Ouderschap: experten Bart Soenens en Maarten Vansteenkiste aan het woord

Dit is het uitgeschreven interview over ouderschap. Luister je liever? Dat kan! We maakten een podcast van een kwartier.

Professoren Bart Soenens en Maarten Vansteenkiste werken allebei aan Universiteit Gent, en zijn verbonden aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie. Ze zijn geïnteresseerd in vragen als 'waarom doen mensen wat ze doen?' en 'waarom luisteren kinderen al dan niet naar hun ouders?'. Groeimee.be gaat in gesprek met hen over ouderschap en opvoeding.  

Opvoeden is een vaak besproken onderwerp. En die opvoeding wordt voor een groot deel gegeven door ouders. De perfecte ouders die de ideale opvoeding geven, bestaan die? 

Bart: 'Er bestaat geen ‘opvoedingskookboek’ met kant-en-klare recepten die voor elke ouder bruikbaar zijn. Lijstjes met tips en tricks lijken vaak op adviezen die je in alle omstandigheden moet kunnen toepassen. Veel ouders herkennen zich daar niet in en houden niet van een belerende aanpak.
Aan de andere kant is het ook een valkuil om te denken dat je als ouder altijd spontaan en vanuit je buikgevoel weet wat je hoort te doen. Onze benadering probeert daarin een middenweg te vinden, gebaseerd op wat we weten vanuit de wetenschap. 
We willen ouders een grondhouding meegeven om na te denken over ouderschap en opvoeding. Die bestaat erin dat ouders aandacht hebben voor drie vitamines voor psychologische groei: de behoefte aan Autonomie, verBondenheid en Competentie. Elk kind heeft nood aan die vitamines om zich goed in zijn vel te voelen.'

Dat is het ABC van de vitamines. Maar wat betekenen ze?

Maarten: 'Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft dat het zichzelf kan zijn, dat ouders ook luisteren en inspraak geven. Dat is zoeken naar evenwicht, want als ouder wil je natuurlijk ook bepaalde regels stellen. Dan is het belangrijk dat je een goede uitleg geeft aan je kind: waarom verlang je iets van je kind? Als je kind weet waarom je iets belangrijk vindt, dan gaat het ook vaker vrijwillig meewerken. Je vermijdt zo dat het een ‘moetje’ wordt.
De B staat voor verbondenheid, een warm gevoel en een hechtheid tussen ouders en kinderen. Je kind troosten als het valt. Een luisterend oor als je kind met iets in de knoop zit. Een warme knuffel. Ook als gezin of samen met je kind dingen doen, werkt verbindend. Ik ga bijvoorbeeld zelf elk jaar op ouder-kindweekend. De tijd die we samen doorbrengen en de gedeelde ervaringen versterken onze band.
Competentie is het gevoel dat kinderen hebben als iets lukt. Kinderen leren heel veel bij op intellectueel, sociaal en emotioneel vlak. Als ouder kan je daar een heel stimulerende rol hebben. Door een schouderklopje, of door te helpen als je kind vastloopt. Dat wil niet zeggen dat je overneemt als ouder: je hoeft geen antwoorden te geven bij het huiswerk of de juiste puzzelstukjes aan te geven, maar wel samen zoeken naar een oplossing.' 

Net zoals gezonde voeding, heeft je kind ook vitamines om psychologisch te groeien. Die basishouding geeft je als ouder een stevige houvast.

Het lijkt niet altijd eenvoudig om de balans tussen die drie vitamines te vinden. Wat als je puber niet meer wil knuffelen of tegendraads is, hoe werk je dan aan die verbondenheid?

Bart: 'Dat is net het grote voordeel van die grondhouding: het is een soort filosofie die je als vertrekpunt kan nemen, en die je tegelijkertijd ook veel vrijheid geeft om je ouderschap in te vullen op de manier die bij jou en bij jouw kind past. Bij de puber uit jouw voorbeeld kan je op je eigen manier laten merken dat je er voor hem bent. Door interesse te tonen, door een brief te schrijven, door een lief berichtje te sturen. 
Maarten: 'Mijn buren gaan bijvoorbeeld samen met hun pubers naar een festival, en zoeken samen een vakantieplek waar de kinderen ook aan hun trekken komen. Die gezamenlijke keuzes spelen in op de behoefte aan autonomie, en werken tegelijkertijd aan de verbondenheid.' 

Elke ouder heeft ook een opvoeding gehad, is kind van zijn of haar ouders. Hoezeer werkt die in op de basisfilosofie die jullie omschrijven? Met andere woorden, hoeveel invloed heeft je eigen achtergrond op je ouderschap?

Bart: 'Inderdaad, de opvoeding die je zelf hebt gekregen, heeft, soms meer of minder bewust, invloed op de manier waarop je zelf ouder bent. Zeker op moeilijke momenten, kan die achtergrond meespelen in hoe je je gedraagt ten opzichte van je kind. Het is aangetoond dat minder goede opvoedingstechnieken, zoals hard straffen of autoritair opvoeden. vaker overgegeven worden van de ene op de andere generatie. Het is belangrijk dat ouders zich bewust worden van die ‘geesten uit het verleden’. Denk nu niet dat elke ouder daarvoor therapie nodig heeft. Vaak zet je al grote stappen als je met je partner praat over je opvoedingsachtergrond. Als je merkt dat jullie in dezelfde situatie op verschillende manieren reageren, kan het gesprek daarover je veel bewuster maken van hoeveel invloed je eigen opvoeding heeft.' 

Een pleidooi voor meer en betere communicatie met je partner over ouderschap en opvoeden. Komt het vaak voor dat ouders op een verschillend spoor zitten?

Maarten: 'Heel vaak zit de intuïtie bij ouders wel behoorlijk goed, gelukkig maar. Toch kan je door woorden te geven aan de manier waarop je ouderschap invult, makkelijker samen praten en nadenken hierover. De openheid om dat gesprek aan te gaan, groeit wel. Ouders spreken met elkaar aan de schoolpoort bijvoorbeeld. Groeien als ouder vraagt creativiteit en overleg, en het gaat met vallen en opstaan. Die tijd moeten we ons ook gunnen.'

Ouders mogen dus mild zijn voor zichzelf en elkaar, maar vinden dat vaak moeilijk. Zien we nog teveel -bekende en minder bekende- mensen die doen alsof het ouderschap een grote roze wolk is? Moeten we realistischer kijken naar ouderschap, tonen dat het niet elke dag even makkelijk gaat of er hetzelfde uitziet?

Bart: 'Ons onderzoek toont dat ouders niet massaal gebukt gaan onder een gevoel van falen of het niet halen van huizenhoge standaarden rond opvoeding Toch zijn er ouders die het gevoel hebben dat ze niet kunnen tippen aan de idealen van de perfecte opvoeding. Dat zorgt bij hen voor veel druk. Dan kan het helpen om te beseffen dat hoe je opvoedt, heel hard kan verschillen van dag tot dag. Ouders hebben meestal niet één opvoedingsstijl. Ook al was het een dag vol ploeteren en verzet vanuit je kind, de volgende dag biedt nieuwe kansen om het anders aan te pakken.’

Elke dag biedt nieuwe kansen. Gun jezelf de tijd om te groeien als ouder.

Kan je dan stellen dat je als ouder ook de drie vitamines nodig hebt? 

Maarten: 'Ouder worden is een heel nieuw hoofdstuk in je leven. Het betekent een nieuwe rol, een nieuwe identiteit. Het is goed om daar bij stil te staan. Hoe maakten jullie de keuze voor het ouderschap? Wat is je drijfveer om mama of papa te worden? En heb je daar met elkaar over gesproken? Hoe meer je je die ouderrol eigen hebt gemaakt, hoe minder je bepaalde moeilijkere periodes in de opvoeding zal ervaren als een last. 
Dan blijkt dat die vitamines ook voor jou als ouder zeer cruciaal zijn. Als je voor het eerst ouder wordt, is het heel natuurlijk dat je twijfelt of je het wel kan. Je competentie staat in vraag, en dat kan ook voor spanning zorgen in de relatie met je partner, in jullie verbondenheid. Je hebt ook het gevoel dat je zoveel ballen in de lucht moet houden: werken, je relatie die verandert, voor je kind zorgen: er zit wel wat druk op.
Anderzijds is het niet alleen moeilijk en lastig: de intimiteit met je kind, momenten die je samen doorbrengt, de verbondenheid die je ervaart, zorgen voor heel mooie momenten.
Ouderschap is niet in steen gebeiteld: er zijn goede en slechte dagen. Je bent niet elke dag in dezelfde mate in staat om tegemoet te komen aan de behoeften van je kind. Op een goede dag ging het vlot op het werk, kreeg je een schouderklopje, haal je energie uit een project, en die dagen heb je ook meer energie om mee te luisteren naar je kind en wat er cruciaal was voor hem of haar de afgelopen dag.’

Soms is het een langere periode moeilijk: je verliest je job, je raakt verwikkeld in een scheiding die aansleept,… Hoe kunnen ouders in die situaties stilstaan bij hun ouderschap?

Bart: ‘Om die stormachtige periodes goed te overleven, helpt het om een goed beeld te hebben van wie je als ouder wil zijn: welke waarden en normen wil je doorgeven als ouder, en hoe wil je je die verschillende rollen -partner, werknemer, familie, je hobby’s, je vrienden- combineren. Dat geeft richting en perspectief aan de toekomst. Dat noem ik het grotere kader.
Daarnaast is het belangrijk om op dagelijkse basis voldoende energie in je tank te houden. Dat doe je door aandacht te hebben voor die vitamines voor groei. Sta elke dag bewust even stil hoe je ‘eilandjes’ kan creëren waar je kan energie kan uit putten. Dat kan gaan om een fijn gesprek, vijf minuten douchetijd, een kop koffie in je eentje of een uurtje wandelen.'

Ze worden ploeterouders genoemd, de ouders die zoeken naar de balans tussen werk, relatie, kinderen en hun andere rollen. Ouders voelen: ik ben een betere mama als ik werk, of ik ben een betere papa als ik deeltijds werk. Toch stellen ze die persoonlijke keuzes in twijfel, of komt er schuldgevoel om de hoek piepen. 

Maarten: ‘Alle ballen in de lucht houden vraagt om prioriteiten. Soms moet je de zaken tegen elkaar afwegen: deeltijds werken heeft een financiële impact maar zorgt voor meer tijd voor jezelf, je kind en/of praktische zaken. Die prioriteiten stellen is cruciaal: we zijn soms te gulzig. Zelfzorg is niet egoïstisch: door te investeren in jezelf, kan je vaak betere tijd doorbrengen met je kind.’

Bart: ‘Hoe je prioriteiten legt, verschilt natuurlijk van je persoonlijke ambities en interesses. Het gevaar zit erin dat je telkens met je gedachten ergens anders bent: op het werk voel je je schuldig omdat je niet bij de kinderen bent, thuis denk je aan het werk. Tracht om voldoende aanwezig te zijn in het moment als je dingen doet met je kinderen en daarvan te genieten. Dat noemen we ‘mindful leven’. En over die zelfzorg: die is deels ook te vinden in de omgang met je kind zelf. Het mag gezegd worden dat kinderen opvoeden een heel mooie taak is in het leven: als ouder zet je een nieuwe generatie op het spoor. Het is goed om ook stil te staan bij die schitterende opdracht en niet alleen te kijken naar het geploeter.’ 
Maarten: ‘Zolang je maar niet in de val loopt van het idee dat je altijd en overal moet genieten. Beter worden als ouder is ook moeilijke momenten toelaten en je kwetsbaar opstellen.’

Zoek eilandjes waar je kan bijtanken: een goeie babbel, een kop koffie of een wandeling.

Je hoort ouders vaak dromen koesteren over de toekomst van hun kind. Is dat ook een uitdaging van het ouderschap, niet vertrekken vanuit je eigen verwachtingen maar kijken naar wat je kind nodig heeft? 

Bart: ‘Verwachtingen kunnen doorkruist worden door een kind met een wat moeilijker temperament, en dan is het belangrijk om daar flexibel in te zijn. Het risico bestaat dat ouders hun eigen onvervulde dromen projecteren op hun kind en willen doordrukken, ongeacht het temperament of interesse van hun kind. Dan haal je als ouder je zelfwaardegevoel uit de prestaties van je kind: je blinkt van trots bij successen, maar dat gevoel zakt als een pudding in elkaar als het anders loopt.’ 
Maarten: ‘Onthechten, dingen loslaten zonder onverschillig te worden is een moeilijke oefening. Zo heb ik een dochter die niet graag kust ter begroeting, ze is veel gereserveerder dan haar broer. Mensen zeggen dan vaak tegen haar: ‘Je hoeft niet beschaamd te zijn’. Dan zeg je op dat moment eigenlijk: ‘Je mag niet zijn wie je bent’. Terwijl je beter kan zoeken naar een begroetingsritueel waar je kind zich goed bij voelt. Het is dan de kunst om verwachtingen, zoals extravert en sociaal zijn, terug te schroeven en te kijken naar de kenmerken van je kind die het van nature bezit. Want op het einde van de rit willen alle ouders wel een gelukkig kind. En dat is een kind waarvan ouders ten volle begrijpen hoe het in elkaar zit.’

Ouders van kinderen met een zorgbehoefte of een beperkingen moeten hun verwachtingen nog veel meer bijstellen. Soms komt dat hard aan. 

Bart: ‘Die ouders staan voor nog grotere uitdagingen. Niet alleen rond verwachtingen, maar ook in de dagelijkse praktijk. Een kind met autismespectrumstoornis bijvoorbeeld, heeft veel nood aan structuur en voorspelbaarheid, waardoor de ouder zijn eigen impulsiviteit moet onderdrukken. Je eventuele partner of het netwerk van familie en vrienden is dan extra belangrijk om aan die zelfzorg toe te komen en om aan je eigen vitaminebehoefte te voldoen. Ook kinderen met een zorgbehoefte hebben talenten en hebben die aangeboren nieuwsgierigheid om op ontdekking te gaan. Misschien is er wat meer steun nodig vanuit de omgeving en is de weg ernaartoe wat meer met obstakels bezaaid, maar ook deze kinderen kunnen hun talenten ontwikkelen. Dat traject samen afleggen, kan voor ouders en kinderen een fantastische boost betekenen.’

Elke ouder wil een gelukkig kind. En dat is een kind waarvan je begrijpt hoe het in elkaar zit.

Het netwerk kwam hier al vaker ter sprake. Hoe belangrijk is het dat ouders met anderen praten over hun ouderschap?

Maarten: ‘Hoe je bent als ouder en hoe je opvoedt, zit heel dicht op je eigen huid. Dat maakt het delicaat om er met anderen over te praten. Het vraagt openheid, vanuit jezelf en vanuit je gesprekspartners. Als die zich veroordelend opstellen, is het moeilijk om die openheid te bewaren. Dat merk ik ook op gespreksavonden: ouders die elkaar niet kennen zijn niet altijd geneigd om te vertellen wat er binnenshuis gebeurt. Maar in het juiste kader kunnen ouders wel tot verfrissende inzichten komen over hun eigen ouderschap en opvoedingsstijl.’

Kan het kwaad dat de ene ouder in het gezin meer bezig is met de vitame A en de ander met de vitamine B en C, of is het evenwicht toch wel belangrijk?

Bart: ‘Als je onze grondhouding wil bewaren, voel je snel dat de behoeften van je kind, en dus ook de vitamines, met elkaar verbonden zijn. Elke ouder speelt dus op zijn manier in op de drie vitamines. Daarnaast is het ook beter als ouders min of meer aan hetzelfde zeel trekken. Daarom is praten met elkaar een belangrijk aspect.’

En in eenoudergezinnen? Hoe belangrijk is het dan dat ouders nog communiceren over hun houding?

Maarten: ‘In het beste geval is er toch wat afstemming op elkaar. Toch leren kinderen snel dat waarden en normen in twee huizen van elkaar kunnen verschillen. Het is wel belangrijk om uit te leggen waarom jullie een verschillende aanpak hanteren. Als de ouder volledig zichzelf kan zijn, wil dat ook zeggen dat er verschillen zijn. Dat is ook zo in tweeoudergezinnen.' 
Bart: ‘Als de meningsverschillen echt diep en fundamenteel zijn, kan het wel verwarrend zijn voor een kind. Als je dat opmerkt, is het goed dat ouders dan wel de zaken doorpraten.'

Maarten, je vertelde over de vader-kind-weekends waar je zelf aan deelneemt. Wat doet dat met een mens om zo bewust stil te staan bij ouderschap?

Maarten: ‘Het is vooral plezant, voor papa’s en kinderen. Het is ook interessant om je kind bezig te zien in de omgang met andere kinderen. Je doorbreekt de routinesituatie en ziet heel andere aspecten. Op het einde van dat weekend kijken we al uit naar het volgende. En zijn we weer een beetje gegroeid.’
 

 

 


 

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.

Download pdf