Allemaal verwijzingen naar wat hem of haar boeit. Doorheen de jaren kan je dan zien hoe je kind evolueert of juist net altijd op dezelfde dingen weer terugkomt. Kinderen kijken hier graag in terug en vertellen graag over zulke ervaringen. Het helpt hen te zeggen wie ze zijn en wie ze willen zijn. Dit kan je er eventueel ook bij (laten) schrijven.

Tenslotte kunnen ook de keuzes die je maakt in je eigen leven, een voorbeeld zijn voor je kinderen. Waar en wanneer kan je je eigen talenten verkennen en inzetten? Hoe ervaar je en vertel je over je eigen werk en eventuele hobby’s? Hoe kijk je terug naar eigen fouten of gemiste kansen? En deel je dit met je kinderen? Heb je zelf het gevoel dat je eigen talenten kan inzetten en kansen krijgt om te groeien?

donderdag, april 4, 2013 - 11:35

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek