Ouderschap: interview met Hilde

ouderschap interview pleegouder bijgesneden.jpg

Hilde is 39 en mama van heel veel kinderen. Voor ze haar twee kinderen zag geboren worden, was haar huis al een warm nest voor heel veel pleegkinderen. Groeimee.be praatte met haar: hoe anders is het om ouder te zijn van een pleegkind? Welke band bouwt ze op met hen? En waar haalt ze de tomeloze energie vandaag om met hart en ziel al ‘haar’ kinderen te helpen opgroeien?

Hilde: ‘Mijn eerste pleegkind werd me 19 jaar geleden bijna letterlijk in de schoot geworpen. Ik studeerde nog, was net geen 20 jaar. En door omstandigheden zorgde ik ineens voor een baby. De procedure liep toen nog niet via officiële pleegzorg, ondertussen heb ik al heel wat cursussen gevolgd. Dat kind was het startschot van mijn pleegouderschap: ik ving een aantal kinderen op van meisjes uit het prostitutiemilieu, die vaak verslaafd waren en niet in staat om voor een kind te zorgen. Het ging allemaal heel organisch: ik wou altijd al voor kinderen zorgen, alleen kwam het een pak vroeger dan gepland. Ik zette mijn studies stop om in het onderhoud van de kinderen te kunnen voldoen.’

Je was al meer dan tien jaar pleegmoeder voor je biologische kinderen geboren werden. Hoe is dat zo gekomen?

Hilde: ‘Lange tijd was ik pleegmoeder in mijn eentje. Toen leerde ik mijn man kennen, die weinig feeling had met kinderen. Zelf had ik geen voortplantingsdrang: ik vond dat ik meer goed kon doen door voor kinderen te zorgen die het niet zo getroffen hadden. Op een bepaald moment hadden we even geen pleegkinderen en hebben we drie jaar in Madagascar gewoond. Onze terugkomst naar België was een kantelpunt: toen waren we wel klaar voor eigen kinderen. Ik vond het ook fijn dat mijn kinderen niet zouden opgroeien in een gezin waar zij het middelpunt zijn in het leven van hun ouders. Mijn kinderen groeien op met hun twee voeten in de maatschappij en weten al heel lang dat niet elk kind gelijk aan het leven begint.’

Ik heb nul verwachtingen, behalve de hoop dat al mijn kinderen gelukkig zijn.

Koester je dezelfde moederlijke gevoelens voor alle kinderen?

Hilde: ‘De liefde die ik voor hen voel, is hetzelfde. Een groot verschil is dat je eigen kinderen je leven lang jouw verantwoordelijkheid zijn. Je hoeft geen rekening te houden met andere meningen. Met pleegkinderen heb je toch altijd de gedeelde verantwoordelijkheid met de biologische ouders. Met sommige pleegkinderen heb ik soms minder een klik. Maar ook bij mijn eigen kinderen vind ik sommige kantjes echt niet leuk. Ik ga daar heel rationeel mee om: in plaats van ze te proberen veranderen, loop ik rond de ergernissen en kleine kantjes van mijn kinderen heen in plaats van ze op te zoeken. Zo vermijden we heel veel conflicten.’

Heb je verwachtingen over hoe je kinderen opgroeien?

Hilde: ‘Ik heb nul verwachtingen, behalve dat ik hoop dat al mijn kinderen gelukkig zijn. Mijn pleegkinderen gaan van hoogbegaafd tot kinderen met heel veel beperkingen. Dat maakt me geen fluit uit in de beslissing om ze op te nemen in ons gezin. Het heeft ook geen zin om je kind in een richting te duwen, het moet uit henzelf komen. Ik kijk ook niet naar hoe de kinderen van anderen het doen. Jaloezie ken ik helemaal niet: ook in mijn vriendenkring ben ik de verbinder. Ik breng vrienden van alle kanten samen, ongeacht waar of hoe ik ze leerde kennen, en ben dolblij als ik nieuwe contacten zie ontstaan. Dat vertel ik ook aan de kinderen: jaloezie is heel vuil beest. Is iemand anders dan jij? Probeer eens mee te gaan in wat de andere leuk vindt, en vaak valt het wel mee.’

Hoe zeg je foert? Bots je niet met druk van school uit bijvoorbeeld? 

Hilde: ‘Dat heeft veel te maken met mijn eigen achtergrond. Ik moest de beste in alles zijn, al werd ik daardoor doodongelukkig. Mijn ouders hadden weinig tijd en aandacht voor mij. Ik wou het zelf helemaal anders doen. Dat eerste pleegkind was het beste dat me overkwam: ik voelde me echt gelukkig door dat kind te helpen en op te voeden. Mijn ouders keerden zich tegen mij: ze draaiden de geldkraan dicht en een tijd hadden we geen contact meer. Maar ik wist dat dit mijn juiste weg was. Als je echt weet wat je wil, is het veel makkelijker om ‘foert’ te zeggen. 
Pas op, opvoeden zonder verwachtingen wil niet zeggen dat de kinderen hun zin kunnen doen. Alles begint met zelf het goede voorbeeld te geven. Mochten mijn man en ik allebei met onze luie kont in de zetel blijven liggen, mag je ook geen daadkracht verwachten van je kinderen. Ze zien dat hier ook: papa werkt hard en brengt het geld binnen, maar hij doet ook een deel van het huishouden. Als we thuiskomen van school en opvang, helpen de groten met de kleintjes. Dat is een vaste afspraak. Gebeurt het niet? Dan ga ik het geen talloze keren vragen. Nee, dan wordt er later over gesproken: hebben jullie gemerkt wat een chaos het hier was? Hoe kwam dat? Hoe kunnen we dat vermijden? Zo leren ze dat het fijn is als je het elkaar zo aangenaam en gemakkelijk mogelijk maakt. 

Als je echt weet wat je wil, is het makkelijker om 'foert' te zeggen.

Welke waarden vind je nog essentieel?

Hilde: ‘Respect. Ook hier proberen wij hun voorbeeld te zijn. Filip en ik zijn zeer verschillend. We respecteren dat en zijn oprecht geïnteresseerd in waar de ander mee bezig is. We zijn een echt team met elk onze verantwoordelijkheden, en we waarderen heel hard wat de ander doet. Daarnaast heeft hij blind vertrouwen in wat ik beslis rond de kinderen. Ik betrek hem niet in elke beslissing, dat is onmogelijk: er is overleg met de jeugdrechtbank, logopedisten, school, oudercontact. Hij weet dat ik zal overleggen als ik twijfel.’ 

Jullie klinken als een sterk team. Kwam dat er met vallen en opstaan?

Hilde: ‘Filip komt uit heel klassiek gezin: twee ouders in het onderwijs, die er heel vaak samen waren. Toch heeft zijn vader zich op een bepaald moment totaal geïsoleerd van het gezin. Dat wou hij absoluut anders: hij wou betrokken zijn. Dat zorgde in het begin wel voor strubbelingen. Het hielp toen we het helder, bijna zakelijk met elkaar bespraken: ‘dit werkt voor mij, daar word ik helemaal tureluur van’. Die openheid is onze sterkte: alles wordt benoemd. Er is ook ruimte voor emoties, al ben ik zelf zeer nuchter. Maar er is plaats om te zijn wie je bent.’

Als pleegkinderen op oudere leeftijd in je gezin komen, hebben ze vaak al kwetsuren opgelopen. Hoe passen zij zich aan?

Hilde: ‘Onze pleegkinderen kregen soms te maken met verwaarlozing en agressie. Eén van onze dochters wist in het begin niet wat haar hier overkwam. Wij gebruiken heel vaak ironische humor. Niet zo makkelijk te doorzien voor een nieuw kind. Maar op één of andere manier werkt het wel. Ze is hier fantastisch op haar gemak: ze loopt soms rond met de gekste kledingcombinaties, is op haar elfde ook overdreven geschminkt. We reageren daarop met humor, benoemen het, maar we breken het ook niet af. We bieden andere manieren aan zonder te zeggen dat onze manier beter is. Sommige dingen nemen ze over, andere blijven. Dat zeg ik hen ook: niemand is de baas over jullie, je bent de baas over jezelf. 
Vaak groeiden deze kinderen op met mensen die zo gehard zijn door het leven dat ze elke dag opstaan en denken: wie kunnen we vandaag eens het leven zuur maken? Ook dat nemen ze over.  Daar proberen we tegenin te gaan. Ik spreek over ieders potje goede en slechte karma. Naarmate het potje slechte karma gevuld raakt, wreekt zich dat. Het is niet aan jou om je te wreken op onrecht dat je aangedaan wordt. Probeer de agressie en woede waar je als kind machteloos tegenover staan, een andere vorm te geven door op jezelf en op het positieve te focussen.’

Welke ondersteuning hebben ze nodig? 

Hilde: ‘Vaak is er professionele ondersteuning nodig. Maar ook in de dagelijkse omgang hebben ze ons, hun ouders, hard nodig. Hoewel er een duidelijke hiërarchie is, ben ik toch een beetje hun ‘maatje’. Ik speel mee, ze leren mij liedjes en dansjes met musical.ly. Ze vinden het fantastisch dat ik daarin meega en interesse toon. Ik luister echt, probeer me in te leven en neem hun problemen serieus zonder te dramatiseren of hen in alles gelijk te geven. Daardoor nemen ze mij snel in vertrouwen. 
Toch geven we ook vaak een duidelijke boodschap mee, die hen kritisch doet nadenken. We spreken vaak over hoeveel tieners een vertekend lichaamsbeeld hebben. Dat begint steeds jonger: ‘oh die is mega vet’. We gaan niet lijnrecht in tegen zulke uitspraken, maar stellen wel een vraag: als vrienden je veroordelen omdat je een maatje meer hebt, wat is dan de waarde van die vriendschap? Ook alcohol en drugs houden we bespreekbaar. Nieuwsgierig zijn en experimenteren hoort bij pubers. Als ouder wijs je hen op de risico’s en hoe ze de omstandigheden kunnen beheersen. En natuurlijk trappen ze er dan nog af en toe met hun twee voeten in. Ik ben heel blij dat ze dan bellen: ‘ik heb teveel gedronken, kan je me komen halen?’ Ze hebben geen schrik voor straffen als een maand huisarrest. De ergste straf is als ze zien dat ik teleurgesteld ben of het anders verwacht had van hen, dat vinden ze verschrikkelijk.’ 

Het ouderschap bestaat uit allemaal zaken die onverwachts uit de lucht komen vallen.

Helpt het feit dat jullie zoveel kinderen opvoeden, om dingen in perspectief te zien tegen de achtergrond van hoe kinderen zich ontwikkelen?

Hilde: ‘Bij je eerste kind ben je vaak erg gefrustreerd: waarom luistert hij niet? Moet hij nog niet stappen, praten, op het potje gaan? Doordat wij zo vaak terug voor een baby zorgen, zien we met eigen ogen dat elk kind ontwikkelt in zijn eigen tempo. Dat zeg ik ook tegen andere ouders die vergelijken met gemiddelden: je hebt niet gefaald omdat je kind tijdens een bezoek aan het consultatiebureau geen drie blokjes op elkaar kan stapelen. En dan probeer ik wel tips en mijn eigen ervaring te delen, zonder te zeggen dat mijn aanpak de beste of enige is. Want in een ‘gemiddeld’ gezin met twee kinderen, ben je nog maar net gewend aan de verschillen in ontwikkeling en stopt het alweer. In een gezin als het onze blijft dat doorlopen.’

Je werd heel jong pleegmoeder. Wanneer ben je ‘klaar’ om ouder te worden van een kind? 

Hilde: ‘Er is nooit een perfect moment om een kind te hebben. Het ouderschap is niet anders dan zaken die onverwachts uit de lucht komen vallen. Als je je daarbij neerlegt, wordt het allemaal makkelijker. Het is één grote boeiende ontdekkingstocht. Het is een eer om die mensjes in wording te zien ontplooien en hen de basis mee te geven. Ik geniet ook enorm van de verwondering. Stilstaan bij de dingen die hen blij maken, helpt mij om niet saai en grauw te worden.
Wat ook helpt, is dat ik problemen pas aanpak als ze zich stellen. Met zoveel kinderen is het onhaalbaar om erg proactief te denken. Drie kwart van de problemen verdwijnen ook gewoon onderweg, door de manier waarop we met de kinderen omgaan. In plaats van te denken ‘wat als het fout gaat’ denk ik veel liever ‘het gaat vaak heel goed’.
Uiteraard heeft de manier waarop wij het ouderschap invullen, invloed op hoe we in het leven staan. Nu werk ik een tijdje niet buitenshuis, omdat duidelijk wordt dat één van de jongste pleegkinderen een beperking heeft en veel extra aandacht vraagt. Voordien had ik wel een job buiten de deur, al koos ik de laatste jaren bewust voor jobs met minder verantwoordelijkheid. Dat ik momenteel voltijds thuis ben, verandert niks aan het feit dat ik absoluut slecht ben in het huishouden (lacht). Maar ik ben er wel voor de kinderen.’

Houden jullie als koppel nog tijd over voor elkaar?

Hilde: ‘We hoorden vaak van vrienden dat ze niet meer aan elkaar toe kwamen. Dus we namen ons voor om niet in die val te lopen. Maar op momenten dat we samen weg waren, zonder de kinderen, voelden we vooral gemis van ons gezin. We gaan nog wel eens uit eten, naar een festival, maar we genieten vooral van de samen-tijd die we hebben als de kinderen in bed liggen. Onze sterkte is dat we elkaar tijd gunnen voor de dingen die we leuk vinden, en oprecht geïnteresseerd zijn in de ander. En dat we elkaars leven zo aangenaam mogelijk willen maken. Elkaars kleine kantjes uit de weg gaan in plaats van tot in den treure in hetzelfde conflict verzeild te raken. Het grote gelijk bestaat immers niet. 
En helder communiceren, ook een sleutelwoord! Ik kon me vroeger doodergeren aan dingen die hij niet zag of deed, zoals de was meenemen die onderaan de trap klaar ligt. Maar hij ziet dat gewoon niet! Is dat gendergebonden, is dat karakter, ik weet het niet. Maar ik heb wel gemerkt dat het veel beter werkt als ik gewoon zeg wat ik verwacht. ‘Neem jij de was mee naar boven?’ En dan doet hij dat zonder morren. Véél makkelijker dan hopen dat hij het op een dag zal door hebben. 
We willen ook dicht bij onze basisbehoeftes leven. Nadenken over wat echt belangrijk is, wat er echt toe doet. Op een bepaald moment leefden we totaal naast elkaar. Filip werkte in Londen, ik was zelfstandige en voedde de pleegkinderen op. We raakten elkaar kwijt. Dat was de aanleiding voor onze verhuis naar Madagascar. De periode daar was een eyeopener op veel vlakken. We leefden heel sober, en hadden enkel elkaar om op terug te vallen. Daar voelden we ook heel duidelijk hoe we elkaar aanvullen. Hij is introvert, rustig, heel intelligent, bedachtzaam, voorzichtig. Ik ben zeer sociaal, extravert, impulsief, altijd op zoek naar nieuwe dingen. Maar we vertrouwen elkaar 100%. Als ik in een avontuur spring, springt hij gewoon mee.’

We zijn oprecht geïnteresseerd in wat de ander leuk vindt.

Opvoeden doe je niet alleen Hoe ziet jullie netwerk eruit?

Hilde: ‘De meters en de peters van onze kinderen zijn vaak vrienden van ons. Dat voelt een beetje als zelf je familie samenstellen. Het is grappig hoe de kinderen dat overnemen: hun definitie van familie is ‘iemand die je graag en vaak ziet’. Het Zijn mensen die een klik hebben, die iets meer willen betekenen voor dat kind. We kiezen ook geen meter of peter op het moment dat een nieuw kind in ons gezin komt. Het groeit gewoon, als onze vrienden de kinderen beter leren kennen. 
Met mijn papa heb ik al jaren geen contact meer. Mijn mama heeft wel met tijd en moeite haar verwachtingen bijgesteld en zich verzoend met het feit dat ik mijn leven anders invul dan zij gehoopt of gedacht had. Ze woont hier in het achterhuis, en dat zorgt voor een ongedwongen contact met ons gezin. Ze loopt de deur hier niet plat, maar de nabijheid zorgt ervoor dat ze de kinderen vaak ziet. Ze maakt heel duidelijk dat haar opvoedingstaak erop zit na haar eigen kinderen, maar ze loopt hier binnen voor een babbeltje, met eitjes van de kippen,… zo is ze mee met de verhalen van de kinderen. Veel fijner dan een verplicht bezoekje op zondagnamiddag.’
 

 

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.

Download pdf