Zindelijkheid: expert Indra Smeyers aan het woord

zindelijkheid


Je kind op het potje, het is een druk besproken onderwerp tussen jonge ouders. Wanneer begin je eraan? En is het dan echt een training in zindelijkheid, of gaat het eigenlijk vanzelf? Wat als je kind nog niet zindelijk is als het naar school vertrekt? We praten met Indra Smeyers, verpleegkundige bij Kind en Gezin. Reeds 20 jaar begeleidt ze, samen met haar collega’s van lokaal team West-Limburg, ouders van jonge kinderen bij hun vragen. Lees hier het ganse interview. Luister je liever? Maak dan even tijd voor onze podcast.

Zindelijkheid worden, wat is dat nu eigenlijk?  

Indra Smeyers: ‘Als ik terugkijk naar mijn beginperiode bij Kind en Gezin, is de kijk op zindelijk worden door de jaren heen sterk gewijzigd. Het is een natuurlijk proces van een kind is, een rijping die het moet doormaken op eigen tijd. Ouders en opvoeders ondersteunen en stimuleren het kind op de juiste momenten. Je hoeft niks te forceren, elk kind heeft zijn eigen tempo.’ 

Het woord zindelijkheidstraining is dan eigenlijk achterhaald?  

Indra Smeyers: ‘Vroeger spraken we er inderdaad op die manier over. Omdat zindelijk worden een natuurlijk proces is, gaat een aanpak om kinderen zindelijk te ‘maken’, voorbij aan de natuurlijke rijping. Het gaat erom dat je vooral kijkt naar de signalen die je kind geeft dat het er klaar voor is. Ga dan ondersteunen op momenten dat kind interesse toont. Je kan ook de belangstelling doen toenemen. Uiteindelijk moet je kind zelf de druk om pipi te doen leren voelen en herkennen.’ 

Zindelijk worden verloopt in vier grote stappen. En dat begint al van bij de geboorte!

Wanneer start dat zindelijkheidsproces dan juist? 

Indra Smeyers: ‘Zindelijk worden verloopt in vier grote stappen. Het begint eigenlijk al van bij de geboorte. Op een heel gewone manier ga je bij een baby dingen benoemen: ‘Oh, je hebt pipi gedaan, of ik ruik kaka in de broek, nu ga ik jou een schone luier omdoen’. Je geeft zo woorden aan dat hele proces, je kind leert dat pipi en kaka heel normaal is. Iedereen doet dat, het is niet vies. Probeer daarbij negatieve bewoordingen als ‘bah vies’ te vermijden, al kan je best een grapje maken bij het verluieren. Dat zorgt er mee voor dat er een positieve sfeer hangt rond zindelijk worden. Stilaan groeit de bewustwording bij je kind over het hele proces. Vanaf de leeftijd van 18 maanden kan je die natuurlijke interesse stimuleren. Er zijn heel wat leuke boekjes in de bib die je in huis kan halen, en ook op YouTube vind je video’s over het potje die je samen met je kind kan bekijken. Een potje in het spel betrekken is ook een goed idee: de lievelingspop kan een denkbeeldig plasje op de pot maken, maar ook blokken in- en uit het potje laden is een leuk spelletje en maakt je kind vertrouwd met dat nieuwe ding in huis. Je kind krijgt ook interesse in jouw WC-gebeuren. Het wil mee met mama of papa naar het toilet, toiletpapier aangeven, samen doortrekken: het hele proces komt langzaam in beeld.’ 

Dat voorbereiden op en wennen aan het potje is dus de tweede stap. Wat is dan de volgende? 

Indra Smeyers: ‘Zindelijk worden is een combinatie van kunnen, begrijpen en willen. Als je merkt dat de luier overdag een uur of twee droog blijft, is dat een teken dat de rijping begint te komen. Zie je dat je kind ook begrijpt wat de bedoeling van het potje is, dan kan je de derde stap zetten, namelijk het potje met regelmaat aanbieden. Je kind is op deze leeftijd ook druk bezig om zijn eigen ik te ontdekken, dus het is best boeiend om te zoeken naar een manier om die routine in te bouwen. Maak er een vast moment van: potjestijd wordt dan zoiets als tandenpoetsen. Een zestal potjesmomenten per dag zijn prima: bij het opstaan, na elke maaltijd, na het middagdutje en voor het slapengaan. Maak er een gewoonte van, zo vermijd je de weerstand die de peuterpuberteit soms met zich meebrengt. Zorg dat je kind voldoende tijd op het potje kan zitten. Zo’n twee minuten, met een maximum van vijf minuten. En ga gerust naast je kind zitten met een boekje of een liedje. Een plasje in de pot? Dan is je kind heel blij met een beloning: een bravo, een dikke duim, een pipi dansje… Je hoeft niet met stickers of andere beloningssystemen te beginnen. Dat kan eventueel een extra stimulans zijn in een later stadium, maar in een normaal zindelijkheidsproces is dat niet nodig.’ 

De laatste stap is dan de luier uitlaten? 

Indra: ‘Inderdaad, als er voldoende succesvolle potjesmomenten zijn en de luier tussenin droog blijft, kan je hem uitlaten. Dan is het een kwestie van consequent zijn en de luier ook uit te laten bij een uitstapje, tijdens het winkelen, op familiebezoek. Sleep gerust overal het potje mee naartoe. Zorg ook voor makkelijke kledij en voldoende reservekleding. Merk je na enkele weken dat het niet lukt en je kind en jijzelf gefrustreerd raken, zet dan een stapje terug. Dat is helemaal niet erg.’ 

Zijn er, naast de signalen die je kind geeft, nog dingen waarmee je rekening houdt om een volgende stap te zetten? 

Indra Smeyers: ‘Grote veranderingen kunnen een belemmering zijn voor een volgende stap. Een broertje of zusje op komst, een overlijden in de familie, een verhuis of scheiding: dat zijn allemaal ingrijpende gebeurtenissen voor het ganse gezin en dus ook voor je kind. Praat er ook even over met de kinderopvang: momenten waarop er veel nieuwe kindjes in de opvang komen of de lievelingsbegeleider weggaat, zijn niet aangewezen om een volgende stap te zetten.’ 

Open kunnen praten over het ganse toiletgebeuren lijkt een grote rol te spelen in het zindelijk worden. Wat als je zelf een preutse opvoeding kreeg? Kan je die ‘overdragen’ op je kind? 

Indra Smeyers: ‘Elke ouder doet het verschillend en dat is prima. De ene ouder is losser dan de andere. Vind jij het niet zo fijn dat je peuter je volgt tot in de WC, dan ga je op zoek naar een andere manier om de natuurlijke interesse van je kind te stimuleren. Tracht wel om niet altijd alles af te blokken wat met pipi en kaka te maken heeft.’ 

Zijn kinderen nu later zindelijk dan vroeger? 

Indra Smeyers: ‘Ja dat klopt, onderzoek heeft dat aangetoond. Toch blijft de ontwikkeling van kinderen dezelfde. Vooral omgevingsfactoren hebben invloed: luiers voelen droger aan, waardoor je kind minder geneigd is om op het potje te gaan. Vaak gaan ouders allebei uit werken en hebben ze minder tijd om ermee bezig te zijn. En er zijn meer opvoeders: thuis, de kinderopvang, verschillende grootouders. Dat maakt het moeilijker om op elkaar af te stemmen. Tenslotte is ook de visie veranderd: we kijken veel meer naar het tempo van het kind.’ 

Hoe stem je best af met de kinderopvang over zindelijk worden? 

Indra Smeyers: ‘Ik merk dat er vaak nog te weinig over gecommuniceerd wordt. Terwijl dat het belangrijkste is: praat erover, maak meer afspraken over wanneer je welke stappen zet. Het heeft geen zin om thuis iets te proberen als de opvang nog niet start of omgekeerd. Jij als ouder ziet je kind thuis bezig, de opvang kent je kind goed: dan kom je best samen tot een plan van aanpak. De groepssfeer kan een duwtje in de rug geven: het wordt vanzelfsprekender, je kind heeft meer voorbeelden en ziet hoe andere kinderen ermee omgaan.’ 

Praat over de zindelijkheid van je kind met de kinderopvang en school. Maak samen afspraken.

Ouders zijn vaak ongerust als hun kind nog niet volledig zindelijk is als het naar school vertrekt. Ze vrezen dat de kleuterleerkracht opmerkingen gaat geven of dat er niet genoeg tijd en aandacht zal zijn bij ongelukjes.  

Indra Smeyers: ‘Ik hoor inderdaad vaak dat ouders bezorgd zijn of dit wel gaat lukken. Toch kan je niet forceren.  Als je kind nog niet droog is, ga dan in gesprek met de school. Elke school heeft een andere aanpak. Soms gaat het snel eens de kinderen naar school gaan. Maak je niet bezorgd, blijf geduldig. Op de leeftijd van 2,5 tot 3 jaar zijn ongelukjes nog heel normaal.’ 

Ongelukjes kunnen thuis, in de opvang of school gebeuren. Hoe reageer je daarop zonder je kind te demotiveren? 

Indra Smeyers: ‘Ongelukjes horen bij het leerproces met vallen en opstaan. Best is om je daar niet te druk over te maken. Maak schoon zonder veel woorden, met de boodschap voor je kind dat het de volgende keer misschien wel lukt. Merk je dat je er boos om wordt? Tracht frustraties voor jezelf te vermijden. Door genoeg reservekledij en het potje overal mee te nemen, door een doek in de autostoel te leggen bijvoorbeeld. En merk je dat het na enkele weken niet beter gaat, dan zet je beter even een stapje terug.’ 

De reclame slaat je om de oren met potjes met populaire figuren of potjes die muziek maken als er een plasje in belandt. Hebbeding of handig hulpmiddel? 

Indra Smeyers: ‘Er zijn inderdaad heel veel leuke potjes te koop. Een anekdote uit eigen ervaring: ik kocht zo’n muzikaal potje voor mijn eigen dochter, maar eenmaal thuis konden de batterijen er niet snel genoeg uit zijn! Iedereen thuis vond het irritant. Een eenvoudig potje waar je kind de juiste houding kan vinden, is het belangrijkst. Je neemt je kind dan ook best mee als je een potje koopt. Kies het hoog genoeg zodat je kind met de knieën in een hoek van 90° kan zitten. Soms wil je kind liever op de gewone WC. Kies dan een aangepaste verkleinbril en een opstapje. De voetjes moeten kunnen steunen zodat je kind ook ontspannen kan zitten.’ 

Wanneer is het dan tijd voor kaka op de pot? 

Indra Smeyers: ‘Vaak gebeurt dat vanzelf eens mee met het plasje. Het kan best angstig zijn voor je kind, kaka die loskomt van je lichaam. Probeer er rustig bij te blijven en vertel wat er gebeurt. Veel kinderen zonderen zich voor of na het potjesmoment even af, in een hoekje of onder de tafel bijvoorbeeld om kaka in de luier te doen. Maak je daar niet ongerust over en geef je kind tijd om die grote stap te zetten.’

Vraagt ’s nachts zindelijk worden extra aandacht? 

Indra Smeyers: ‘Overdag kan je op de juiste momenten positief stimuleren en je kind ondersteunen. Om ’s nachts zindelijk te worden, is de rijping van je kind de belangrijkste factor. Is de luier vijf op de zeven nachten ’s ochtends droog, dan kan hij uit. Probeer die gevoelige periodes van je kind te benutten. Ook hier is het een goed idee om het jezelf zo makkelijk mogelijk te maken: een overtrek over de matras, een stapel reserve beddengoed en verse pyjama klaarleggen,… Maak je niet boos als je kind een ongelukje heeft. Zijn lichaam moet er echt klaar voor zijn. Tot 6 à 7 jaar is het heel normaal dat het af en toe misgaat. Het heeft geen zin om het natuurlijk slaapproces te onderbreken en je kind wakker te maken voor een plasje voor je zelf gaat slapen bijvoorbeeld.’  

Oudere kinderen schamen zich soms als ze nog niet zindelijk zijn. Hoe reageer je daarop?  

Indra Smeyers: ‘Maak er geen taboe van en vertel je kind dat het best normaal is en dat elk kind op een ander moment zindelijk wordt. Gaat je kind uit logeren of op schooluitstap, dan is een goede communicatie het belangrijkste. Maak goede afspraken met je kind en met de volwassenen waar je kind verblijft: wie kan het aanspreken, waar mag die volle luier ’s ochtends naartoe,… Hoe concreter, hoe beter!’ 

Wanneer moet je alert zijn als ouder? 

Indra Smeyers: ‘De meeste kinderen zijn op de leeftijd van 4-5 jaar overdag droog, op 6-7 jaar ook ’s nachts. Is je kind later, ga je toch best eens langs bij de arts. Het hoeft niet speciaal een probleem te zijn, maar de blik van een expert is dan goed om niks over het hoofd te zien.’ 

Op sommige scholen is het sanitair verouderd of moeilijk proper te houden. Heeft dat invloed op het toiletbezoek?  

Indra Smeyers: 'Het is toch belangrijk dat kinderen overal naar het toilet kunnen gaan. Probeer er niet teveel de nadruk op te vestigen of commentaar te geven. Maak je je zorgen, ga erover in gesprek met de school.'  

Mijn gouden tip? Wees geduldig en kijk goed naar je kind!

Als regioverpleegkundige kom je met veel gezinnen in contact. Hoe ondersteun je hen bij de aanpak van het zindelijk worden? 

Indra Smeyers: 'Er zijn de consultaties op 1 jaar, 15 maanden en 2 jaar waar we kunnen ‘prikkelen’. We stellen het peutermagazine van Kind en Gezin ter beschikking. De arts en verpleegkundige zijn beschikbaar om in gesprek te gaan hierover. We wachten in elk geval niet tot de leeftijd van 2,5 jaar om erover te beginnen. Soms komen ouders vast te zitten of merken ze dat het anders loopt dan verwacht. Dan kijk ik of er nood is aan een individuele babbel tijdens het opvoedingsspreekuur. Soms is het zoeken naar een aanpak op maat. In sommige culturen is het niet de gewoonte om je kind zonder luier te laten lopen, of liggen er heel wat tapijten in huis. Dan gaan we samen op zoek naar wat werkt: tijdelijk het tapijt in de woonkamer opzij rollen bijvoorbeeld. In heel wat regio’s organiseren we ook infomomenten. Daar kunnen andere ouders elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Van herkenbare verhalen tot frustraties delen en tips uitwisselen: het helpt echt om te horen hoe anderen het doen. We zien op die avonden ook papa’s, ook al komen ze meestal samen met de mama’s. We merken dat ook papa’s erg betrokken zijn bij het zindelijk worden. Zeker als ouders gescheiden zijn, zijn goede afspraken extra belangrijk.’ 

Heb je nog een gouden tip? 

Indra Smeyers: ‘Wees geduldig! Het komt wel in orde, al is het misschien niet op het moment dat jij het wil.’ 


 


 


 


 
 

 

 

 


 

Luisteren

Liever luisteren dan lezen? Het interview met Indra verwerkten we ook in een podcast. In een twintigtal minuutjes hoor je hoe zindelijk worden in zijn werk gaat en hoe opvoeders kunnen ondersteunen.

Ondersteuning in je buurt

Zoek je steun bij het opvoeden? Het Huis van het Kind helpt je op weg.

Vind het Huis van het Kind in je buurt.

Stel je vraag

Een vraag over opvoeden?  De Opvoedingslijn geeft een antwoord op maat.

Stel je vraag via het contactformulier.

Download pdf