Pesten en cyberpesten

pesten

Eén op vijf kinderen en jongeren is slachtoffer van pesten. Als ouder voel je je machteloos als je ziet dat je kind lijdt onder pestgedrag. En wat als je hoort dat jouw kind de pester is? Of als je merkt dat er op school gepest wordt en dat jouw kind - misschien wel uit angst - meedoet? 

Wanneer plagen pesten wordt 

Plagen gebeurt vaak uit vriendschap of is een manier om aandacht te vragen. Soms vervelend, maar nooit bedreigend. Het is ook niet altijd dezelfde persoon die geplaagd wordt. Het ene moment is jouw kind de plager, even later kunnen de rollen al omgedraaid zijn. Pesten daarentegen is gewelddadig gedrag met als doel de ander te kwetsen. De pester heeft meer macht dan de gepeste, bijvoorbeeld omwille van zijn populariteit in de groep. 

Pesten is meestal herhaald gedrag. Toch kan ook één pestvoorval een grote invloed hebben op een slachtoffer. Stel je maar eens voor dat het opnieuw zou gebeuren. 

Vormen van pesten 

  • met woorden: kwetsende opmerkingen, schelden, dreigen, haat zaaien…
  • fysiek: duwen, slaan of schoppen
  • materieelpesten: de boekentas verstoppen, een tablet beschadigen of een smartphone stelen
  • sociaal pesten: iemand uitsluiten of roddels verspreiden 
  • cyberpesten of online pesten: een vals profiel aanmaken in naam van de gepeste, haatmails of sms-berichten versturen, het ongevraagd verspreiden van foto’s

Gaat pesten vanzelf over?

Pesten komt vooral voor rond het einde van de lagere school en het begin van het secundair onderwijs. Rond die leeftijd is ‘erbij horen’ heel belangrijk. Kinderen experimenteren dan met hoe ze zich in een groep kunnen gedragen en gaan op zoek naar waarom iemand populair is, of net niet. Dat wil niet zeggen dat we pesten zomaar door de vingers kunnen zien.

Integendeel, pesten heeft grote gevolgen van groot op psychologisch, lichamelijk en sociaal vlak. Ook het zelfbeeld van het slachtoffer leidt onder het pesten. 

Hoe merk ik dat mijn kind gepest wordt?

Vaak zwijgen kinderen over het pesten omdat ze beschaamd zijn of omdat ze bedreigd worden. Vaak merk je aan de signalen van je kind dat er iets aan de hand is. Deze signalen kunnen erop wijzen dat je kind gepest wordt: je kind: 

  • wil opeens niet meer naar school
  • wil je vragen over school niet beantwoorden
  • heeft minder zelfvertrouwen dan eerst
  • lijkt afwezig of teruggetrokken en piekert vaak
  • slaapt slecht of wordt ’s nachts vaak angstig wakker 
  • gaat weer bedplassen 
  • klaagt over buikpijn of hoofdpijn terwijl het niet ziek is
  • komt vaak thuis met kapotte kleren of spullen en kan niet goed uitleggen waardoor dat komt 
  • wil niet door een bepaalde straat of buurt lopen of fietsen
  • heeft blauwe plekken of schrammen waarvoor geen verklaring is 

Naast slachtoffers moeten de daders evenzeer aandacht krijgen. Kinderen en jongeren die pesten kampen vaak met een laag zelfbeeld. Om dat op te krikken gaan ze op zoek naar een vorm van macht over de ander.  

Wat kan ik doen?

Rustig blijven en luisteren 

Het is een hele stap voor je kind om zijn verhaal te doen. Zeg ook tegen je kind dat je zijn moed bewondert en dat het altijd bij jou terecht kan. Probeer rustig te blijven en niet halsoverkop te reageren vanuit je emoties. 

Luister goed naar wat er precies gebeurt. Gaat het om eenmalig of herhaald pesten? Gebeurt het op school en/of daarbuiten? Gaat het om één dader of om een groep? Om welke vorm van pesten gaat het? Zo voelt je kind zich serieus genomen. Het probleem minimaliseren of pesten beschouwen als iets wat erbij hoort, gaat voorbij aan de negatieve gevolgen die pesten heeft op het slachtoffer. 

Jouw kind heeft geen schuld aan het pesten. Soms helpt het je kind om iets te vertellen over de mogelijke redenen dat iemand gaat pesten, zonder de indruk te geven dat je het gedrag goedkeurt. Een moeilijke thuissituatie, twijfelen aan jezelf of een ontwikkelingsstoornis kunnen leiden tot pestgedrag. Zo hoort je kind dat het niet zelf de aanleiding is voor het pesten.

Ik zag mijn kind ongelukkig worden. En toch duurde het maandenlang voor Semih vertelde dat hij gepest werd. Daarover voel ik me wel schuldig ja, dat ik niet meer aangedrongen heb om te weten wat er aan de hand was. (Meryem, mama van Semih, 13 jaar)

Een gezamenlijke aanpak 

Pesten is een ingewikkeld probleem, dus beloof je kind geen snelle oplossing. Doe niks zonder eerst met je kind te overleggen. Je kind krijgt door het pesten al het gevoel dat het de controle kwijt is. Als je je kind betrekt bij de aanpak van het probleem, krijgt het terug wat grip op de situatie. 

Door het probleem samen aan te pakken, ervaart je kind steun vanuit verschillende hoeken. Denk aan een (zorg)leerkracht, leider uit de jeugdbeweging of sportcoach. Ook CLB-medewerkers weten hoe ze pestgedrag systematisch kunnen aanpakken en de school, het slachtoffer én de dader begeleiden. Informeer je over welke visie de school hanteert in het aanpakken van pesten. Bij 'meer over pesten' lees je er meer over.

Doet je kind liever anoniem zijn verhaal? Awel is zeer vertrouwd met dit thema.  

Bij zeer ernstige feiten, ook bij cyberpesten, kan je contact opnemen met de politie.

Om pesten aan te pakken, moet je iedereen betrekken. De pesters, het slachtoffer en de omstaanders.

Bouwen aan zelfvertrouwen

Je kind heeft zelfvertrouwen nodig om ‘neen’ te zeggen als het ziet dat er gepest wordt, om zelf pesters het hoofd te kunnen bieden of om zelf niet te pesten. Als ouder van een kind dat gepest wordt, voelt dat soms oneerlijk aan: waarom moet jouw lieve, zachte kind veranderen? Weet dat meer zelfvertrouwen en assertiviteit ook helpt op veel andere momenten in het leven. 

Zelfvertrouwen is in jezelf geloven. Laat je kind veel zelf doen om zelfstandiger te worden. Fouten maken mag. Vertrouwen is nodig om het een volgende keer nog eens te proberen.  Geef regelmatig een compliment aan je kind. Kijk naar wat goed gaat. Waar voelt je kind zich thuis en hoort het erbij? Je kan ook aan de slag met de oefeningen uit de Rots&Water-methode, waarbij je kind leert om te gaan met pestgedrag en groepsdruk. 

Zelfvertrouwen is ook nodig om grenzen van jezelf en de ander te herkennen en te bewaken. Vertel je kind regelmatig wat jij wel en wat je minder waardeert aan zijn of haar gedrag. Zo leert het dat gedrag altijd een invloed heeft op de ander. 

Ik werd als kind zelf gepest... 

Dan komt het wellicht extra hard aan als je merkt dat jouw kind dit ook meemaakt. Toch kan je je kind niet helemaal beschermen tegen de buitenwereld. Wel kan je zorgen dat je kind zich veilig voelt bij jou. Je kan eventueel vertellen over wat het pesten met jou deed, hoe je reageerde, wanneer het is gestopt… Laat het gewone leven zoveel mogelijk doorgaan als je kind gepest wordt. Afzonderen heeft geen zin.

Cyberpesten 

Er zijn veel parallellen met pesten ‘in real life’. Ook in een chatgroep kan je iemand uitsluiten, beledigen of zwart maken. Het risico op online pestgedrag is zelfs groter. Het is anoniemer en de pester ziet niet rechtstreeks wat de gevolgen van zijn gedrag zijn. Voor de gepeste is cyberpesten vaak extra zwaar. De pesterijen zijn langer en voor meer mensen zichtbaar, en de gepeste krijgt het gevoel dat hij of zij nergens nog veilig is. Heel vaak gaat cyberpesten samen met 'traditioneel' pesten. 

Om cyberpesten te voorkomen is er één gouden regel: weet waar je kind mee bezig is. De mobiele toestellen maken het moeilijker om rechtstreeks een oogje in het zeil te houden. Praten met je kind over zijn online leven is dus nodig. Waar is je kind mee bezig, met wie staat het in contact op internet? De vuistregel: alles wat je niet in het echte leven zou zeggen tegen elkaar, kan ook niet op internet.

Verken samen met je kind de leuke kansen die het web biedt. Bespreek ook de risico’s van internet zoals paswoorden doorgeven of foto’s delen zonder toestemming. Zoek samen uit hoe je privacy instellingen kan optimaliseren. 

Spreek af met je kind om niet te reageren op online pesterijen. Je kan de afzender van ongewenste e-mails, sms’en of chats blokkeren. Meld het misbruik ook bij de provider van de site. Bewaar de pestberichten, zodat je ze kan uitprinten als bewijsmateriaal. Bij ernstige gevallen van cyberpesten kan je contact opnemen met de politie. 

En wat als je kind een pester is? 

Je teleurstelling, verdriet of boosheid kan net zo groot zijn als je merkt dat je kind pest als wanneer het slachtoffer is. Probeer op een rustige manier je gevoel uit te spreken. Dreigen met straffen zal vaak het pestgedrag nog versterken en stimuleert je kind niet om na te denken over zijn gedrag. Zeg duidelijk dat pesten niet kan, om geen enkele reden en op geen enkele manier.

Luister wel naar het waarom van het gedrag. Vaak begint een kind te pesten omdat het problemen heeft op school, in de knoop ligt met zichzelf of niet goed in zijn vel zit. Het is dan nodig om die onderliggende problemen aan te pakken. Toch mag je kind zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen. Voor pestgedrag zijn er immers geen geldige excuses, zelfs niet de angst om zelf gepest te worden. 

Pesten verbergt vaak onzekerheid. Daarom is werken aan zelfvertrouwen ook voor de daders belangrijk.  

Vragen zoals ‘hoe zou jij het vinden als…’ helpen je kind om zich in te leven in de ander. Ga samen op zoek hoe je kind de schade of het geschonden vertrouwen kan herstellen. Contacteer de school om te bespreken hoe zij het probleem aan te pakken. Afhankelijk van de gebruikte methode (zie boven), kan jij als ouder ook een rol opnemen in dit proces. Belangrijk is dat je kind voelt dat jij als ouder, het slachtoffer en de (klas)groep lijden onder het pestgedrag. Laat je kind zelf nadenken over wat het kan doen, zoals verontschuldigingen aanbieden aan het slachtoffer. Praat ook over online gedrag: hoe gedraag je je respectvol op het internet? Maak duidelijke afspraken met elkaar.  Geef je kind ook de kans om te tonen dat het veranderd is. Stapsgewijs moet je kind terug kunnen rekenen op je vertrouwen.
 

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.