Emoties en gevoelens

emoties bijgesneden

Blij, boos, fier, onzeker, bang: elke dag voelen we allerlei emoties. Daarmee omgaan en ze delen met anderen is niet altijd makkelijk. Erover praten, helpt om je gevoelens te aanvaarden en te begrijpen. Als ouder kan je je kind daarbij helpen. 

Bestaan positieve en negatieve gevoelens?

Je wil liefst dat je kind zich goed voelt, gelukkig en blij is en geniet van het leven. Negatieve gevoelens wil je liefst wegnemen. Stress voor een toets, verdriet als een vriend verhuist, of boosheid na een ruzie: lastig als je je kind daarmee ziet worstelen. Toch kan je je kind niet beschermen tegen het voelen van al deze emoties. En dat hoeft ook niet. Je hoeft niet alles voor je kind op te lossen, of te zorgen dat bepaalde gevoelens niet meer bestaan. Wat je wel kan doen, is je kind leren om omgaan met deze emoties. Weten wat je voelt, hoe dat komt en hoe je ermee omgaat, maakt je kind zelfbewust en weerbaar.  

Een veilige basis

Samen genieten van leuke momenten, zorgt voor een omgeving waarin je kind zich veilig voelt om ook moeilijkere zaken met jou te bespreken. Ga dus samen op pad, doe leuke dingen, vertel mopjes en lach samen tot je erbij neervalt. 

Je kind leren omgaan met emoties, begint bij het toelaten van alle emoties. Als je kind weet dat elk gevoel oké is, bied je de veiligheid om over gevoelens te praten. Je kind voelt zich minder alleen als het zich 'gehoord' voelt. Het krijgt beter zicht op zijn eigen gevoelens en gedachten. Dit zelfinzicht is nodig om de gevoelens van anderen te leren begrijpen en respecteren.   

Je kind leert pas praten over gevoelens als het ziet hoe anderen dat doen. Geef dus zelf het goede voorbeeld. 

Een vulkaan van gevoelens

Soms weet je kind niet hoe het moet omgaan met alle emoties. Dan kan het zijn dat de gevoelens naar boven komen door te stampvoeten, te slaan met de deuren of harde woorden tegenover jou, broers of zussen. Je zou kunnen zeggen dat al die gevoelens ontploffen in een vulkaanuitbarsting. In die situaties is het belangrijk dat je je kinderen nog steeds dat ‘warme nest gevoel’ geeft. Je aanvaardt het gedrag niet, maar probeert wel begrip te tonen voor het gevoel dat erachter schuilgaat. In plaats van boos te worden om de manier waarop je kind zich uit, kan je je kind leren hoe het op een andere manier kan omgaan met wat het voelt.  

Stel: Joris komt thuis van school. Hij gooit zijn tas op de grond, stormt de trap op, gooit de deur dicht en stampt de lamp van zijn nachtkastje. Een reactie als ‘Joris, stop met al dat lawaai te maken en alles kapot te gooien, het is altijd hetzelfde met jou’ is heel menselijk, maar zal bij je zoon niet in goede aarde vallen. Hij voelt zich onbegrepen, veroordeeld en krijgt geen kans om iets met zijn emoties te doen. Wat kan je wel doen?

  • Blijf in de buurt zodat je kind weet dat je er nog steeds bent.
  • Misschien helpt volgende reactie je wel vooruit: ‘Joris, ik merk dat je boos bent. Dat moet niet fijn voor je zijn. Als je wilt, praten we er later wel even over.’
  • Als je merkt dat je kind afgekoeld is, probeer dan om opnieuw een gesprek aan te knopen.
  • Geef gerust aan dat je de reactie van je kind niet oké vond. Vergeet daarbij niet om de emoties erachter te erkennen. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Joris, ik weet dat je daarnet nogal boos was en iedereen mag boos zijn, dat is je goed recht. Toch zou ik het fijn vinden dat je in het vervolg geen dingen kapot maakt. Weet dat ik er voor je ben, als je erover wil praten.’

Wat als praten niet lukt?

Met kinderen over gevoelens praten is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker als je zelf niet zo’n prater bent of zelf niet goed in je vel zit, kan het je nogal wat moeite kosten. Heel wat ouders zitten met dezelfde vragen en botsen op dezelfde muren. Elk kind gaat op zijn eigen manier om met het proces van opgroeien. Zelfs al geef je thuis het goede voorbeeld, toch kan het nog steeds zijn dat je kind liever niet met jou over zijn gevoelens praat. Zie dit niet als een afwijzing voor jou als ouder. Soms vinden kinderen het gewoon gemakkelijker om te praten met de juf of een nonkel die er minder bij betrokken is. Er zijn ook kinderen die liever niet praten maar hun gevoelens sneller uiten in een tekening, of neerschrijven in een dagboek. Geef je kind de ruimte om hierover zelf te beslissen. Sommige kinderen zitten zo in de knoop met zichzelf dat enkel een gesprek met een buitenstaander die erin gespecialiseerd is, hen tot praten kan aanzetten. 

Waar let ik op als ik met mijn kind over gevoelens wil praten?

  • De leeftijd van je kind: je voert een ander gesprek met een peuter dan met een tiener. Meer hierover vind je bij ‘praten met kinderen’.
  • Kinderen hebben andere gevoelens en gedachten dan volwassenen. Probeer je oordeel hierover achterwege te laten tijdens een gesprek. 
  • Je lichaamstaal toont hoe open je staat voor een gesprek. Gekruiste armen, oogcontact vermijden of een gespannen houding geven je kind het gevoel dat je liever niet wil praten. 
  • Ook de lichaamstaal van je kind kan je tonen wat je kind voelt. Vraag wel of jouw interpretatie juist is. 
  • Probeer steeds op ooghoogte met je kind te praten, zodat jullie gelijkwaardige gesprekspartners zijn.
  • Soms is het net makkelijker om wat afstand te nemen. Dan kan het helpen om tijdens het gesprek iets anders te doen. Denk maar aan de afwas, een wandeling, een spelletje… Andere kinderen hebben net dat oogcontact nodig om te voelen dat je echt luistert. Probeer hierbij goed af te gaan op de signalen die je kind geeft. 
  • Je kind aanmoedigen of zeggen dat je begrijpt wat je kind vertelt, ondersteunt je kind om verder te vertellen. Het toont dat je echt luistert en meer wil weten: ‘Vertel maar wat je denkt hoor, je mag alles tegen mij zeggen’. 
  • Neem voldoende tijd voor elk gesprek. Anders kan je kind zich opgejaagd voelen en het idee krijgen dat zijn gevoelens niet belangrijk zijn, of dat je hem niet begrijpt. 
  • Soms heeft een kind gewoon nood aan ventileren. Je hoeft dus niet altijd een oplossing klaar te hebben. Jongeren vinden het zelfs lastig wanneer je onmiddellijk een advies klaar hebt. Door je kind eerst zelf even te laten nadenken, vergroot je zijn vermogen om zelf problemen op te lossen. Vindt je kind zelf niet onmiddellijk een oplossing? Ga dan samen op zoek naar een aanpak.

 

Meer lezen

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.