Wat is het?

Met zelfvertrouwen of zelfzekerdheid bedoelen we het gevoel, de zekerheid te hebben dat je bent opgewassen voor een taak of aan de eisen die aan je gesteld worden. Dat men een taak of een mogelijke hinderpaal kan trotseren maar vooral ook dat je zelf gelooft in wat je kunt, dat jij je er goed mee voelt.

Zelfvertrouwen uit zich in:

  • Dat jij je goed kunt voelen tussen anderen om wie je bent en niet om wat je hebt. Maar wel om wat jij uitstraalt van binnen uit (je glimlach bijvoorbeeld) en niet om wat je verplicht moet tonen of moet doen om je daardoor aanvaard te voelen door de anderen.
  • Durven « neen » zeggen als iets je niet aanstaat of als je het ergens niet mee eens bent . Iets durven en kunnen weigeren zonder bang te zijn de liefde of de vriendschap van de ander te verliezen.
  • Dat je bij tegenslag of frustratie gelooft in jezelf, dat jij er wel doorheen geraakt. Dat jij je twijfels niet de overhand laat nemen. Dat je kunt vertrouwen op je eigen mogelijkheden en ervaringen dat het wel goed afloopt.
  • Dat jij tegen een taak (test oftoets) opgewassen bent, dat je tegen jezelf kunt zeggen:” ik wil het, ik kan het al is het maar een stuk van de taak, ik wil het proberen.” In plaats van “het gaat me toch nooit lukken, ik ben een nul.....”

Jongeren staan extra onder druk

Zeker jongeren kunnen het moeilijk krijgen met vertrouwen in zich zelf wanneer zij in de puberteit komen. Al het zelfvertrouwen dat zij in de lagere school opbouwden wordt overhoop gehaald. Hun manier van denken verandert, zij krijgen meer twijfels, zoeken naar hun identiteit en zien zaken meer zwart-wit en wat negatief gekleurd en zonder nuances. Zij generaliseren sneller en zijn soms wat hard of veeleisend voor zichzelf.
Daarbij voelen zij de druk van onze consumptie maatschappij (alles wat je “moet”hebben, ) de druk van facebook( de vele vrienden die je daar op moet hebben) de eisen die aan hen gesteld worden door de school , hun ouders en hun vrienden soms als drukkend en dit kan invloed hebben op hun zelfvertrouwen.

Factoren in onze consumptiemaatschappij, de stress en de snelheid waarmee alles moet gebeuren en opvoedingsonzekerheid bij ouders, hebben zeker ook hun invloed op het zelfvertrouwen van onze jongeren.
Het kan dat zij geen ‘neen’ durven te zeggen uit angst uitgesloten te worden uit de groep. Zelfs wanneer zij voor hun computerscherm zitten hebben zij het nog moeilijk om een verzoek te weigeren. Dit kan gaan tot afspraken met vreemden, tot het tonen van je borsten voor de camera, al zou je dat liever niet doen. Bang om anders te zijn dan de anderen. Zij willen zo graag dat anderen hen aardig vinden.

Jongeren ervaren druk

  • van ouders en opvoeders die soms veel verwachten van hun kind.
    Dat is ook te begrijpen, ouders maken zich bezorgd over de toekomst van hun kinderen. Ouders drukken dan wel eens hun angst uit naar hun kind. Ze zeggen dat het moet slagen anders geraakt het nergens.... Terwijl kinderen heel wat in hun mars hebben en zelf ook willen slagen! Sommige ouders tonen hun angst: ”pas op, je zult er zo niet geraken”, in plaats van dat zij hun kind juist aanmoedigen, door hun waardering te tonen voor de kwaliteiten en de inzet van hun kind.
     
  • van de school:
    De school heeft een normale druk, maar deze druk kan voor het ene kind groter zi,jn dan voor het andere kind. De draaglast voor het kind wordt dan groter dan de draagkracht van het kind. We moeten de talenten van elk kind beter weten in te schatten. We zouden moeten investeren in wat ze wel kunnen en aangepaste schoolkeuzes maken. Iets wat je kind wel aankan en met succes doet, geeft je kind vleugels. Je kunt intelligentie wel bijsturen maar wie denkt dat je het verbetert enkel door alleen maar hard(er) te studeren, slaat de bal mis. We zullen eerst samen beter moeten begrijpen waarom het studeren soms niet lukt!
     
  • van de prestatie maatschappij en de vrienden :
    Er zijn meer verlokkingen dan ooit. Omdat kinderen materieel sterk in de schoenen staan lijken zij veel zelfvertrouwen te hebben, maar hun vertrouwen in zichzelf staat daar los van. Zij krijgen meer vertrouwen in zichzelf indien zij er zelf iets voor hebben kunnen doen!
     
  • van hun eigen faalangst:
    Je wordt als kind soms geplaagd door angst dat het toch mis zal gaan bij taken die je normaal wel aankan . Het kind twijfelt dan voortdurend aan zichzelf. Het voelt zich niet opgewassen tegen een taak omdat het denkt dat de taak te moeilijk zal zijn voor hem of haar. Een kind met faalangst heeft soms weinig vertrouwen in zijn eigen kunnen, en het loopt dan liever weg van een taak. Of het kind wil de taak perfect zonder fouten kunnen uitvoeren (het stelt zich onrealistische hoge doelen) en als het dan niet lukt trekt het de conclusie dat het zijn eigen schuld is en dat het toch nooit zal lukken! De taak op zich is niet te moeilijk voor het kind, maar wel zijn manier van denken over de taak ! Deze manier van denken maakt dat het kind gespannen wordt of zenuwachtig en dat het daardoor niet goed begint aan de taak of de vragen van de taak niet goed leest. Dan faalt het in de taak en trekt de conclusie : « zie je wel ik kan het niet, ik ben een nul »

 

Hoe krijgen kinderen zelfvertrouwen ?

Ouders vragen zich wel eens af of een kind geboren wordt met zelfvertrouwen of dat je dit kunt aanleren. Het is een beetje van de twee. Ons temperament, ons karakter en onze genen zijn aangeboren. Angst of een angstige manier van denken zijn meestal ook aangeboren of aangeleerd. De omgeving heeft zeker ook een invloed op ons denken en handelen! Zelfvertrouwen wordt mede bepaald door de opvoeding, de omgeving, de vrienden en de positieve of negatieve ervaringen die men opdoet.

Wat heeft opvoeding te maken met zelfvertrouwen ?

Baby'tjes en kleine kinderen krijgen meer aanmoedigingen en lieve woordjes van de ouders dan grotere kinderen. Zij kunnen ook nog niet veel fout doen. Bij het opgroeien van de kinderen moeten ouders gaan 'opvoeden'. Dat wil zeggen zij moeten gedrag van het kind corrigeren en bijsturen. Zij blijven natuurlijk veel complimenten geven, maar af en toe zullen zij ook moeten straffen of strenge woorden toespreken of gedrag negeren.

Helaas vergissen we ons wel eens in ons woordgebruik : we zeggen niet dat het kind soms lastig doet, maar dat het lastig, lui, of slordig is. Een kind is natuurlijk geen vergissing, maar het maakt wel eens een vergissing,en dat mag.

Als kinderen geregeld horen dat zij lui of lastig zijn, gaan zij zichzelf ook zo bestempelen. Negatieve opmerkingen over een kind zelf als zou het dom of lui zijn, zijn als etiketten op een koffer, die blijven plakken en dringen soms ver door de huid. Die schaden het zelfvertrouwen. Corrigerende opmerkingen zouden over gedrag op een bepaald moment moeten gaan, nooit over het kind zelf.

Natuurlijk vergissen wij ons niet met opzet in dit taalgebruik, wij bedoelen het niet zo. Ons kind is en blijft het allerliefste kind maar zijn gedrag op dat ene moment is niet gewenst en dat gedrag moeten we corrigeren. Wij moeten als ouders grenzen stellen en die grenzen ook duidelijk aangeven. Wij zullen ook op het overtreden van die grenzen consequenties laten volgen.

Kinderen hebben graag duidelijke grenzen. Dat geeft hen veiligheid, voorspelbaarheid en daardoor zelfvertrouwen. 

Kinderen hebben graag duidelijke grenzen, dat geeft hen veiligheid, voorspelbaarheid en daardoor zelfvertrouwen. Wanneer we ons als ouder afvragen of we wel goed opvoeden en twijfelen of aarzelen en dan tenslotte toch maar toegeven worden kinderen onzeker. Zij hebben graag kordate leiding en besluitvaardigheid van hun beide ouders.

Een andere valkuil is dat we het als ouders of leerkrachten zo goed willen doen, we denken het kind aan te moedigen maar we maken het eigenlijk bang:
“Pas op, je moet meer studeren, anders blijf je zitten “
"Pas op je moet harder werken anders word je caissière bij de supermarkt.”
“Pas op: als je geen 80% haalt kan je niet naar de Latijnse."
Deze angst doet de kinderen niet beter studeren, integendeel, ze haken af.....ze zien het niet meer zitten met deze pessimistische vooruitzichten. Ze worden er zelf angstig en onzeker van. Angst werkt remmend. Aanmoedigingen, of het beste in iemand zien geeft vleugels!

Zelfvertrouwen krijg je door goede ervaringen, successen die je behaalt. Al is het maar een klein succesje op een kleine taak, maar een paar succesjes samen voelen goed!
Een compliment doet wonderen, al is het maar voor een heel klein stukje gedrag of inzet die het kind ons toont.
Alle beetjes helpen. Maar indien deze resultaten , deze succesjes, uitblijven, verliezen de kinderen het zelfvertrouwen en denken ze snel: “Ik ben toch maar een nul”. Als er geen enkel succesje is kan je ook geen doorzettingsvermogen opbouwen.

Als ouders en leerkrachten en hulpverleners hebben we de opdracht goed te evalueren of het kind een taak aankan, of het de taak goed heeft begrepen en of er geen leer- of concentratiemoeilijkheden zijn. Churchill zei ooit: Het is altijd goed om vooruit te kijken, maar moeilijk om verder te kijken dan jij kunt zien! En ik citeer Einstein: “Everybody is a genius. But if you judge a fish by its ability to climb a tree it will live its whole live believing that it is stupid” Als we dit vertalen, lezen we : Iedereen is een genie. Maar als je een vis beoordeelt op zijn mogelijkheden om in een boom te klimmen dan zal hij zijn leven lang blijven geloven dat hij dom is”

vrijdag, april 5, 2013 - 14:13

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden van kinderen? Je kan ook in je eigen buurt terecht. Zoek hieronder via postnummer.

Zoek