Vriendschap

vriendschap bijgesneden


Kinderen en vriendschap: van samen spelen tot samen alles delen 

Als volwassene weet je hoe fijn vrienden zijn. Om samen plezier te maken, om dingen te delen waar je anders mee zou blijven zitten. Zijn vrienden voor kinderen ook zo belangrijk? Jazeker. Volg daarom bewust hoe vriendschappen bij jouw kind lopen. Zo herken je groeiende vriendschappen en merk je het sneller als vrienden maken niet vanzelf gaat. 

Vrienden: voor even of voor het leven? 

Is een vriend gewoon een speelkameraadje voor even? Is het iemand met wie je echt alles deelt? Of iets daartussen? Dat hangt van kind tot kind af. Maar ook van de leeftijd. Kijk maar: 

“Het is soms leuker met twee.” 

Een peuter zoekt contact, meer niet. Met wie? Dat maakt eigenlijk niet uit. Peuters spelen naast elkaar en leven zich niet in de ander in. Je kan dan ook moeilijk over vriendschap spreken. 

“Hé, die is aardig. Dat voelt veilig en comfortabel.” 

Een kleuter zoekt een vriendje op basis van aantrekkingskracht. Kleuters spelen samen of doen dingen samen, maar meestal blijft het niet lang duren. Het is dus amper vriendschap. 

“Die lijkt op mij en is met dezelfde dingen bezig.” 

Een kind van de lagere school gaat op zoek naar gelijkenissen (of net tegenpolen), naar gedeelde interesses. Het wil samen dingen doen, ergens bij horen en aanvaard worden. Het kind kiest dus niet om het even wie en er ontstaat een emotionele band. Zo wordt het echte vriendschap. 

“Dat is echt iemand waarmee ik alles kan delen.” 

Jongeren zoeken vrienden met dezelfde interesses, voorkeuren, meningen. Een vriend is iemand die je steunt, vertrouwt, je aanvaardt zoals je bent, waarmee je heel veel kunt delen. Je creëert een speciale band, gekenmerkt door intimiteit en gelijkwaardigheid. Hier kan je echt van vriendschap spreken. 

Wat doet vriendschap met je kind? 

Elk kind beleeft vriendschap anders. Waar je wel zeker van mag zijn: je kind wil iets delen of zichzelf terugvinden in een ander. 

Vriendschap doet ook iets met jouw kind. Op 3 vlakken: 

  • Je wordt blij van vrienden. Ze zijn speelkameraadjes met wie je kind samen lacht, leuke dingen doet, kattenkwaad uitsteekt, ervaringen deelt, … 
  • Vrienden steunen en troosten je als je het moeilijk hebt. Ze zorgen dat je kind minder prettige ervaringen beter aankan. Denk aan een scheiding of een verhuis. 
  • Dankzij vrienden leer je hoe je met anderen kunt omgaan. Noem de vrienden van je kind gerust ‘oefenmaatjes’, want ze leren je kind zaken als delen, je eigen plekje veroveren, omgaan met je gevoelens, compromissen sluiten, je aanpassen aan anderen, … 

Wat als vrienden maken niet vanzelf gaat? 

Als je kind weinig vrienden heeft 

Staat je kind een keertje alleen? Geen probleem. Sommige kinderen gooien zich niet meteen in het spel, willen even uitblazen of rustig op zichzelf zijn. 

Heeft je kind maar één of een paar vrienden? Dat kan. De ene heeft veel vrienden, de andere kiest voor enkele, echte boezemvrienden. 

Meestal geeft je kind zelf heel goed aan of het de behoefte heeft aan vrienden of niet. Merk je dat je kind helemaal geen vrienden heeft en maak jij je daar zorgen over? Praat er dan over met je kind. Stel vragen: “Hoe voel je je daarbij? Vind je het jammer, voel je je eenzaam? Of is het best oké en ben je graag op jezelf?” 
Als je kind zich niet goed voelt en graag een vriend wil, kijk dan wat er moeilijk loopt. Is het bang om anderen aan te spreken, wordt je kind gepest, voelt het zich niet goed in z’n vel, wordt het snel kwaad of agressief? 

Als je kind verlegen is 

Misschien durft je kind niet vragen om samen te spelen of af te spreken. 

  • Dwing het niet. Moedig het wel zachtjes aan, zodat het met zelfvertrouwen en moed zelf de stap kan zetten. 
  • Toon begrip. Vertel je kind dat jij het ook spannend vindt om iemand aan te spreken die je niet echt kent. Soms krijg je een ander antwoord dan je hoopte. Maar je hebt het dan toch geprobeerd. 
  • Stuur het mee in de juiste richting. Een paar voorbeelden: 
    • Bij een jong kind: spreek de ouders van een leeftijdsgenootje aan om een speelafspraak te maken. 
    • Bekijk samen met je kind met wie het graag zou spelen, wat ze samen zouden kunnen doen en met welk zinnetje je kind dat dan kan vragen aan de ander. 
    • Bij jongeren gaat het om vertrouwen. Gun hen bijvoorbeeld eens de woonkamer om hun vrienden te ontvangen, terwijl jij de deur uit bent. 
    • Denk ook aan de familiekring: ook neven en nichten kunnen vrienden worden van je kind. Dus daar kan je kind leren om vrienden te maken. 

Als je kind sociaal minder vlot is 

Onze Fleur is altijd de stille in de groep. Soms is ze verdrietig omdat ze niet mocht meespelen. Dan probeer ik met haar te kijken hoe ze het een volgende keer kan vragen. (Trees, 28, mama van Fleur, 4)

Is je kind minder vlot in de omgang? Mist het een aantal sociale vaardigheden zoals zich inleven? Kijk dan hoe je daar iets aan kan doen. Een voorbeeld: vertel een verhaal of lees een boek over een ruzie en bespreek het met je kind. Stel vragen: “Wat denken, voelen, willen de personages in het verhaal? Hoe zou je het probleem oplossen?” Zo kan je kind zich leren inleven en geef je het vertrouwen

Als je kind een eerste speelafspraak heeft 

Blijf even in de buurt tot de eerste nieuwigheid eraf is. Het werkt doorgaans het best als speelafspraakjes niet te lang duren en gepland zijn op een rustige dag. Met elkaar spelen kost immers veel energie. Komt er ruzie van, tranen of verveling? Praat samen over wat er misging en hoe het weer goed komt. 

Als je kind met ‘foute vrienden’ omgaat 

Wat een brutaal kind, dacht ik toen Semih zijn nieuwe vriend Pieter voorstelde. Hij groette ons niet, deed z'n schoenen niet uit en gaf korte antwoorden. Ik merkte snel dat Semih zijn vriend daarover aansprak. Dat vond ik fijn om te zien. (Mehmet, 43, papa van Semih, 14)

Straffen, verbieden of preken hebben waarschijnlijk een averechts effect, zeker bij pubers. Wat kan je wel doen? Leef je in: waarom vindt mijn kind die jongen of dat meisje leuk? Misschien is het de ideale makker om grenzen mee uit te testen, om zichzelf te ontdekken? Nodig die vriend of vriendin eens bij je thuis uit en zie hoe je kind omgaat met die ‘foute invloed’. Misschien is je kind daar beter tegen bestand dan je dacht? Blijf je bedenkingen hebben bij de vriendschap, dan maakt jouw interesse het alvast makkelijker om erover te praten met je kind

Als je kind veel online vrienden heeft 

Kinderen hebben digitale vrienden en vrienden in het echte leven en dat loopt door elkaar. Hoewel puur digitale vrienden natuurlijk niet hetzelfde zijn als ‘echte’ vriendschappen, hebben ze toch wat te bieden. Online leg je, zeker als je wat minder zelfvertrouwen hebt, naar hartenlust contacten, zonder dat je de ander in de ogen moet kijken of je uiterlijk moet prijsgeven. Zo kan je online experimenteren met sociaal gedrag. Daar is niets mis mee. Als je kind in het 'echte leven' ook maar contact blijft maken met leeftijdsgenoten. Op de website van Child Focus staat helder geschreven wat de verschillen zijn tussen ‘online’ en ‘offline’ vrienden. 

Jij bent het voorbeeld 

Onbewust pikt je kind erg veel op van hoe jij omgaat met vriendschap. Een open huis waar vrienden en familie welkom zijn, respectvol omgaan met elkaar en er zijn als iemand je nodig heeft, zijn waarden die je kind vaak van je overneemt
 

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.

Download pdf